1986/10 gegrond

W. Drees contra Het Parool

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van W. Drees tegen de hoofdredacteur van Het Parool

Bij brief van 9 juni 1986 met negen bijlagen heeft W. Drees te Den Haag (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Het Parool (betrokkene). Bij brieven van 19 juni en 21 juli 1986 is namens respectievelijk door betrokkene op de klacht gereageerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 juli 1986. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkene is niet verschenen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Naar aanleiding van een in "Het Parool" van 7 mei 1986 geplaatste advertentie met onder meer de mededeling 'De Partij van de Arbeid was, is en blijft tegen kernenergie' heeft klager op diezelfde dag aan de redactie van Het Parool een voor de ingezonden brievenrubriek bestemde reactie gestuurd. In deze reactie wordt erop gewezen dat de hiervoor genoemde mededeling uit de advertentie historisch onjuist

De brief van klager is afgedrukt in Het Parool van 15 mei 1986, voorafgegaan door de volgende zin:
'Een van die brieven is van de nestor van de sociaal-democratie in Nederland, W Drees uit Den Haag'.
Bij brief van 17 mei 1986 aan Het Parool heeft klager erop gewezen dat de reactie op de advertentie niet afkomstig was van de Minister van Staat, Drees senior, die woont aan de Beeklaan 502 te Den Haag, maar van diens jongste zoon, wonende aan de Wildhoeflaan 35 te Den Haag.
In Het Parool van 22 mei 1986 is in een stukje van Lambiek Berends onder de titel 'Vaders en zonen' aandacht besteed aan de verwisseling. Het stuk bevat de volgende passages.

'Willem Drees is bij zijn leven al een monument,...Toen Drees dan ook vorige week in een ingezonden brief in Het Parool (Maar Meneer van 15 mei) de PvdA aanwreef dat de leuze 'De PvdA was, is en blijft tegen kernenergie' historisch niet juist was... moet dat de sociaaldemocraten pijnlijk getroffen hebben.
Drees werd in een inleiding tot zijn brief gekenschetst als de 'nestor in Nederland van de sociaal-democratie...Gistermorgen arriveerde op de redactie van Het Parool een schrijven van W. Drees. Niet dé W. Drees, maar diens jongste zoon. Hij was het die de brief aan Het Parool had geschreven... W. Drees junior zullen sommigen zich herinneren als de gesjeesde leider van de politieke eendagsvlieg DS70.
De verwisseling is pijnlijk. Het is een zo bekend verschijnsel uit de psychologie, dat het vaak eerder als regel dan als uitzondering wordt beschouwd: zonen die zich afzetten tegen vaders en zich meer afzetten naarmate de vader beroemder (en dus dominanter) is.
Het komt minder vaak voor dat zonen zich achter de monumentale naam van hun vader verschuilen, anders dan om mistige redenen.
En zoals blijkt, kan die beheptheid met zo'n lastig vaderbeeld tot op zeer rijpe leeftijd standhouden'.

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER EN BETROKKENE.

Klager heeft zijn bezwaren als volgt geformuleerd.
'1. Het Parool heeft zonder enige reden aan mijn kritische brief over de PvdA-advertentie toegevoegd dat die brief afkomstig was van mijn vader en die fout later niét ruiterlijk erkend maar aan mij verweten.
2. L. Berends (redactie?) verwijt mij me te verschuilen zonder enige argumentatie en zonder bereidheid mijn tegenspraak op te nemen.
3. Ditzelfde geldt voor 'afzetten' tegen mijn vader (het is in elk geval weer eens wat anders dan de stelling van Van der Goes van Naters dat ik mijn vader zo zou hebben beïnvloed in zijn daden...)'.

In zijn toelichting heeft klager onder meer het volgende aangevoerd.
Ad 1: Indien een redactie aan een ingezonden brief informatie over de schrijver wil toevoegen dient de redactie de identiteit te controleren. Alleen in de Staatsalmanak komen al drie personen met de naam W. Drees voor. Zijn vader schrijft sinds enkele jaren geen ingezonden brieven meer. Het is bij journalisten bekend, dat de vader van klager aan de Beeklaan woont, bij een oudere broer van klager, en niet op de Wildhoeflaan bij klager. Sinds ongeveer vijftien jaar laat klager het vroeger wel gebruikte 'junior' achter zijn naam weg. Ook Het Parool publiceerde sindsdien over hem zonder de toevoeging 'junior'.
Ad 2: Dat van verschuilen geen sprake is blijkt alleen al uit het feit dat hij onmiddellijk een rectificatie vroeg van de persoonsverwisseling.
Ad 3: Klager meent dat hij zich nooit heeft afgezet tegen zijn vader. Het Parool heeft niet willen argumenteren waarom dit wel zo zou zijn.
Anders dan Het Parool hem in een brief van 4 juni 1986 van K. Tamboer schreef kan klager het stukje niet beschouwen als 'met de nodige humor' te zijn geschreven. Dat ook anderen het niet zo lazen is hem uit een aantal reacties gebleken en blijkt ook uit een door Het Parool op 29 mei 1986 gepubliceerde brief van N. Touber waarin hij een 'rancuneuze zoon' genoemd wordt behept met een 'oedipus-complex'. Het Parool heeft de in deze brief gegeven interpretatie blijkbaar niet als een misvatting beschouwd want deze is zonder commentaar afgedrukt.

Onder verwijzing naar de met klager gevoerde correspondentie heeft betrokkene erkend dat door hem een vergissing is gemaakt. Betrokkene meent echter dat klager deze aan zichzelf te wijten heeft omdat hij zich niet duidelijk als 'junior' heeft geafficheerd. Bovendien heeft betrokkene de fout rechtgezet waaraan 'een kanttekening (werd) toegevoegd over de problematische houding tussen beroemde vaders en hun zonen'. De kritiek op dit stukje van klager ziet betrokkene als 'met een kanon op een mug (schieten)'.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht richt zich niet tegen het feit dat door betrokkene in eerste instantie een vergissing gemaakt is over de identiteit van klager, maar tegen de wijze waarop betrokkene die fout heeft rechtgezet.
De Raad acht deze klacht gegrond om de volgende redenen.
Naar het oordeel van de Raad lag de fout bij betrokkene. Betrokkene had beter moeten verifiëren van wie de brief afkomstig was. Het door klager gebruikte briefpapier draagt immers als adres Wildhoeflaan 35 en niet Beeklaan 502. Klager treft in deze geen enkel verwijt. Onder deze omstandigheden had klager recht op een duidelijke en onvoorwaardelijke rechtzetting. Het stuk van Lambiek Berends van 22 mei 1986 is niet als zodanig te beschouwen. In de eerste drie alinea's van dit stuk wordt op mystificerende wijze de indruk gewekt als zou de brief wel afkomstig zijn van Drees senior. Pas in de daarop volgende alinea wordt een passage overgenomen uit de rectificerende brief van klager.
In het slot van het stuk wordt vervolgens de indruk gewekt of een bij klager bestaande neiging zich tegen zijn vader af te zetten dan wel een drang zich achter hem te willen verschuilen de oorzaak is van de door betrokkene gemaakte fout.
Naar het oordeel van de Raad geeft de brief van klager echter geen enkele aanleiding tot de veronderstelling dat klager zich tegen zijn vader zou (willen) afzetten of zich achter zijn vader zou (willen) verschuilen. Betrokkene heeft in verband met de gemaakte vergissing gesuggereerd, dat een en ander wel het geval zou zijn maar heeft dat geenszins aannemelijk gemaakt.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond. Betrokkene heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klager door de wijze waarop betrokkene de identiteitsverwisseling heeft rechtgezet en in het bijzonder door hetgeen hij naar aanleiding daarvan omtrent de persoon van klager heeft gesuggereerd.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 24 juli 1986 door Mr. R. de Waard, voorzitter, O. Postma ing., Mr. T. Faber-de Heer, Drs. J. M. M. van der Pluijm en J. M. P. J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1986, 10.