1986/16 ongegrond

E. Lijbrink contra Noordhollands Dagblad

Bij brief van 17 augustus 1986 met zeven bijlagen en aanvullende brief van 27 augustus 1986 met twee bijlagen heeft E. Lijbrink te Bergen, Noord-Holland, (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad (betrokkene). Bij brief van 12 september 1986 heeft deze zich tegen de klacht verweerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 september 1986. Klager was in persoon aanwezig. Van de zijde van betrokkene zijn verschenen B. Klaassen en Th.J. Meskers, respectievelijk adjunct-hoofdredacteur en verslaggever van het Noordhollands Dagblad.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In augustus 1985 werd door het bestuur van de protestants-christelijke Stichting Tehuizen voor Verstandelijk Gehandicapten in Noord-Holland bekendheid gegeven aan financiële onregelmatigheden veroorzaakt door het hoofd van het gezinsvervangend tehuis voor geestelijk gehandicapten Drooghe Weert te Julianadorp. In november 1985 werd aan de ouders/vertegenwoordigers van de bewoners meegedeeld dat in de stichtingsadministratie niet te verantwoorden uitgaven gevonden waren tot een bedrag van ongeveer f 14.000,-. Het zou gaan om privé-gebruik door het hoofd van het tehuis van stichtingsgelden. Een nader onderzoek bracht het bestuur tot de conclusie dat de onregelmatigheden zich beperkten tot de eerder gevonden f 14.000,-. De ouders/vertegenwoordigers van de bewoners menen echter dat in de administratieve verantwoording van privé-gebruik door de bewoners van hun eigen gelden gaten zitten, die naar eerste schattingen het tienvoudige kunnen belopen van de tekorten die in de stichtingsadministratie zijn gevonden.
In verschillende edities van het Noordhollands Dagblad is aandacht besteed aan het bovenstaande, te weten in de "Schager Courant" van 19 november 1985, het "Noordhollands Dagblad" van 27 december 1985, de "Alkmaarsche Courant" van 12 februari 1986, de "Helderse Courant" van 22 augustus 1986 en de "Alkmaarsche Courant" van 26 augustus van dat jaar. In deze berichten worden de financiële onregelmatigheden herhaalde malen betiteld als fraude. Ook wordt melding gemaakt van het feit dat ten aanzien daarvan geen klacht werd ingediend bij justitie. In de berichten wordt klager genoemd als woordvoerder van de ouders/vertegenwoordigers van de bewoners.

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER EN BETROKKENE

De Raad verstaat de klacht als volgt.
1. Ten onrechte worden in de berichten de financiële onregelmatigheden enkele malen betiteld als fraude. Het gebruik van dit woord is naar klagers mening onjuist. Het onderzoek richt zich op de verantwoording van het gebruik van privé-gelden van de bewoners voor privédoeleinden van de bewoners. Afhankelijk van het resultaat van het onderzoek kan dat leiden tot een civiele procedure tegen de stichting. Klager meent dat het woord fraude alleen wordt gebruikt om aandacht te trekken voor de artikelen en als middel om belanghebbenden ten onrechte met de vraag te confronteren waarom geen klacht is ingediend bij de justitie.
2. Dit alles leidt tot onrust bij de belanghebbenden terwijl het onderzoek en de kwetsbare positie van de bewoners alleen maar gebaat zijn bij rust.

Betrokkenen menen dat zij het woord fraude terecht mochten gebruiken nu door de voorzitter van het bestuur van de stichting openlijk gesproken is over gepleegde valsheid in geschrifte. Betrokkenen hebben ook klager zelf in de artikelen aan het woord gelaten. De tekst van de artikelen van 23 en 26 augustus werd op 22 juli 1986 voor commentaar aan klager toegezonden. Zijn reactie was de onderhavige klacht bij de Raad. Betrokkenen menen dat openbaring van de gebleken financiële onregelmatigheden en het volgen van het verloop van de ontwikkelingen in het algemeen belang is.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de visie van de klager spitst het onderzoek van de ouders/vertegenwoordigers naar de financiële onregelmatigheden bij het tehuis Drooghe Weert zich toe op de verantwoording van privé-gelden van de bewoners. Dit neemt niet weg dat door het bestuur van de stichting gesproken is over valsheid in geschrifte door het ontslagen hoofd van het tehuis tot een bedrag van ongeveer f 14.000,- volgens de stichtingsadministratie. Onder die omstandigheden mocht betrokkene het woord fraude gebruiken, ook gezien het feit dat het met de onregelmatigheden gemoeide bedrag door de ouders/vertegenwoordigers op het tienvoudige geschat werd.
Naar het oordeel van de Raad heeft klager niet aannemelijk gemaakt dat de publikatie zodanige schadelijke effecten hebben voor de geestelijke gezondheid van de pupillen - aangenomen al dat publikaties op zichzelf dergelijke effecten kunnen hebben dat het algemeen belang dat met de journalistieke openbaarmaking gediend is daarvoor zou moeten wijken.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Noordhollands Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 29 september 1986 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, J. L. de Troye, O. Postma ing., T. M. Lücker, J. M. P. J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1986, 16.