1986/1 ongegrond

M. Koopman contra Ko Boos

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van M Koopman tegen Ko Boos

In een brief van 3 januari 1986 heeft M. Koopman te Amsterdam (klager) tegen de journalist Ko Boos te Hoorn (betrokkene) een klacht ingediend. Deze heeft zich tegen de klacht verweerd in een brief van 10 februari 1986 met drie bijlagen. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 februari 1986. Partijen waren in persoon aanwezig. Betrokkene werd vergezeld door B. Klaassen, adjunct-hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In het "Dagblad voor West-Friesland" van 9 november 1985 (het Dagblad voor West-Friesland is een editie van het Noordhollands Dagblad) is onder de tussen aanhalingstekens geplaatste kop 'handtekeningenhandeltje met woning als inzet' met daarboven in kleine letters en zonder aanhalingstekens 'anti-horeca lobby voor pand Korenmarkt' een reportage verschenen over het horeca-beleid van het college van B&W te Hoorn. Het verslag is geschreven door betrokkene en wel naar aanleiding van de komende behandeling in de gemeenteraad van 10 december 1985 van de voor het pand Korenmarkt 1 te Hoorn gevraagde vergunning. Na het op gang komen van een bezwaarschriftenactie in het voorjaar van 1985 werd die vergunning geweigerd in de vergadering van de Raad van 9 april 1985.
Klager is lid van de 800 leden tellende vereniging Oud Hoorn. Hij diende een bezwaarschrift in namens de leden van deze vereniging. Het in verband met de bezwaarschriftenactie gevormde Comité Bewoners Havenbuurt Hoorn had als adres het privé-adres van klager.
In het verslag komen de volgende passages voor.

'Ongelooflijk. Maupie Koopman heeft zelf een horecabedrijfje aan de Nieuwendam gehad dat hij moest sluiten omdat hij zonder vergunning draaide. Hij was een tijdlang een geziene en gezellige klant in het horecaleven. En nu dit. Wat bezielt hem in vredesnaam?', Jan van Hagen (40), zelf doende met het inrichten van het nieuwe restaurant De Eetsalon aan de Grote Havensteeg 13, ziet zijn plannen eveneens gerafeld door Koopmans actie.' (...) 'Kijk, he, die handtekeningen waar Koopmans mee schermt... Nou, ik heb veel ondertekenaars gesproken die gewoon onder emotionele druk hebben getekend. Om van het gezeur af te zijn. En uit de gelederen van Oud Hoorn zullen ook wel de nodige hanepoten zijn getrokken. Die vereniging erft immers Koopmans woonhuis als de horeca-uitbreiding niet doorgaat! Een ordinair handtekeningen-handeltje met een woning als beloning. Het spijt me wel, maar ik vind de motivatie en de wijze van actie voeren beneden elk peil. Dat de VVD daarvoor overstag is gegaan...' Maurits Koopman: 'Niemand van onze groep treedt uit de anonimiteit. Ga maar naar burgemeester Janssens, die weet alles. Natuurlijk speel ik er ook een rolletje in, dat is bekend. Maar de groep is bang. Er zijn dingen gebeurd die we als bedreigend ervaren. Nogmaals: we treden niet naar buiten'.

In de reportage staat de tekst afgedrukt van het door klager ingediende bezwaarschrift. Dit wordt ingeleid met de volgende zin. 'Met het hiervolgende bezwaarschrift had buurman Maurits Koopman de kat namelijk de bel aangebonden

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER EN BETROKKENE

Klager heeft tegen het artikel de volgende bezwaren.
1. In het verslag wordt het voorgesteld of hij de initiatiefnemer is geweest van een actie tot het indienen van bezwaarschriften door bewoners van het Havenkwartier van Hoorn tegen uitbreiding van het aantal horeca-gelegenheden. Dit is onjuist. Hij was niet de initiatiefnemer en dit mag ook niet afgeleid worden uit het feit dat hij namens 800 leden van de Vereniging Oud Hoorn een bezwaarschrift heeft getekend. Als enige jood in een kleine gemeenschap is hij erg kwetsbaar. Daarom geldt temeer dat hij niet zomaar initiatiefnemer genoemd had mogen worden. Het gevolg is geweest dat hij in verhevigde mate in zijn huis lastig gevallen werd door cafébezoekers, bijvoorbeeld door gebons op zijn huisdeur.
2. In het verslag wordt gesuggereerd dat hij deelnemers aan de bezwaarschriftenactie tot die deelname zou hebben gebracht vanwege het feit dat hij het monument in het Havenkwartier, waarvan hij eigenaar is, vermaakt had aan de Vereniging Oud Hoorn. De bezwaarschriftenactie en dit laatste staan geheel los van elkaar.
3. De uitlating van de in het verslag genoemde Jan van Hagen 'een ordinair handtekeningenhandeltje met een woning als beloning' had niet overgenomen mogen worden zonder nadere verificatie bij klager.
4. De door Hagen gebezigde benaming 'Maupie' beschouwt klager als racistisch. Om die reden had betrokkene dit niet mogen overnemen.

Betrokkene heeft het volgende verweer gevoerd.
1. Naar zijn mening mocht hij klager als initiatiefnemer beschouwen op grond van verklaringen van bewoners van het Hoornse Havenkwartier, het feit dat klager het bezwaarschrift namens de Vereniging Oud Hoorn tekende en tenslotte het feit dat het Comitee Bewoners Havenbuurt Hoorn adres hield aan het toenmalige privé-adres van klager.
2 en 3. Het verslag zelf suggereert niet dat klager vanwege zijn testament ten gunste van
de Vereniging Oud Hoorn handtekeningen heeft afgedwongen. De desbetreffende opmerking wordt voor rekening van de geciteerde zegsman gelaten. Klager heeft ondanks een verzoek van betrokkene geweigerd aan de reportage mee te werken zoals ook in het verslag tot uitdrukking wordt gebracht. Klager heeft dus zelf de gelegenheid voorbij laten gaan zijn visie vertolkt te zien.
4. Het is betrokkene onbekend dat de benaming 'Maupie' racistische implicaties heeft. Betrokkene zou deze aanduiding niet overgenomen hebben indien hij dat geweten had. Ook hier geldt dat klager door niet in te gaan op het voorstel de tekst van het voorgenomen artikel te bespreken de mogelijkheid tot ingrijpen vooraf ongebruikt heeft gelaten

Klager heeft ter zitting erkend dat hij telefonisch contact heeft gehad met betrokkene in verband met het voorgenomen artikel. Vanwege zijn kwetsbare positie wilde klager niet met betrokkene spreken, ook al omdat hij geen vertrouwen heeft in betrokkene.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het verslag van betrokkene over het horecabeleid van de gemeente Hoorn belicht in hoofdzaak de visie van de horecaondernemers. Klager heeft erkend dat hij door betrokkene benaderd is alsmede dat hij niet met betrokkene wilde praten. Het lag naar de mening van de Raad voor de hand dat betrokkene om het 'wederhoor' toe te passen juist klager benaderde omdat deze het bezwaarschrift namens de 800 leden tellende Vereniging Oud Hoorn had ondertekend. Toen klager niet tot een gesprek bereid bleek mocht betrokkene het daarbij laten. De Raad acht ook op de overige punten het verweer van betrokkene gegrond.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene niet onzorgvuldig heeft gehandeld jegens klager door het overnemen van de door klager gewraakte citaten waaronder de benaming 'Maupie', of door klager als initiatiefnemer aan te duiden omdat zonder het commentaar van klager het voor betrokkene enerzijds niet kenbaar hoefde te zijn dat klager zich gekwetst zou kunnen voelen of nadelige gevolgen van de publikatie zou kunnen ondervinden, terwijl hij anderzijds op grond van de ondertekening van een belangrijk bezwaarschrift door klager mocht aannemen dat deze initiatiefnemer was.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting in het Dagblad voor West-Friesland wordt gepubliceerd.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 21 februari 1986 door Mr. M.J.P. Verburgh, voorzitter, J. de Troye, Mr. G. Dullens, Mr. F. Kuitenbrouwer en Drs. J.M.M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A.C.M Karsten, secretaris.

RvdJ 1986, 1.