1984/7 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van J. J. G. Boot en B. Boot-Siertsema tegen de hoofdredacteur van de Volkskrant

DE KLACHT

Bij brief van 29 september 1983 hebben de heer J. J. G. Boot en mevrouw B. Boot-Siertsema (klagers) een klacht ingediend tegen de heer H. A. Lockefeer, hoofdredacteur van de Volkskrant (betrokkene).
Bij brief van 7 november 1983 heeft betrokkene zich verweerd, waarna schriftelijk repliek is gevoerd. De zaak is ter zitting behandeld op 19 april 1984. Klagers zijn in persoon verschenen evenals betrokkene, die werd vergezeld door de heren Leyten en Gloudemans.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het ter zitting verhandelde uit van de volgende feiten.
In de Volkskrant van 6 mei 1983 verscheen onder de titel 'Zwarten zijn dom omdat zij vroeger mensenvlees aten' een publikatie van de hand van H. Leyten, Afrika-conservator van het Tropenmuseum. In de publikatie worden een aantal vrij recent verschenen boeken over Zuid-Afrika gerecenseerd. De publikatie bevat als subtitel 'Zin en onzin over Zuid-Afrika. Iedereen beroept zich op de 'feiten'. De oud-burgemeester van Hilversum en zijn ex-professorale wederhelft menen dat de zwarten zo dom zijn, omdat ze altijd verkeerde dingen hebben gegeten. Onder andere mensenvlees'. Onder het tussenkopje 'racistisch' wordt het boek van klagers behandeld, getiteld: 'Praatboek over Zuid-Afrika. Blank en niet-blank, progressieven, verkrampten en bruggenbouwers, in 100 onthullende interviews.' In de publikatie wordt het boek omschreven als een boek met een uitgesproken voorkeur voor het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime en met nauw verholen racistische trekken. Van de auteurs wordt geschreven dat het voor hen aan geen twijfel onderhevig is dat de koloniale periode een weldaad is geweest voor Afrika. Daarnaast wordt kritiek geuit op de wetenschappelijke kwaliteit van klaagster als hooggeleerde auteur. Klagers hebben zich tot betrokkene gewend met het verzoek een aantal door hen als leugens aangemerkte onjuistheden te rectificeren.

DE STANDPUNTEN

Klagers spitsen hun klacht met name toe op de volgende onjuistheden:
- 'Eind 1982 verscheen een boek met een uitgesproken voorkeur voor het Zuidafrikaanse apartheidsregime en met nauw verholen racistische trekken'.
- 'De oud-burgemeester van Hilversum en zijn ex-professorale wederhelft menen dat de zwarten zo dom zijn, omdat ze altijd verkeerde dingen hebben gegeten. Onder andere mensenvlees'.

Naar de mening van klager kunnen bovengenoemde conclusies niet worden gebaseerd op de inhoud van hun boek. Voorts stellen zij dat het verwijt van onwetenschappelijkheid terug te voeren is op onwetendheid van de recensent met het gebruik in Zuid-Afrika. Het gaat om het interview met de zwarte werkster Maggie waarin zij over de gebeurtenissen in Soweto vertelt aan de hand van vragen haar door haar 'mevrouw' gesteld. De opmerking in de publikatie dat de problemen van kleurlingen minder de aandacht hebben gekregen in de gerecenseerde boeken is onjuist. In hun boek hebben klagers wel degelijk daaraan aandacht besteed.

Betrokkene geeft in zijn verweer aan de hand van citaten uit het boek van klager aan dat daaruit hun voorkeur voor het Zuidafrikaanse apartheidsregime is af te leiden. Zo ook ten aanzien van de genoemde nauw verholen racistische trekken van het boek. Ten aanzien van de kritiek op de wetenschappelijke kwaliteiten voert betrokkene een tweetal voorbeelden aan. Het interview met Maggie, de zwarte werkster, werd gehouden in aanwezigheid en aan de hand van vragen van haar 'mevrouw'. Het is niet aan te nemen dat Maggie in dat gesprek dingen vertelt die haar mevrouw onwelgevallig zouden zijn. Het boek bevat beweringen over Afrika die ooit gangbaar waren maar thans niet langer in wetenschappelijke kringen worden aanvaard.
Betrokkene geeft overigens ter zitting toe dat het niet juist was dat de kop 'Zwarten zijn dom omdat ze vroeger mensenvlees aten' van aanhalingstekens is voorzien. Het betreft geen citaat van klager. Ongevraagd licht betrokkene het beleid van de Volkskrant ten aanzien van recensies toe. Een groot aantal recensies wordt door eigen medewerkers geschreven. Niet alle gewenste deskundigheid is echter in huis. In dergelijke gevallen wordt een te goeder naam en faam bekend staande deskundige uitgenodigd een recensie te schrijven. Zo ook in dit geval. Het ging niet om een politieke stellingname ten aanzien van de Zuid-Afrika kwestie. In dat geval zou door de buitenlandredactie een publikatie zijn opgesteld.

BEOORDELING

De klacht betreft de inhoud en titel van eer recensie. Aan een recensent komt een grote mate van vrijheid toe om zijn eigen mening over een boek te geven. Deze mening mag zeer kritisch zijn . Beschuldigingen echter die in een recensie worden geuit moeten in voldoende mate met argumenten zijn onderbouwd of in beginsel aan een bepaalde stellingname kunnen worden verbonden. Daarnaast geldt dat de beschuldiging in niet onnodig kwetsende of grievende bewoordingen is gesteld. De Zuid-Afrika-kwestie is in Nederland zeer omstreden. Het is niet ongebruikelijk om degenen, die men voorstanders van apartheid acht van racisme te beschuldigen. De recensent is naar het oordeel van de Raad binnen de grenzen van het geoorloofde gebleven.
De hoofdredactionele verantwoordelijkheid bij het plaatsen van een recensie beperkt zich tot een toetsing op bovengenoemde punten. Daarnaast is de hoofdredacteur in de zaak verantwoordelijk voor titel en ondertiteling van de recensie.
De titel doet vermoeden dat het een citaat betreft. Zoals door betrokkene erkend, was dat niet het geval. Bovendien kan de titel niet uit de inhoud van de recensie worden afgeleid. Voorts is de Raad van mening dat ook de tweede zin van de subtitel niet aan de inhoud van recensie kan worden ontleend, en derhalve als een ondeugdelijke conclusie moet worden aangemerkt. Deze twee tekortkomingen werpen een ernstige smet op de publikatie.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond voorzover deze zich nicht tegen de titel en de subtitel. Voor het overige acht de Raad de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van 19 april 1984 door Mr. H. B. Vroom, voorzitter, Mr. F. Kuitenbrouwer, Mw. T. L├╝cker, J. de Troye, O. Postma ing., leden, in aanwezigheid van Mw. M. P. Galama-Kuipers.

RvdJ 1984, 7.