1985/26 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van H. Veen tegen Gerard den Elt (AD)

Bij brief van 3 november 1985 met vier bijlagen heeft H. Veen te Klaaswaal mede namens zijn echtgenote (klagers) een klacht ingediend tegen de journalist Gerard den Elt (betrokkene). Bij brief van 22 november 1985 heeft deze zich tegen de klacht verweerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 december 1985. Klagers en betrokkene waren in persoon aanwezig.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. Op 30 augustus 1985 werden Bianca Veen, dochter van klagers, en haar vriend Herman van Bokkem in hun huis neergeschoten door de vroegere vriend van deze dochter. Zij was op slag dood; haar vriend Herman van Bokkem overleed korte tijd later.
In het Algemeen Dagblad van 12 oktober 1985 is onder de kop 'Liefde in bloed gesmoord' met daaronder in kleinere letters en tussen aanhalingstekens 'Als hij ons vermoordt worden we toch naast elkaar begraven...' een artikel van betrokkene geplaatst over deze zaak. Bij het artikel zijn twee portretfoto's afgedrukt: eén van Bianca Veen en één van Herman van Bokkem. Beiden worden in het artikel met naam en toenaam genoemd.

DE STANDPUNTEN VAN KLAGERS EN BETROKKENE

Klagers hebben de volgende bezwaren geuit.
1. Zij zijn ten onrechte door betrokkene niet vooraf geraadpleegd of zelfs maar in kennis gesteld van het voorgenomen artikel.
2. De foto van hun dochter is dan ook zonder hun toestemming afgedrukt.
3. Het artikel bevat een aantal onjuistheden. Met name is onjuist dat het dochtertje van Bianca geestelijk gehandicapt is en moederziel alleen op de wereld zou staan. Klagers hebben als grootouders veel contact met het kind dat wegens een lichte hersenbeschadiging ontstaan bij de geboorte een ontwikkelingsachterstand heeft in verband waarmee zij in een tehuis verblijft. Onjuist is ook dat hun dochter Bianca meer dan eens in een Blijf van mijn Lijf-huis verbleven zou hebben. Dit is slechts eenmaal het geval geweest.

Klagers voelen zich door al het bovenstaande gekrenkt. Zij menen dat de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad op hun verzoek om rechtzetting niet afwijzend had mogen reageren.

Betrokkene heeft gesteld dat het artikel tot stand is gekomen naar aanleiding van het feit dat de ouders van Herman van Bokkem om publiciteit hebben gevraagd. De algemene be-
leidslijn van het Algemeen Dagblad is dat de nabestaanden van slachtoffers van een misdrijf nooit worden benaderd. In dit geval wilde de familie Van Bokkem de naam van hun zoon gezuiverd hebben. In het oorspronkelijke nieuwsbericht van 31 augustus 1985 in het Algemeen Dagblad over de zaak was de suggestie gewekt dat de moord een afrekening vanuit de onderwereld betrof. Deze suggestie was gebaseerd op informatie van de politie.
Omdat hij door nabestaanden van een van de slachtoffers werd benaderd ging hij ervan uit dat ook de ouders van Bianca Veen op de hoogte waren en geen bezwaar hadden tegen publiciteit. Uit zijn gesprekken met de familie Van Bokkem bleek hem op geen enkele wijze dat de familie Veen bezwaren zou hebben. Hij heeft de familie Veen niet zelf benaderd omdat dit niet strookt met de bovengenoemde beleidslijn.
Betrokkene meent dat de familie en niet geschaad is door het artikel omdat daarin niets vermeld staat over hun persoonlijke omstandigheden. Het artikel bevat voorts uitsluitend informatie, die van de familie Van Bokkem werd verkregen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad ziet als kern van deze klacht het feit dat over de moord op de dochter van klagers is gepubliceerd en dat daarbij een foto van deze dochter is afgedrukt zonder dat hierover tevoren contact is geweest met klagers als ouders van het meisje.
De Raad is van oordeel dat nabestaanden van slachtoffers van een misdrijf met rust gelaten moeten worden indien geen publieke belangen in het geding zijn. Betrokkene heeft op die rust en de privé-sfeer van klagers inbreuk gemaakt door publikatie van de foto en de eerder genoemde feiten. Dat had hij niet mogen doen zonder toestemming van klagers. Het enkele feit dat de ouders van een van de slachtoffers contact zochten mocht voor betrokkene niet voldoende zijn om aan te nemen dat ook de ouders van het andere slachtoffer op de hoogte waren en geen bezwaren hadden. Het verweer van betrokkene dat de nabestaanden van slachtoffers nooit door de krant benaderd worden om hun rust en privacy niet te verstoren gaat in deze zaak niet op nu de krant eenmaal besloten had wel tot publikatie over te gaan waardoor des te meer de rust en privacy van de nabestaanden in het geding komt.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene zijn artikel met achtergrondinformatie over de moord op Bianca Veen en haar vriend Herman van Bokkem niet had mogen schrijven zonder ook de ouders van Bianca Veen te hebben gehoord en zonder zich ervan vergewist te hebben dat de ouders van Bianca Veen instemden met publikatie van haar foto en van de op Bianca en haar dochtertje betrekking hebbende persoonlijke feiten, ook al was de aanleiding voor het artikel het feit dat de ouders van Herman van Bokkem de publiciteit zochten.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting in het Algemeen Dagblad wordt gepubliceerd.

Aldus vastgesteld in de zitting van de Raad van 6 december 1985 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. P. J. Boukema, O. Postma ing., A. G. Scherphuis en Drs. H. W. M. van Run, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1985, 26.