1985/19 ongegrond

Konijnenberg contra Brabants Dagblad

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van A. Konijnenberg tegen de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad.

Bij brief van 28 januari 1985 met bijbehorende toelichting en aanvullende toelichting van 6 februari 1985 met in totaal drie bijlagen heeft Aernout Konijnenberg te Schijndel (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het "Brabants Dagblad" (betrokkene). Bij brief van 1 maart 1985 met drie bijlagen heeft deze zich tegen de klacht verweerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 september 1985. Klager was in persoon aanwezig evenals betrokkene. Deze laatste is verschenen samen met de redacteuren Henri Verwijmeren en Dick Bekamp.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. In de vergadering van de gemeenteraad van Schijndel van 18 januari 1985 heeft een debat plaatsgevonden over de overschrijding van de geraamde kosten van de verplaatsing van een expeditiebedrijf in verband met de bouw van 36 woningen. In plaats van f 200.000,- bleken die kosten bijna f 500.000,te bedragen. De vergadering werd verslagen in de editie Midden-Brabant van het Brabants Dagblad van zaterdag 19 januari 1985.
In de aflevering van het Brabants Dagblad (editie Midden-Brabant) van 23 januari 1985 is in een met het kopje 'brieven' aangeduide rubriek onder de kop 'Blunders' een ingezonden brief van klager opgenomen over bovengenoemde kwestie. De desbetreffende brief werd door klager op 21 januari 1985 verzonden naar de redactie Ingezonden Brieven met als titel 'Het tumult in de Schijndelse gemeenteraad rond de verplaatsing van het bedrijf Barten'.
In het Brabants Dagblad van 22 januari 1985 (editie Midden-Brabant) is onder de kop 'Plan kritisch opinieblad Schijndel' een bericht verschenen over de voorgenomen uitgave van een nieuw opinieblad onder de titel 'De gebroken klomp' met als redactie het 'P.v.d.A-raadslid Harrie Mulders' en 'P.v.d.A-partijgenoot Aernout Konijnenberg'.
Op 21 januari 1985 heeft te Schijndel de oprichtingsvergadering plaatsgevonden van een lokaal P.v.d.A-Ombudsteam. Hierover is bericht in het Brabants Dagblad van 22 januari 1985.
In het Brabants Dagblad van 26 januari 1985 (editie Midden-Brabant) is als redactioneel commentaar onder de titel 'Daadkracht' aandacht besteed aan de kwestie van de kostenoverschrijding van de verplaatsing van het expeditiebedrijf.

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER EN BETROKKENE

De Raad vat de klacht als volgt samen.
1. De ingezonden brief van klager werd zonder overleg ingekort.
2. Door die inkorting werd het karakter van zijn brief aangetast en werden bepaalde feiten onjuist vermeld.
3. De brief was bedoeld voor de opiniepagina en niet voor de editie Midden-Brabant.
4. De uit de brief weggelaten waardeoordelen werden door de redactie gebruikt voor het commentaar 'Daadkracht'.
De bijkomende klachten zijn de volgende.
5. De naam 'De gebroken klomp' werd hem door een verslaggever van het Brabants Dagblad ontfutseld, namelijk doordat deze voorwendde de naam reeds te kennen.
6. Over het in de publiciteit brengen van de oprichting van een Ombudsteam was met de betrokken journalist een embargo afgesproken waaraan deze zich niet heeft gehouden.

Betrokkene heeft hiertegen het volgende verweer gevoerd.
1. Indien ingezonden brieven te lang zijn is het gebruik dat deze worden ingekort. Aan klager is meegedeeld dat inkorting zou plaatsvinden toen hij telefonisch naar zijn brief informeerde.
2. De essentie van de brief van klager bleef in de ingekorte vorm behouden. De twee feitelijke onjuistheden, die van de inkorting het gevolg waren, zijn gerectificeerd in het Brabants Dagblad van 26 januari nadat klager daarop had gewezen.
3. Of een brief op de opiniepagina wordt geplaatst of in de regio-editie acht betrokkene het vrije beleid van de redactie.
4. Het redactionele commentaar is niet geput uit de ingezonden brief van klager maar o.a. uit het materiaal van de verslaggever, die de vergadering van de gemeenteraad bijwoonde.
Ten aanzien van de bijkomende klachten heeft betrokkene het volgende naar voren gebracht.
5. Het is geen onbehoorlijke journalistiek om door het maken van een suggestieve opmerking bepaalde informatie uit te lokken
6. Er is geen embargo-afspraak gemaakt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad volgt op alle punten het verweer van betrokkene. Met name meent de Raad dat de ingekorte versie van de ingezonden brief van klager wel recht doet aan de strekking van die brief. Klager heeft geen verschillen kunnen noemen, die de Raad tot een ander oordeel hebben gebracht.
Wat betreft het commentaar merkt de Raad op dat daarin gegevens voorkomen, die ontbreken in de ingezonden brief van klager. Dit commentaar is derhalve niet louter een uittreksel van klagers brief, zoals deze heeft betoogd.
De door klager gestelde embargo-afspraak is voor de Raad niet komen vast te staan. De Raad is van oordeel dat van onbehoorlijke journalistiek waarbij betrokkene onder eigen vlaggebruik zou hebben gemaakt van door klager verzameld materiaal geen sprake is. De klacht dient daarom ongegrond te worden verklaard.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Brabants Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 19 september 1985 door Mr. R. de Waard, voorzitter, O. Postma ing., Mr. T. Faber-de Heer, Mr. D.T. Dalmolen en Mw. T. L├╝cker, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1985, 19.