1985/24 ongegrond

A. Kuipers contra C. Vellekoop

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van A. Kuipers tegen C. Vellekoop

Bij brief van 16 april 1985 en aanvullende brief van 3 juni 1985 met 10 bijlagen heeft A. Kuipers (klager) te Groningen een klacht ingediend tegen de journalist C. Vellekoop (betrokkene). Deze heeft zich tegen de klacht verweerd bij een op 11 juli 1985 bij de Raad ingekomen brief. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 september 1985. Beide partijen waren in persoon aanwezig.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. Klager heeft in opdracht van de gemeente Groningen een ontwerp gemaakt voor hotelwegwijzers voor het centrum van de stad Groningen. De borden werden niet volgens het ontwerp uitgevoerd. Daar aanpassing aan het ontwerp zeer kostbaar zou zijn ging klager akkoord met betaling van een bedrag van f 10.000,- als vergoeding voor de schending van zijn auteursrecht. Dit bedrag werd in december 1979 door het college van B&W van Groningen ten behoeve van klager betaald. Pas in zijn vergadering van 21 januari 1980 werd de Gemeenteraad in de gelegenheid gesteld zich uit te spreken over de door B&W met klager getroffen regeling. De Raad was verdeeld over de noodzaak tot en de juistheid van die regeling. Omdat deze door de betaling van het bedrag van de schadevergoeding al was uitgevoerd hechtte de Raad toch zijn goedkeuring aan het besluit van B&W.
De zaak kreeg een vervolg doordat klager in 1981 en 1982 stappen nam om de administratief-rechtelijk onjuiste gang van zaken aan te vechten bij de Kroon en de Koningin. Als uitvloeisel hiervan kwam de kwestie in het voorjaar van 1984 weer terug bij de Gemeenteraad en B&W van Groningen.
Over het begin van de zaak zijn in het 'Nieuwsblad van het Noorden' van januari 1980 vier publikaties verschenen. Op 17 mei 1980 is een artikel opgenomen waarin klager zelf aan het woord komt. Over het vervolg van de kwestie zijn publikaties verschenen in het Nieuwsblad van het Noorden van 7 oktober 1980,25 maart 1981, 2 juni 1982 en 9 april 1984.

De standpunten van klager en betrokkene

De klacht houdt zakelijk samengevat in dat klager bezwaar heeft tegen de journalistieke begeleiding van zijn conflict met het college van B&W door betrokkene. Het binnen de gemeenteraad geuite cynisme over klagers recht op schadevergoeding werd kritiekloos door betrokkene overgenomen. Hierdoor werd in de krant het beeld bevestigd dat klager een geldwolf zou zijn, zulks geheel ten onrechte daar zijn recht op schadevergoeding stoelt op de wet. Om deze reden adviseerde de stadsadvocaat van B&W ook tot het aangaan van de getroffen schikking. Dat dit laatste ook in de Gemeenteraad aan de orde kwam blijkt niet uit de verslagen in de krant. Betrokkene heeft aldus in feite stelling genomen tegen hem.
Een duidelijk voorbeeld hiervan biedt de publikatie in het Nieuwsblad van het Noorden van 15 januari 1980 waarin de volgende passage voorkomt.

'Juist daarom vond Zunderdorp de schadevergoeding flauwekul: 'Als ik een schilderij koop, kan de kunstenaar mij niet vervolgen als de lijst die ik er om doe hem niet bevalt. Kan de gemeente die borden ooit weer weghalen als ze niet meer nodig zijn, of krijgen we dan nieuwe schadeclaims bij het verwijderen van deze stukjes levenswerk?' Hij kondigde aan tot op het bot te zullen uitzoeken of de gemeente onder de schadevergoeding uit kan. 'Het stuit mij tegen de borst om onder het juk door te gaan van iemand die alleen maar op geld uit is'. Daaraan hebben wij niets toe te voegen'.

Naar de mening van klager had betrokkene hem om commentaar moeten vragen. Pas na een initiatief van zijn kant is hij aan het woord gekomen in het op 17 mei 1980 opgenomen artikel. Hierdoor is echter het scheve beeld, dat van hem is gegeven, niet voldoende gecompenseerd. De publikaties uit de jaren 1981, 1982 en 1984 hebben toch weer de vroegere toonzetting: hij wordt daarin niet serieus genomen.

Betrokkene heeft zich als volgt verweerd.
1. De eerste artikelen uit januari 1980 zijn gebaseerd op openbare stukken en openbare verslagen. Er was geen noodzaak of verplichting van zorgvuldigheid om klager daarover te horen. Ook bij verslaggeving mag een journalist laten blijken bij wie zijn sympathie ligt. Overigens bevat o.a. het artikel van 22 januari 1980 ook de weergave van het standpunt van wethouder Wallage, die de rechtvaardigheid van schadevergoeding ten volle onderschreef. Langs die weg is de kant van klager in de verslaggeving aan de orde geweest.
2. Betrokkene meent dat door het artikel van 17 mei 1980 volledig rechtgedaan is aan het standpunt van klager.
3. De lagere publikaties zijn gematigd van toon.

Beoordeling van de klacht

De Raad is van oordeel dat betrokkene in het begin van de zaak wellicht meer moeite had kunnen doen om de visie van klager te belichten. Ook de door klager aangehaalde persoonlijke slotopmerking van betrokkene in de publikatie van 14 januari 1980 had beter achterwege kunnen blijven. Daar staat tegenover dat klager zelf weinig voortvarend is geweest in het nemen van initiatieven om zijn standpunt kenbaar te maken. Toen dit gebeurde heeft betrokkene klager in het artikel van 17 mei 1980 daartoe ruimte gegeven. Hierdoor is voor wat betreft de eerste fase van de aangevallen publikaties voldoende recht gedaan aan de belangen van klager, die in de eerdere verslaggeving enigszins onderbelicht waren gebleven. Naar het oordeel van de Raad zijn de latere publikaties niet onnodig grievend van toon of inhoud

Beslissing

De Raad is van oordeel dat de serie publikaties over het conflict van klager met de gemeenteraad en het college van B&W van Groningen over het geheel genomen niet onzorgvuldig zijn jegens klager. De klacht is ongegrond.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 26 september 1985 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. G. Dullens, Mr. L. van Vollenhoven, Mr. F. Kuitenbrouwer en Drs. J. M. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Nieuwsblad van het Noorden te publiceren.

RvdJ 1985, 24.