1985/21 ongegrond

N.V. Houtrust contra NOS-journaal

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van de N. V. Houtrust Maatschappij voor Recreatieve Voorzieningen tegen de hoofdredacteur van het NOS-journaal.

Bij brief van 24 mei 1985 en aanvullende brief van 7 juni 1985 heeft de N.V. Houtrust Maatschappij voor Recreatieve Voorzieningen te Den Haag (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het NOS-journaal (betrokkene). Bij brief van 27 juni 1985 heeft T. Kamlag, plaatsvervangend hoofdredacteur van het NOS-journaal, namens betrokkene tegen de klacht verweer gevoerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 september 1985. Klaagster werd op die zitting vertegenwoordigd door haar directeur, J. R. Verwijnen, en betrokkene door T. Kamlag voornoemd.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. Op 13 mei 1985 vond ter gelegenheid van het bezoek van de Paus aan Nederland een eucharistieviering plaats met zieken en gehandicapten in een van de hallen van het Houtrustcomplex te Den Haag. Het NOS-journaal heeft in het bulletin van 20.00 uur van 13 mei 1985 hieraan aandacht besteed. Daarbij werd de volgende tekst gebruikt.
'Die dag was voor de Paus begonnen met een eucharistieviering in de Houtrusthallen. Daar waren 2600 mensen bijeen: zieken, gehandicapten en hun verzorgers. Veertig bedden hadden gele dekens en witte lakens, de pauselijke kleuren. De honderden zieken hadden duidelijk lang naar deze dag toegeleefd. Jammer was het wel dat de geluidsinstallatie niet al te best van kwaliteit was'.
Hierna werd een deel van de door de Paus gehouden toespraak uitgezonden.

DE STANDPUNTEN VAN KLAAGSTER EN BETROKKENE

Klaagster heeft tegen de zinsnede 'Jammer was het wel dat de geluidsinstallatie niet al te best van kwaliteit was' de volgende bezwaren geformuleerd.
1. Het NOS-journaal behoorde zich m.b.t. de geluidsinstallatie te onthouden van een kwaliteitsbeoordeling. Dit past niet in een nieuwsbulletin.
2. Door niet te vermelden dat de geluidsverzorging in handen was van de NOS is de indruk gewekt dat Houtrust verantwoordelijk was voor de gebreken in de geluidsweergave. Hierdoor is ten onrechte afbreuk gedaan aan de goede naam van Houtrust ten deze.
3. Het NOS-journaal heeft onzorgvuldig gehandeld door geen rekening te houden met bovengenoemde consequentie van de gewraakte mededeling.
Klaagster heeft nog benadrukt dat naar haar mening juist het gebruik van het woord geluids 'installatie' het publiek op het verkeerde spoor zal zetten. Juist hierdoor is de indruk gewekt dat de technische voorzieningen voor geluidsweergave van de Houtrusthallen niet naar behoren functioneren. De installatie van Houtrust is echter niet gebruikt. De organisatoren hadden in plaats daarvan de geluidsverzorging, ook binnen de Houtrusthallen, overgelaten aan de NOS.

Betrokkene heeft hier het volgende tegenover gesteld.
1. De opmerking over de kwaliteit van de geluidsinstallatie is niet meer geweest dan het constateren van een feit. De kijkers konden dit feit ook zelf constateren uit het uitgezonden deel van de toespraak van de Paus. De stem van de Paus was duidelijk vervormd en slechts met moeite verstaanbaar. Het was van belang dit feit te noemen omdat volgens waarneming van verslaggevers ter plaatse de slechte verstaanbaarheid voor veel zieken en gehandicapten een smet wierp op de gebeurtenis van die dag.
2. Het NOS-journaal was niet op de hoogte van het feit dat de geluidsverzorging binnen de Houtrusthallen verzorgd werd door de NOS-radio. Voor het NOS-journaal deed dit ook niet terzake omdat het niet ging om de oorzaak maar om het feit zelf: de Paus was slecht verstaanbaar.
3. Betrokkene is er niet van overtuigd dat het publiek de schuld zal leggen bij Houtrust.
Indien klaagster direct na de journaaluitzendding van 20.00 uur (of beter nog: daarvoor)contact had gezocht met de redactie had overleg kunnen plaatsvinden over aanpassing van de tekst van de latere bulletins.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Met betrokkene is de Raad van oordeel dat het vermelden van de slechte geluidsweergave van belang was. Door het noemen van dit feit heeft betrokkene niets toegevoegd aan hetgeen voor ieder te constateren was bij de uitzending van een deel van de door de Paus gehouden toespraak. Naar het oordeel van de Raad zal voor het grote publiek het woord 'geluidsinstallatie' dezelfde boodschap overbrengen als het woord 'geluidsweergave'. Die boodschap slaat op het effect, namelijk de slechte verstaanbaarheid, terwijl de oorzaak daarvan in het midden blijft.
De Raad is van oordeel dat op betrokkene geen onderzoeksplicht rustte met betrekking tot de oorzaak nu de tekst van het journaal niets toevoegde aan een reeds constateerbaar feit. Dit wordt niet anders nu de geluidsverzorging in handen was van de NOS-radio, omdat onweersproken is gesteld dat de redactie van het NOS-journaal zelfstandig werkt en geheel los van de NOS-radio.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond. Betrokkene heeft niet onzorgvuldig gehandeld door geen onderzoek in te stellen naar de oorzaak van de in het journaal van 13 mei 1985 genoemde slechte geluidsweergave in de Houtrusthallen.

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van het Reglement voor de Werkwijze van de Raad voor de Journalistiek verzoekt de Raad betrokkene deze uitspraak integraal of in samenvatting in een van de uitzendingen van de NOS op te nemen.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 26 september 1985 door mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, mr. G. Dullens, mr. L. van Vollenhoven, mr. F. Kuitenbrouwer en drs. J. M. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1985, 21.