1985/12 deels gegrond

W. van Heerde contra G. Spiering

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van W.G.J. van Heerde tegen G.A. Spiering

Bij brief van 6 maart 1985 met 14 bijlagen heeft W. G. J. van Heerde te Nijkerk (klager) een klacht ingediend tegen G. A. Spiering, chef streekredactie van het "Veluws Dagblad" (betrokkene). Bij brief van 10 april heeft deze zich tegen de klacht verweerd. Partijen hebben vervolgens nog schriftelijk gerepliceerd en gedupliceerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 juni 1985 waarbij beide partijen in persoon aanwezig waren.

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.

In het Veluws Dagblad van 7 februari 1985 is onder de kop 'Flatbewoners boos over uitblijven onderzoek ketels' aandacht besteed aan een verschil van mening tussen de Woningbouwvereniging Nijkerk en een groep van ruim 160 flatbewoners over de verwarming van de flats van de Woningbouwvereniging. Klager is een van de bewoners. In de editie van het Veluws Dagblad van 13 februari daaraanvolgend is onder de kop 'Woningbouwvereniging wellicht slachtoffer van dubieuze adviseur' met als bovenkop 'Uitkomst onderzoek bewonerscomité' een vervolgartikel verschenen. Hierin wordt meegedeeld dat de Woningbouwvereniging zich door het aantrekken van een met name genoemd adviesburo met een dubieuze adviseur heeft ingelaten. Voorts wordt in het artikel gewag gemaakt van een ongewenste band tussen het accountantskantoor, dat de jaarrekening van de Woningbouwvereniging controleert en een (oud) bestuurslid. In de edities van 15 en 20 februari 1985 zijn over dit onderwerp twee nadere artikelen gepubliceerd waarin de berichtgeving van 13 februari wordt aangevallen enerzijds door de Woningbouwvereniging en anderzijds door de bewoners. In de editie van 20 februari 1985 is voorts een commentaar opgenomen onder de titel 'Slechte dienst'. Dit commentaar eindigt met de volgende passages:

'Niettemin maakte hij het rapport openbaar, waarbij hij het deed voorkomen, dat het om een rapport van het bewonerscomité ging. De eerlijkheid gebiedt bekend te maken, dat deze krant niet de wegen heeft bewandeld om te controleren of het rapport inderdaad een officieel stuk van het bewonerscomité was en heeft verzuimd direct een reactie te vragen van de aangeklaagden.
Nu is gebleken dat alle beweringen in het rapport slechts een makkelijk door te prikken zeepbel waren. Door deze manoeuvre, die werd uitgevoerd op uitermate dubieuze gronden, heeft de persoon in kwestie zich een slechte dienst bewezen. Maar veel erger is, dat hij daarmee de groep mensen - die in samenspraak met de woningbouwvereniging doende is een bewonerscommissie in het leven te roepen - op ontoelaatbare wijze in diskrediet heeft gebracht. Bovendien heeft hij de woningbouwvereniging en een aantal adviesbureaus volstrekt ten onrechte in een kwaad daglicht gesteld. De man heeft zich daardoor als deelnemer aan het verkeer in en tussen de flats aan de Van Oldenbarneveltstraat onmogelijk gemaakt'.

De publikaties van 7 en 13 februari zijn geschreven onder verantwoordelijkheid van betrokkene, die van 15 en 20 zijn van zijn hand.

Klagers bezwaren richten zich tegen het artikel van 13 februari 1985 en het commentaar van 20 februari 1985. Het artikel van 13 februari is kennelijk gebaseerd op door hem in de vorm van een persoonlijk persbericht verstrekte informatie. Bedoeld bericht werd door hem aan nog één andere krant aangeboden en eindigt met de vermelding van zijn naam en adres maar ook met die van de vice-voorzitter van de woningbouwvereniging. Het bericht is echter alleen van hem afkomstig. Naam en adres van de vice-voorzitter werden door hem vermeld in verband met het eventueel vragen van commentaar. Hij had zich niet gerealiseerd dat door deze vermelding de vice-voorzitter gezien kon worden als afzender van het persbericht. Hij verstrekte het Veluws Dagblad al eerder in dezelfde vorm, dat wil zeggen als persbericht en met dezelfde twee ondertekenaars, informatie over het conflict tussen een groep bewoners en het bestuur van de woningbouwvereniging inzake de verwarming van de flats. Voorts ging hij er vanuit dat de plaatselijke redactie van het Veluws Dagblad goed op de hoogte was van de plaatselijke verhoudingen en derhalve ook van zijn positie. Hij meent daarom dat in het artikel van 13 februari ten onrechte verwezen wordt naar een onderzoek van een bewonerscomité. Het toen overigens nog in oprichting zijnde comité kijkt hem hierop aan. Ook overigens is het artikel een onjuiste weergave van zijn persbericht. Ook in het commentaar van 20 februari wordt het ten onrechte voorgesteld of hij zijn persbericht gepresenteerd heeft als een rapport van het bewonerscomité. Hij bezorgde op 19 februari een ingezonden brief waarin hij nog op een en ander heeft gewezen.

Betrokkene meent dat het artikel van 13 februari 1985 wel een juiste weergave geeft van het daaraan voorafgaande persbericht en geen verdraaiingen bevat. Hij acht de bij hem en de schrijver van genoemde publikatie ontstane verwarring over de herkomst van de informatie niet verwijtbaar. De ondertekening wekte de indruk dat het ging om informatie, afkomstig van de bewoners van de flats van de woningbouwvereniging Nijkerk mede gezien het feit dat een eerder persbericht, met dezelfde ondertekening, kennelijk wel uit die groep afkomstig was geweest. De inhoud van een persbericht wordt in het algemeen niet nagetrokken. Betrokkene betreurt dat hij in het onderhavige geval niet van die gedragslijn is afgeweken nu het om vrij ernstige beschuldigingen ging. Dit heeft hij in het commentaar van 20 februari 1985 ook ruiterlijk erkend. De van klager afkomstige ingezonden brief heeft hij niet geplaatst omdat het misverstand over de herkomst van de beschuldigingen al in het commentaar werd rechtgezet en de brief overigens geen nieuwe informatie bevat.

Naar het oordeel van de Raad heeft klager de ontstane verwarring over de herkomst van het tweede persbericht zelf opgeroepen door de gebruikte ondertekening, mede in verband met het eerder verschenen persbericht dat diezelfde ondertekening droeg, dat wel aansloot bij de mening van een grote groep bewoners van de flat van woningbouwvereniging Nijkerk en dat tot de - door klager niet als onjuist bestreden - publikatie van 7 februari heeft geleid. De Raad acht het begrijpelijk dat in de publikatie van 13 februari 1985 sprake is van 'bewonerscomité'. Voor het overige bevat de publikatie naar de mening van de Raad geen wezenlijke veranderingen van het persbericht.
In het commentaar van 20 februari 1985 wordt het echter ten onrechte voorgesteld of klager de door hem in het tweede persbericht verstrekte informatie uitdrukkelijk heeft gepresenteerd als afkomstig van een grote groep bewoners. De Raad is niettemin van oordeel dat klager het bewonerscomité niet met zoveel woorden in zijn bericht heeft betrokken en dat dit ook aan betrokkene uit het persbericht en de ingezonden brief van klager bij het schrijven van het commentaar van 20 februari duidelijk had moeten zijn. In zoverre acht de Raad het commentaar van betrokkene jegens klager onzorgvuldig, temeer nu betrokkene in dit commentaar aan een en ander verdere voor klager zeer bezwarende conclusies verbindt.

De Raad is van oordeel dat betrokkene in het commentaar van 20 februari 1985 klager ten onrechte beschuldigt van opzettelijke verkeerde presentatie. In zoverre acht de Raad de klacht gegrond. Voor het overige is deze echter ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting wordt gepubliceerd in het Veluws Dagblad.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 6 juni 1985 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. L. van Vollenhoven, Mr. F. Faber-de Heer, Mr. A. J. Heerma van Voss en Mr. F. Kuitenbrouwer, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1985, 12.