1984/6 gegrond

Van Dantzig contra De Jong en Van Raalte

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van E. F. A. van Dantzig tegen M. G. C. J. de Jong en H. R. van Raalte

DE KLACHT

Bij brief van zijn raadsman Mr. P. J. Willems van 20 september 1983 met vijf bijlagen heeft E. F. A. van Dantzig te Reeuwijk (klager) een klacht ingediend tegen M. G. C. J. de Jong en H. R. van Raalte, journalisten bij de Goudsche Courant (betrokkenen). Bij brief van 6 december 1983 hebben betrokkenen een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 maart 1984. Klager was in persoon aanwezig samen met de advocaat Mr. P. J. de Booij. Ook betrokkenen waren in persoon aanwezig. Partijen hebben hun standpunt mondeling toegelicht, klager onder het overleggen van een memorandum met bijlagen van de hand van zijn raadsman.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In de rubriek 'Goudse Snippers' van de Goudsche Courant van 26 augustus 1983 is onder de titel 'Over het jazzfestival en de sluwe van Dantzig' een stukje verschenen over een begin september 1983 in Gouda te houden jazzfestival. Hierin komt de volgende passage voor: 'De organisatie raadt Gouwenaars dan ook aan om zo snel mogelijk kaarten te kopen. 'Het zou sneu zijn voor de Gouwenaars als ze te laat zijn en al die kaarten naar niet-Gouwenaars gaan', zo 'verpakt' organisator Ed van Dantzig heel handig, maar doorzichtig, zijn wervingspraatje. Maar ach, het zij de sluwe pr-man vergeven, want het jazzfestival is het best wel waard om de liefhebbers aangepraat te worden.' Het stuk is geschreven door Hans van Raalte. Theo de Jong is chef-redacteur van de Goudsche Courant.

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER EN BETROKKENE

Klager acht het gebruik van het woord 'sluw' onnodig grievend en kwetsend en gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid van betrokkenen maatschappelijk onaanvaardbaar. Klager heeft daarbij gewezen op het volgende.
1. Hij was bij de organisatie van het jazzfestival betrokken omdat hij een amateur jazzmusicus is. Door hem 'pr-man' te noemen wordt geheel onnodig zijn beroep in het stuk betrokken met als gevolg dat het woord sluw nu ook een negatieve klank geeft aan het door hem geleide bureau voor public relations.
2. Er zijn meer publikaties in de Goudsche Courant verschenen met onnodige negatieve publiciteit over zijn beroepsmatige activiteiten. Betrokkenen erkennen dat het gebruik van het woord sluw onjuist is geweest. Zij ontkennen echter dat er sprake is van een gerichte actie tegen klager en zijn bureau. Het vermelden van het beroep van klager in het stukje over het jazzfestival achtten zij moeilijk te vermijden omdat klager ook de publiciteit rond het festival verzorgde.
Betrokkenen wijzen erop dat hoofdredacteur G. A. de Kok een en ander in een telefoongesprek van 2 september 1983 ook tegenover klager heeft erkend en dat hij hem heeft aan
geboden een weerwoord te plaatsen. Betrokkenen zeggen om die reden geen aanleiding te hebben gezien uit eigen beweging terug te komen op het gebruikte woord 'sluw'.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat het woord sluw, hetwelk een uitgesproken negatieve betekenis heeft, niet had mogen worden gebruikt en zeker niet in de kop, nu het artikel geen enkele bouwsteen aandraagt om het bezigen ervan te rechtvaardigen. Het aanbod van de hoofdredacteur om een weerwoord te plaatsen is onvoldoende om de door betrokkenen erkende fout te herstellen. Betrokkenen hadden voor een correctie van eigen hand moeten zorgen.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen om te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting in de Goudsche Courant wordt gepubliceerd.

Aldus vastgesteld op 15 maart 1984 door Mr H. B. Vroom, voorzitter, O. Postma ing., Mr T. Faber-de Heer, Mr F. Kuitenbrouwer en Mr A. J. Heerma van Voss, leden, in tegenwoordigheid van Mr A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1984, 6.