1985/5 ongegrond

F. Schneider contra Tubantia

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van de heer F. Schneider tegen de hoofdredacteur van Tubantia

DE KLACHT

Bij brief van 2 november 1984 hebben de heer F. Schneider alsmede de fractie Keerpunt '82 van de Deldense gemeenteraad (klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredactie van Tubantia, de heer W. P. Timmers en tegen de heer Drs. J. M. M. Haverkate, reportage-redacteur van Tubantia (betrokkenen). Bij brieven van 17 december 1984 en 7 januari 1985 hebben betrokkenen zich verweerd. Hierop is schriftelijk d.d. 13 januari 1985 gereageerd door klager. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 maart 1985. Betrokkenen verschenen in persoon en klagers lieten schriftelijk weten niet ter zitting aanwezig te zullen zijn.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. In het dagblad Tubantia, dagblad van het Oosten en het Hengelo's Dagblad van 22 september 1984 verscheen onder de titel 'Stadhuis op stelten' een reportage van de hand van Drs. Haverkate. Het artikel gaat over 'De lijdensweg van dertig jaar Deldense dorpspolitiek'. Met name de wijze van oppositievoeren binnen de Deldense gemeentepolitiek van de partijen Gemeentebelangen en Keerpunt '82, in het bijzonder in de figuur van de heer F. Schneider, wordt beschreven. Als kenmerken van deze wijze van oppositievoeren worden genoemd: brieven schrijven aan de raad, het weglopen uit de raadsvergadering, zich via advertenties en ingezonden brieven in plaatselijke bladen rechtstreeks tot de kiezers wenden en het uiten van verdachtmakingen aan het adres van B. en W en andere raadsfracties. In het artikel worden o.a. de burgemeester, vertegenwoordigers van de andere raadsfracties en de lijsttrekker van Keerpunt '82 aan het woord gelaten. Recente aanleiding voor de reportage vormde het volgende incident. Als reactie op de grote stroom van ingezonden stukken van Keerpunt ' 82 had het college van B en W besloten deze via een stencil te beantwoorden in de zin van voor kennisgeving aangenomen. Toen een schriftelijke reactie daarop van Keerpunt '82 eveneens als ingezonden stuk voor kennisgeving werd aangenomen verlieten de fractieleden van deze partij de raadsvergadering.

STANDPUNTEN VAN KLAGERS EN BETROKKENEN

Klagers maken bezwaar tegen de navolgende passages uit het artikel:

'Nu zijn er in elk dorp wel ontevreden burgers die zich door wie of wat dan ook in het gemeentelijk beleid tekort gedaan voelen. Vinden deze belangengroeperingen geen weerklank binnen de traditionele partijkaders, dan ontstaat er een uitstekende voedingsbodem voor het optreden van politieke figuren van het type Hadjememaar die zich op persoonlijke titel kandidaat stellen voor de gemeenteraad en daar als spreekbuis gaan optreden van de zwijgende minderheid van ontevredenen. Als de Hadjememaars van Stad Delden hebben in de afgelopen dertig jaar twee plaatselijke grootheden dienst gedaan, de inmiddels overleden oud aannemer Hubert Kieboom en Frans Schneider, eigenaar van een groot winkelcomplex in de gemeente en voormalig textieltabrikant Ter Stege'.

Vervolgens:

'Het duo Kieboom-Schneider ontwikkelde in de loop der jaren een typisch Deldense wijze van oppositie voeren die bij een bepaalde groep inwoners klaarblijkelijk in de smaak viel. Een van hun voornaamste trucs was bijvoorbeeld het consequent afschilderen van ambtenaren, burgemeester en wethouders als stomkoppen en luieriken die belastingcenten over de balk gooien en omkoopbaar zijn. Dat ging er altijd in. Het luidruchtig en onder protest weglopen uit raadsvergaderingen was een andere truc evenals het schrijven van een eindeloze stroom brieven aan de raad die bijna allemaal wegens beledigende strekking niet in behandeling werden genomen'.

En vervolgens:

'Dat deze vorm van politieke cultuur in Delden school heeft gemaakt, moge duidelijk zijn. Keerpunt '82, dat ontstond uit een plaatselijk actiecomité tegen het centrale antennesysteem en de bouw van een te duur gemeentehuis, is een wedergeboorte van de lijst Gemeentebelangen'.

In deze passages wordt de heer F. Schneider als een Hadjememaar betiteld. Een Hadjememaar is een clochard die in 1921 als lijsttrekker voor de rapaljepartij als politieke stunt in de gemeenteraad van Amsterdam werd verkozen. Daarnaast wordt in het artikel gesteld dat de heer F. Schneider consequent ambtenaren en B en W afschilderde als stomkoppen en luierikken, die belastingcenten over de balk gooien en omkoopbaar zijn. Impliciet wordt hiermee de politieke cultuur van Keerpunt '82 aangegeven als die van een stelletje Hadjememaars, clochards en zuiplappen die B en W en de ambtenaren als stomkoppen en omkoopbaar betitelen. Voorts is onjuist dat een eindeloze stroom brieven door Keerpunt is geschreven die bijna allemaal wegens beledigende strekking niet in behandeling is genomen. Klagers dagen betrokkenen uit de aan de kaak gestelde zaken gedocumenteerd hard te maken. Zo zij daarin niet slagen verzoeken zij de Raad dit gedrag te veroordelen.
Betrokkenen stellen zo waarheidsgetrouw en zorgvuldig mogelijk in de reportage een portret te hebben gegeven van de gemeentepolitiek in het stadje Delden. Centraal daarbij stond de typering van de oppositiepolitiek van Gemeentebelangen en Keerpunt '82. Daarbij konden de namen van de lijsttrekker niet onvermeld blijven. Welke wijze van oppositievoeren nu precies aan de een of aan de ander moesten worden toegeschreven is in het artikel niet aan de orde. Waar feiten in de reportage worden genoemd zoals het weglopen uit vergaderingen, het schrijven van brieven en dergelijke hebben zij zich op verifieerbare gegevens gebaseerd zoals op gemeenteraadsverslagen. Waar de mening over het college van B en W, raadsleden en ambtenaren is weergegeven zijn zij afgegaan op uitlatingen daarover van andere raadsleden en effecten daarvan op raadsvergaderingen. Wat betreft de term Hadjememaar, blijkt uit de context van het verhaal duidelijk hoe het begrip wordt gebruikt. Te weten als een vergelijking, die uitsluitend betrekking heeft op het optreden van het politieke mechanisme: onvrede die zijn uitweg niet kan vinden in de gevestigde politieke orde, maar wel via een plaatselijke beroemdheid, waarvan de oppositie-strategie nogal eens anti-democratische kenmerken vertoont. In het verhaal wordt op geen enkele wijze een toespeling gemaakt op andere aspecten van het Hadjememaarimago of diens zwerverschap en dronkenschap.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad acht de klacht zoals hierboven omschreven ongegrond. Uit de context blijkt duidelijk op welke wijze het begrip Hadjememaar is gebruikt, namelijk niet in beledigende maar in overdrachtelijke zin. De--niet door de klagers geciteerde--tekst direct volgende op hun eerste citaat luidt: 'Twee kaartvrienden en vrije jongens-oude-stijl van het soort van Nicolaas Bonte uit de tv-serie Dagboek van een Herdershond. Financieel en sociaal zo onafhankelijk dat ze zich een grote mond konden permitteren, maar ook weer niet zo hoog boven de gewone man verheven dat de plaatselijke bevolking zich niet met hen vereenzelvigen kon'. Ten aanzien van de gewraakte feiten en beweringen is door betrokkene voldoende documentatie aangevoerd die niet of in onvoldoende mate door klager is bestreden. Uit die documentatie blijkt dat betrokkenen zich voor deze reportage van dertig jaar Deldense gemeentepolitiek terdege hebben georiënteerd en dat zij niet op losse beweringen zijn afgegaan. Slechts van één zinsnede: 'het schrijven van een eindeloze stroom brieven aan de raad die vrijwel allemaal wegens beledigende strekking niet in behandeling werden genomen' kan worden gesteld dat deze overtrokken is. Dit doet echter aan de zorgvuldigheid waarmee het, bijna 11/2 pagina beslaande, artikel is geschreven niet af.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in het dagblad Tubantia, dagblad van het Oosten en het Hengeloos Dagblad.

Aldus vastgesteld ter zitting van 7 maart 1985 door Mr. H. B. Vroom, voorzitter, D. F. Houwaart, Mw. Mr. T. Faber-de Heer, Mr. F. Kuitenbrouwer, Mr. T. Lücker in aanwezigheid van Mw. Mr. M. P. Galama-Kuipers, plaatsvervangend secretaris.

RvdJ 1985, 5.