1985/28 deels gegrond

A. Koreman contra Nieuwe Revu

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van A. Koreman tegen de hoofdredacteur van de Nieuwe Revu en Hans Wierenga

In een brief van 8 september 1984 heeft mevrouw A. Koreman te Amsterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen Derk Sauer als hoofdredacteur van de Nieuwe Revu en Hans Wierenga (betrokkenen). In een rapport van 31 bladzijden van 17 oktober 1984 heeft klaagster haar klacht nader toegelicht. Betrokkenen hebben in een verweerschrift van 13 november 1984 op de klacht geantwoord. De behandeling van de zaak is geruime tijd aangehouden op verzoek van klaagster in verband met door haar bij het Openbaar Ministerie ingediende klachten en verzoeken om informatie. In een brief van 21 oktober 1985 met 11 bijlagen heeft Mr. H. F. Doeleman, advocaat te Amsterdam, de klacht verder toegelicht. Betrokkenen hebben hierop schriftelijk geantwoord.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 december 1985. Klaagster was in persoon aanwezig samen met haar advocaat Mr. H. F. Doeleman. Betrokkene Wierenga was eveneens in persoon verschenen samen met Mr. F. N. Vlaar. advocaat te Amsterdam.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. Op 9 december 1983 overleed te Nijmegen de 22-jarige Mario Grishaver. Op 13 december 1983 verscheen in De Volkskrant een rouwadvertentie met de volgende tekst.

Heroïne heeft weer een slachtoffer geëist.
Op 9 december overleed te Nijmegen op 22 jarige leeftijd MARIO GRISHAVER. Namens de familie W. R. O. Grishaver Mario Grishaver is een zoon uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van klaagster en W. Grishaver. Uit dit huwelijk werden 7 kinderen geboren. Na 9 jaar is dit gezin uit elkaar gevallen. Als gevolg hiervan werd Mario op de leeftijd van 2 jaar ondergebracht in een pleeggezin. Ook de andere kinderen werden ondergebracht in een pleeggezin of een tehuis.

Klaagster woont in Amsterdam met drie kinderen uit een tweede huwelijk. Met Mario heeft zij na diens opname in het pleeggezin geen contact meer gehad. Met een aantal andere kinderen heeft zij nog wel contact. De advertentie in De Volkskrant is geplaatst door een broer van Mario.
In de Nieuwe Revu van 30 augustus 1984 is onder de titel 'Mario (22) wilde eindelijk rust' een artikel verschenen van de hand van betrokkene Wierenga over de achtergrond van de dood van Mario Grishaver. In het artikel komen o.a. aan het woord de pleegmoeder van Mario, twee van zijn broers en een medepatient uit een psychiatrische inrichting. Zowel de pleegmoeder als de broers gaan uitvoerig in op de ontwrichting van het gezin Grishaver en de rol, die de ouders daarin hebben gespeeld. Over de vader wordt o.a. meegedeeld dat hij zich schuldig maakte aan crimineel gedrag waardoor hij veel in gevangenissen heeft verbleven. Ten aanzien van de moeder wordt o.a. gezegd dat zij de kinderen in de steek heeft gelaten. Bij het artikel zijn afgedrukt de advertentie uit De Volkskrant en een foto van Mario.

DE STANDPUNTEN VAN KLAAGSTER EN BETROKKENEN

De Raad vat de bezwaren van klaagster als volgt samen.
1. Klaagster heeft het artikel ervaren als een inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer en een bedreiging voor de veiligheid van haar gezin. Klaagster meent dat zij door het openlijk gebruik in het artikel van de naam Grishaver herkenbaar is, ook al draagt zij deze naam zelf niet meer. In de buurt waarin zij thans woont, kent iedereen haar als de moeder van de kinderen Grishaver. Er wonen leden van de familie Grishaver vlakbij haar. Het artikel heeft negatieve reacties opgeroepen, o.a. bij één van haar dochters. Dit heeft geleid tot bedreigingen van de zijde van die dochter van zodanige aard, dat politieassistentie nodig is geweest.
Klaagster meent dat het in het artikel voorgesteld wordt alsof de vroegtijdige dood van Mario haar schuld is. Klaagster wijst erop dat volgens de brief van de Officier van Justitie te Arnhem van 8 augustus 1985 de doodsoorzaak niet vaststaat en dus ook niet of het inderdaad een zelfmoord geweest is.
2. Klaagster meent dat het artikel niet geschreven en gepubliceerd had mogen worden zonder dat zij gehoord werd. Zij had dan haar visie kunnen geven op al hetgeen door de anderen over haar is gezegd en had alle beschuldigingen aan haar adres kunnen weerspreken.
Betrokkenen menen dat klaagster niet herkenbaar is uit het artikel behalve voor ingewijden. Die zouden haar echter ook herkend hebben wanneer de naam Grishaver niet gebruikt was of wanneer met initialen gewerkt was. Bovendien was door de advertentie van de broer van Mario Grishaver al in het openbaar gesteld dat het om een heroïnedood ging.
Betrokkenen vonden het niet nodig klaagster te horen. Immers, klaagster had sinds de zeer prille jeugd van Mario geen contact meer met hem gehad. De bedoeling van het artikel was een beschrijving te geven van de levensloop van Mario Grishaver en de achtergronden van zijn vroege dood. De journalist heeft dit zo zorgvuldig mogelijk gedaan door de pleegmoeder en de broers van Mario zo veel mogelijk zelf aan het woord te laten. Betrokkenen ontkennen dat in het artikel klaagster wordt aangewezen als de uiteindelijke schuldige aan de voortijdige dood van Mario. Ook dat was dus geen reden klaagster te horen.
Betrokkenen menen dat de volgende koppen:
't was een kind van een criminele vader en een labiele moeder dan weet je wel',
't was bij hem geen kwestie van een overdosis, er is een hele lijdensweg aan vooraf gegaan. Hij heeft in een rotwereld geleefd',
'Mijn vader en moeder zijn er ooit vandoor gegaan en hebben gezegd: laat de boel maar stikken. Daarvan zijn wij het slachtoffer geworden'.
welke koppen tussen de interviews staan, niet suggereren dat de schuld bij de ouders gezocht moet worden. De bedoeling van het artikel is duidelijk te maken dat de maatschappij niet bij machte is gebrek aan liefde en tekortkomingen in de jeugd van mensen op te vangen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad zal de bezwaren van klaagster afzonderlijk bespreken.
De Raad is van oordeel dat de persoonlijke levenssfeer van klaagster en de veiligheid van haar gezin door het artikel niet in het geding zijn gekomen. Hoewel klaagster 9 jaar lang de naam Grishaver heeft gedragen acht de Raad het, mede gezien het feit dat sedertdien twintig jaar zijn verstreken, onaannemelijk dat klaagster door derden uit het artikel herkend zal worden. De door klaagster zelf genoemde negatieve reacties waren afkomstig van buurtbewoners of familie, derhalve uit een kring van personen waarbinnen het verleden van klaagster reeds bekend was.
Anders dan betrokkenen is de Raad van oordeel dat klaagster uit het artikel naar voren komt als één van de hoofdpersonen op de achtergrond. De tekortkomingen in de jeugd van Mario zijn immers zowel volgens de pleegmoeder als de broers van Mario terug te voeren op het gedrag van o.a. klaagster. Nu vanuit de visie van de schrijver van het artikel, Hans Wierenga, het accent lag op de onmacht van de maatschappij tot een passende reactie hierop acht de Raad het evenwel niet onzorgvuldig dat hij het niet nodig geoordeeld heeft klaagster te horen, ook al werd zij in het overige door hem verzamelde materiaal steeds genoemd.
De Raad meent echter dat door de bovenaangehaalde tussenkoppen wel degelijk de suggestie wordt gewekt als zou klaagster gezien moeten worden als hoofdschuldige aan het ongelukkige leven en de voortijdige dood van Mario. Deze vorm van publikatie had niet geko
zen mogen worden zonder dat klaagster in de gelegenheid was gesteld haar weerwoord te geven. Als eindverantwoordelijke voor de tussenkoppen had de hoofdredacteur van de Nieuwe Revu, Derk Sauer, hierop moeten toezien.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat door de tekst van het artikel van Hans Wierenga over de dood van Mario Grishaver geen inbreuk gemaakt is op de persoonlijke levenssfeer van klaagster en dat het artikel evenmin een bedreiging vormt voor de veiligheid van haar gezin, omdat zij uit het artikel voor derden niet herkenbaar is.
De Raad is voorts van oordeel dat Hans Wierenga niet onzorgvuldig heeft gehandeld door klaagster niet te horen, omdat hij in zijn artikel het accent heeft willen leggen op de onmacht van de maatschappij en niet op de persoon van klaagster.
De Raad meent echter dat de hoofdredacteur van de Nieuwe Revu wel onzorgvuldig heeft gehandeld door toe te laten dat het artikel voorzien werd van tussenkoppen, die suggereren dat klaagster de hoofdschuldige op de achtergrond is, zonder dat klaagster ook zelf was gehoord.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in de Nieuwe Revu te publiceren, althans dat te bevorderen.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 19 december 1985 door Mr. R. de Waard, voorzitter, D. F. Houwaart, Mr. T. Faber-de Heer, Mr. A. J. Heerma van Voss en T. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1985, 28.