1985/4 ongegrond

C. M. Heres contra Conny Sluysmans

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van C. M. Heres tegen Conny Sluysmans

DE KLACHT

Bij brief van 29 oktober 1984 met één bijlage heeft mr. J. Mol te Amsterdam namens mevrouw C. M. Heres aldaar (klaagster) een klacht ingediend tegen de journaliste Conny Sluysmans. Bij brief van 18 december 1984 heeft J. Fahrenfort, hoofdredacteur van het dagblad De Telegraaf, tegen de klacht verweer gevoerd. Bij brief van 17 januari 1985 met één bijlage heeft klaagster haar klacht nader toegelicht. De Raad heeft op grond van de stukken op 21 februari 1985 over de zaak beslist.

DE FEITEN

Betrokkene voert in het dagblad De Telegraaf de rubriek 'Open Huis'. In het voorjaar van 1984 werd in deze rubriek aandacht besteed aan problemen tussen moeder en dochters. Naar aanleiding hiervan heeft klaagster op 19 maart 1984 een brief geschreven aan betrokkene waarin zij haar problemen met haar twee dochters belicht. Deze brief is door betrokkene gepubliceerd in de desbetreffende rubriek in De Telegraaf van 26 mei 1984 onder vermelding van de volledige naam en de woonplaats van klaagster.

DE STANDPUNTEN VAN KLAAGSTER EN BETROKKENE

Klaagster meent dat betrokkene bij publikatie van haar brief haar naam en woonplaats niet had mogen vermelden, doch gebruik had moeten maken van initialen, nu deze brief zeer vertrouwelijke informatie bevatte. Volgens klaagster had betrokkene moeten begrijpen dat deze informatie niet voor integrale publikatie bestemd was.

Betrokkene heeft er op gewezen dat in de desbetreffende rubriek regelmatig citaten en brieven van lezers worden gepubliceerd. Wanneer verzocht wordt geen naam te noemen dan wel een pseudoniem of initialen, worden die wensen geëerbiedigd. Gebeurt dit niet en wordt ook niet gevraagd de brief als vertrouwelijk te beschouwen dan acht betrokkene zich vrij tot publikatie over te gaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klaagster meent dat betrokkene de aan haar gezonden brief niet integraal mocht publiceren nu die brief vertrouwelijke informatie bevatte. De Raad meent echter dat klaagster gezien de aard van de rubriek, waarin regelmatig brieven met naam en toenaam van de schrijvers worden gepubliceerd, op openbaarmaking van haar brief bedacht had moeten zijn en, indien zij bezwaar had tegen vermelding van haar naam en woonplaats, dit tijdig aan betrokkene kenbaar had dienen te maken. De inhoud van haar brief paste in het toenmalige onderwerp van de rubriek.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene in de gegeven omstandigheden tot integrale publi-
katie van de door klaagster gezonden brief mocht overgaan en dat de klacht ongegrond is.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze publikatie integraal of in samenvatting in De Telegraaf wordt gepubliceerd.

Aldus vastgesteld in de zitting van de Raad van 21 februari 1985 door Mr. R. de Waard, voorzitter, J. L. de Troye, O. Postma ing., Drs. H. W. M. van Run, J. M. P. J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van Mr A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1985, 4.