1985/23 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van M.E. Franken tegen John Drieskens en Leon de Galan

Bij brief van 12 juli 1985 heeft mr. R.A. Kiek te Den Haag namens Michael Edward Franken te Den Haag (klager) een klacht ingediend tegen de journalisten John Drieskens en Leon de Galan alsmede tegen uitgeverij Spaarnestad B.V. te Haarlem (betrokkenen). Bij brief van 12 augustus 1985 van mr. P.A.M. Hendrick hebben betrokkenen zich tegen de klacht verweerd Met instemming van partijen heeft de Raad over de klacht beslist zonder mondelinge behandeling op grond van de gewisselde stukken

De feiten

De Raad gaat uit van de volgende feiten. Bij beslissing van 6 december 1984 heeft de Raad een eerdere klacht van M.E. Franken tegen John Drieskens en Leon de Galan als hoofdredacteur respectievelijk verslaggever van het weekblad Panorama over een artikel in dat blad van 20 april 1984 gegrond verklaard. In deze beslissing heeft de Raad Drieskens en De Galan verzocht de beslissing integraal of in samenvatting in het weekblad Panorama te publiceren. Aan dit verzoek tot publikatie hebben zij niet voldaan.

De standpunten van klager en betrokkenen

Klager is van oordeel dat betrokkenen door hun weigering de beslissing van de Raad van 6 december 1984 te publiceren de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Klager meent dat de verplichting tot opvolging van het verzoek tot publikatie volgt uit verschijning voor de Raad en het zich aldus onderwerpen aan de beoordeling van klachten door de Raad. Klager is van oordeel dat ook de uitgever van het blad Panorama verantwoordelijkheid draagt voor de weigering, reden waarom hij, anders dan bij de eerdere klacht, ook uitgeverij Spaarnestad B.V thans in de klacht heeft betrokken.
Betrokkenen hebben in de eerste plaats aangevoerd dat uitgeverij Spaarnestad B V geen journalist in de zin van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek is, zodat gedragingen van uitgeverij Spaarnestad B.V. niet vallen binnen de in het Reglement gestelde grenzen van de beoordelingsbevoegdheid van de Raad. Volgens betrokkenen heeft uitsluitend de uitgever het in zijn macht de beslissing van de Raad te publiceren zodat het achterwege blijven van de gevraagde publikatie niet aan betrokkenen kan worden verweten en de Raad de zaak buiten behandeling moet laten Voor het geval de Raad zich wel ontvankelijk zou achten hebben betrokkenen gesteld dat klager zich tot de burgerlijke rechter dient te wenden indien hij meent dat hij als gevolg van niet-inwilliging van het verzoek in zijn belangen is geschaad.

Beoordeling van de klacht

Ingevolge artikel 7 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek heeft het bestuur van de stichting een reglement opgesteld voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek. Volgens artikel 8 lid 5 onder 8 van dit reglement dient iedere beslissing van de Raad te bevatten. 'een verzoek aan betrokkene de beslissing van de Raad in het publiciteitsmedium naar aanleiding waarvan het klaagschrift werd ingediend integraal of in samenvatting te publiceren c.q. uit te zenden'. Het reglement voorziet aldus niet in een verplichting tot publikatie, maar slechts in een verzoek daartoe Een verplichting zou ook niet in overeenstemming zijn met het karakter van de beslissingen van de Raad en de procedure voor de Raad, die voor een groot deel gebaseerd zijn op vrijwillige medewerking van de in een klacht betrokken journalist. Indien die medewerking wordt verleend leidt dat niet tot een verplichting te voldoen aan het verzoek tot publikatie als voorzien in het Reglement, hoe zeer de Raad ook van oordeel is dat de zin en betekenis van zijn beslissingen aan waarde winnen door publikatie daarvan in het medium waarop de klacht betrekking heeft.
De onderhavige klacht is niet ontvankelijk voorzover deze gericht is tegen uitgeverij Spaarne-
stad B.V. omdat deze geen journalist is in de zin van het Reglement van de Raad. Dit laat echte onverlet behandeling van de klacht tegen John Drieskens en Leon de Galan, daar naar het oordeel van de Raad de redactie zelfstandig kan beslissen over publikatie van een beslissing van de Raad in zijn orgaan.

Beslissing

De Raad is van oordeel dat de weigering tot publikatie van de beslissing van de Raad voor de Journalistiek van 6 december 1984 overeenkomstig het verzoek van de Raad in die beslissing geen gedraging oplevert waardoor grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in het weekblad Panorama te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 26 september 1985 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. G. Dullens, Mr. L. van Vollenhoven, Mr. F. Kuitenbrouwer en Drs. J. M. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1985, 23.