1985/10 gegrond

C. Boer contra Den Elt en Gebuys

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van C. Boer tegen G. den Elt en B. Gebuys.

Bij brief van 23 december 1984 met één bijlage heeft C. Boer te Stolwijk (klager) een klacht ingediend tegen de journalist G. den Elt en de foto-journalist B. Gebuys (betrokkenen). Bij brief van 11 januari 1985 met één bijlage heeft A. Versteegt, hoofdredacteur van het dagblad Rijn en Gouwe zich tegen de klacht verweerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 2 mei 1985. Klager werd ter zitting bijgestaan door Mr. L. W. Stillevis te Gouda. Betrokkene verscheen samen met zijn hoofdredacteur, A. Versteegt.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten. In het dagblad "Rijn en Gouwe" van 15 december 1984 is op de vaste pagina 'Leven in Midden-Holland' onder de titel 'Cor Boer: Vrek met watervrees' een artikel verschenen van de hand van betrokkene.
Het artikel opent met de volgende allinea's.

'Op meters afstand ruik je al dat Cor Boers komst nabij is. Hij heeft een baard waarvan je liters bouillon kunt trekken. Hij is met recht een rijke stinkerd. Een vrek die allergisch is voor water, een man wiens spaartegoeden toereikend zijn om hem desnoods tweemaal daags te laten baden in het peperdure parfum Chanel no. 5.
De Stolwijker behoort tot het zogenaamde vuilnisbakkeras. Hij is een ophaler van welvaartsresten die hem nog ten nutte kunnen zijn. Hij bezit slechts een handvol vrienden en die zijn zo mogelijk nog onwelriekender dan hijzelf: het zijn de varkens van het Juliana Rusthuis in Gouda en de koeien in zijn eigen stal.
Bij nader inzien geven wij hem toch maar niet de vijf. De kloven in zijn werkmanshanden zijn gevuld met diepzwart vuil. En we hebben zojuist ontbeten. Zijn baardharen koeken als vermicellidraden aaneen. De alpinopet op zijn hoofd is grotendeels verteerd door regen, wind, ouderdom en vuil. Zijn winterjack, dat rond zijn magere, pezige lichaam slobbert. was in 1965 hoogst modieus. Nu is het kledingstuk een geval van milieu-verontreiniging apart. Zijn sportschoenen (merk Adidas) zijn met een touwtje nonchalant vastgestrikt. En zijn broek? Laten we daar maar geen woorden aan vuil maken'.

Bij het artikel zijn vier foto's afgedrukt. Op drie daarvan staat klager afgebeeld waarvan éénmaal bij zijn koeien. Naast deze laatste foto is afgedrukt een foto van een kamer met zeer veel papierafval en rommel. Bij deze twee foto's staat een bijschrift dat als volgt begint: 'Tweemaal een stal in beeld: rechts Cor Boer in de koeiestal, links zijn woonkamer...'.

In de aflevering van het dagblad Rijn en Gouwe van 5 januari 1985 is in de vaste rubriek voor ingezonden brieven onder het kopje 'Cor Boer' een brief geplaatst van Mr. L. W. Sillevis, waarin deze bezwaar maakt tegen het artikel, met het volgende naschrift van de hoofdredactie.

'Toch stemde de conclusie over Cor Boer in het artikel grotendeels overeen met de typering van de briefschrijver. Cor Boer is een zachtmoedig mens die gewoon zijn eigen gang wil gaan, was een der gevolgtrekkingen. Vooral de licht ironische toon waarop de verslaggever zijn waarnemingen doorgaf zal aanleiding hebben gegeven tot ergernis. En een uitdrukking als 'zogenaamd vuilnisbakkeras' had, hoewel de opzet tot beledigen totaal ontbrak, niet moeten worden gebruikt. In dit licht gezien past het ons de heer Boer onze welgemeende excuses aan te bieden. Hoofdredactie'.

Klager voelt zich door het artikel beledigd door de beschrijving van zijn persoon. Hij voelt zich aangetast in de veiligheid van zijn bestaan doordat de suggestie gewekt wordt dat hij veel geld heeft. Dit lokt personen met kwade bedoelingen. Hij voelt zich aangetast in zijn privacy doordat ongevraagd en tegen zijn zin een foto is genomen van zijn interieur. Klager meent dat hij het recht heeft op zijn eigen manier te leven ook al is die afwijkend van de gangbare norm nu hij anderen daarmee geen kwaad doet. Hij heeft niet gevraagd om publiciteit.

Betrokkene erkent dat de eerste twee alinea's 'niet mals' zijn. In deze opening heeft hij willen aangeven hoe veel gewone inwoners van Stolwijk en Gouda tegen klager aankijken. Dit zou veel duidelijker geweest zijn wanneer hij die alinea's besloten had met een zin als bijvoorbeeld 'zo zien de mensen Cor Boer'. In de rest van het artikel is hij zelf aan het woord en dat vormt het overgrote deel van het artikel. Hij doet daarin verslag van zijn bevindingen. Naar zijn mening komt uit dat gedeelte het beeld tevoorschijn van een eigenzinnige zeventiger, die zich zelden wast, de welvaartsresten benut, maar verder teruggetrokken leeft en geen vlieg kwaad doet. Van belediging is geen sprake.
Iedere opzet tot belediging heeft ontbroken, ook bij het gebruik van het woord 'vuilnisbakkeras' in de opening. Dat voor het gebruik van dit woord excuses zijn gemaakt houdt niet in dat de opzet tot beledigen erkend wordt. De kop van het artikel is door betrokkene tevoren gezien. Hij erkent dat deze kop niet duidelijk maakt dat ook hier de mening van 'de mensen' wordt weergegeven.

De hoofdredacteur Versteegt deelt mee dat W. Gebuys free-lance fotojournalist is. De foto van het interieur is genomen door het raam van de woonkamer. Daar klager door een de avond tevoren achtergelaten briefje wist dat hij de volgende ochtend betrokkenen, met wie hij eerder contact had gehad, kon verwachten zijn de beide journalisten niet te beschouwen als onbevoegden op het erf van klager. De foto kon vanaf het erf genomen worden.

De Raad is van oordeel dat betrokkene Den Elt door de beschrijving van de persoon van klager tekort heeft gedaan aan diens menselijke waardigheid. Dit beperkt zich niet tot de eerste twee alinea's van het artikel, waarin volgens deze betrokkene de mening van de inwoners van Gouda en Stolwijk wordt gegeven. Daargelaten dat dit niet duidelijk is en ook nauwkeurige lezing van het artikel inclusief de kop de indruk wekt dat betrokkene steeds zelf aan het woord is, wordt de deprecierende benadering van de persoon van klager ook verder in het artikel voortgezet. De Raad volstaat ten deze met verwijzing naar hetgeen hierboven verder uit het artikel en een van de fotobijschriften is geciteerd. Dat klager over veel geld zou beschikken wordt niet waargemaakt in het artikel. Boven
dien ontbreken goede redenen om zo'n mededeling, betrekking hebbend op de persoonlijke levenssfeer van klager, te doen. De Raad acht de vrees van klager voor het aanlokken van personen met kwade bedoelingen begrijpelijk nu klager enigszins afgelegen woont en al eerder het slachtoffer is geweest van inbraak.
De Raad is voorts van oordeel dat het maken van de foto van het interieur van klager zonder zijn toestemming en medeweten een inbreuk oplevert op zijn privacy. Het enkele feit dat klager had kunnen weten dat op de desbetreffende ochtend wellicht een journalist op zijn erf zou verschijnen doet hieraan niet af.

De Raad acht de klacht gegrond. Betrokkenen hebben gehandeld in strijd met de journalistieke zorgvuldigheid door onnodig afbreuk te doen aan de menselijke waardigheid van de persoon van klager.

De Raad verzoekt betrokkenen te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting wordt gepubliceerd in het dagblad Rijn en Gouwe.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 2 mei 1985 door Mr. H. B. Vroom, voorzitter, Mr. G. Dullens, D. F. Houwaart, Drs. H. W. M. van Run en Drs. J. M. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1985, 10.