1986/11 gegrond

J. Foudraine contra J. Fortuijn

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van J. Foudraine tegen Johanna Fortuijn

Bij brief van 9 juli 1986 met één bijlage en aanvullende brief van 21 juli 1986 heeft J. Foudraine te Baarn (klager) een klacht ingediend tegen Johanna Fortuijn (betrokkene). Deze heeft zich tegen de klacht verweerd bij brief van 6 augustus 1986 met vijf bijlagen. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 september 1986. Partijen waren in persoon aanwezig.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In "Het Parool" van 3 juli 1986 is onder de kop 'Mag iemand psychiater blijven als hij liegt?' een bespreking verschenen van klagers boek 'Wie is van licht?' van de hand van betrokkene. In deze bespreking komen de volgende passages voor.

'Bij de dertiende druk van het "hout"-boek gebeurde er volgens A. J. Heerma van Voss (HP 23-29 febr. 1972) iets opmerkelijks: die hele hierboven aangehaalde passage verdween uit het boek (...). Heerma van Voss noemt meer passages die in de dertiende druk "in positieve zin" zijn herschreven. Zullen we het maar gewoon liegen noemen, wat daar is gebeurd?'
'Het merkwaardige is dat waar Foudraine anno 1971 beval de "ik-sterkte" van schizofrenen te vergroten, want dat zou hen onafhankelijker en gezonder maken, nu Amrito/Foudraine (wat een schizofrene naamsverdubbeling trouwens, net zoiets als dr Jeckel en mr. Hyde) juist beveelt om dat "ik" geheel af te breken ter meerdere onafhankelijkheid en geluk. Wie Hem volgt zal het Paradijs beërven. Mag een psychiater zo'n aanbod doen? Zo'n onmogelijke grote leugen vertellen? In het "hout"-boek begon het liegen al, maar nu is het allemaal één leugen geworden. Mag een psychiater liegen? In Nederland is "psychotherapeut" geen beschermd beroep. Dus mag Amrito/Foudraine zichzelf zo noemen en allerlei nonsens uithalen met mensen die op zijn uitnodiging ingaan. Maar hoe zit dat met het beroep "psychiater" ? Is dat ook onbeschermd? Mag een Baghwanees (die nu ze hun rooiige kledij weer hebben uitgetrokken niet meteen herkenbaar is) die aantoonbaar liegt zichzelf nog psychiater noemen? Kan ik door mijn dokter naar zo'n man worden verwezen als ik helaas depressief geworden ben? Bestaat er onder psychiaters onderling kwaliteitsbewaking en wordt iemand die slecht werkt uit het beroep gezet?'
'Die Foudraine is inmiddels als Amrito zelf een kwakzalver geworden, maar draagt nog steeds de titel psychiater. Mag dat?'

In Het Parool van 17 juli 1986 is een ingezonden brief van klager over deze bespreking opgenomen. In Het Parool van 25 juli 1986 is naar aanleiding hiervan een nadere beschouwing van betrokkene over het boek van klager en haar eerdere bespreking opgenomen.

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER EN BETROKKENE

Klager meent dat de bespreking ongegronde insinuaties en verdachtmakingen bevat: hij wordt ten onrechte leugenaar en kwakzalver genoemd; zijn betrouwbaarheid als medisch specialist wordt in twijfel getrokken. Klager meent dat de conclusies uit de bespreking niet gedragen worden door een serieuze beschouwing over zijn werk. De bespreking heeft hem schade toegebracht. Er zijn patiënten bij hem weggegaan.

Betrokkene heeft haar bespreking volgens haar zeggen geschreven vanuit een behoorlijke kennis van de thematiek van het besproken boek. Zij meent dat zij voldoende beargumenteerd heeft waarom zij klager beticht van leugens. Naar haar overtuiging is het betrouwbaar uitoefenen van het vak van psychiater onverenigbaar met het schrijven van een boek als 'Wie is van licht'. Betrokkene acht het een geoorloofde meningsuiting dat door haar op grond van het besproken boek de betrouwbaarheid van klager als psychiater in twijfel wordt getrokken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het gaat in deze zaak om de vraag of de door betrokkene jegens klager geuite beschuldigingen geoorloofd zijn. Naar het oordeel van de Raad wordt in de bespreking voldoende onderbouwd waarom naar de mening van betrokkene klager zich schuldig maakt aan leugens, alsmede wat betrokkene met deze term bedoelt.
De aanval van betrokkene op de betrouwbaarheid van klager als psychiater acht de Raad echter niet van behoorlijke argumenten voorzien. Het negatieve oordeel van betrokkene over het besproken boek is niet zodanig uitgewerkt dat daardoor het gebruik van de term kwakzalver en de diskwalificatie van klager als psychiater gerechtvaardigd worden. Gezien de ernst van deze beschuldigingen moeten aan de motivering ervan hoge eisen gesteld worden. Aan die eisen voldoet de meningsuiting van betrokkene op deze onderdelen niet.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld jegens klager door aan de negatieve bespreking van het boek van klager onvoldoende gemotiveerd de conclusie te verbinden dat klager onbetrouwbaar is als psychiater en door hem een kwakzalver te noemen.

De Raad acht deze klachten van klager gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenwerking in Het Parool wordt gepubliceerd.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 18 september 1986 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. G. Dullens, Mw. Mr. T. Faber-de Heer, Mr. D. T. Dalmolen, Mw. A. G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

Rvdj 1986, 11.