1984/5 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van de Rajneesh Foundation of the Netherlands tegen de hoofdredacteur van Het Vrije Volk.

DE KLACHT

Bij brief van 24 november 1983 met 1 bijlage heeft de Rajneesh Foundation of the Netherlands (klaagster) onder verwijzing naar haar brief met vier bijlagen van 9 november 1983 aan de Raad een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Het Vrije Volk (betrokkene). Bij brief van 7 februari 1984 heeft deze zich tegen de klacht verweerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 maart 1984.
Namens klaagster verscheen Swami Awand Niketana, voorzitter van het bestuur van klaagster. Betrokkene werd vertegenwoordigd door G. J. Laan, adjunct-hoofdredacteur van het Vrije Volk.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In de weekeditie van Het Vrije Volk van 14 oktober 1983 is op de voorpagina onder de titel 'De valse profeten' een artikel verschenen over een sekte te Amsterdam, waar kort tevoren was ingegrepen door de justitie. Boven het artikel is over een breedte van zes kolommen een fotomontage afgedrukt bestaande uit een portret van Bhagwan Shree Rajneesh, leider van de naar hem genoemde religie, het Rajneeshisme, en feestvierende volgelingen. Op de plaats van de ogen zijn op het portret van Bhagwan guldens afgedrukt.
Bij brief van 22 oktober 1983 heeft klaagster bij de hoofdredacteur van Het Vrije Volk bezwaar gemaakt tegen het gebruik van de foto van Bhagwan en aanhangers bij een artikel over een op ongunstige wijze in het nieuws gekomen sekte en de verminking van het portret van Baghwan met een voorstel tot rectificatie. Over vorm en tekst hiervan zijn vervolgens tussen partijen nog twee brieven gewisseld.

In de weekeditie van Het Vrije Volk van 10 november 1983 is (niet op de voorpagina) over acht kolommen een artikel verschenen over de in de Verenigde Staten door aanhangers van Baghwan gestichte stad Rajneeshpuran. Aan het begin van het artikel staat het volgende citaat: 'Weet je, dat al z'n aanhangers, die daar in het noorden van Oregon die stad bouwen door een gezondheidscommissie van de staat zijn onderzocht op geslachtsziekten? Negentig procent bleek er één of meer te hebben!'
Bij het artikel staan drie foto's afgedrukt: een portret van Bhagwan, een foto van de gestichte stad met als onderschrift 'Bhagwan-stad in de V.S. onderzoek naar geslachtsziekten' en een van een wegwijzer waarop Rajneeshpuran staat aangegeven. Aan het eind van het artikel staat onder de extra vet gedrukte kop 'Bhagwan stond er buiten' de volgende tekst afgedrukt:

'Enige weken geleden publiceerden wij in onze weekeditie een artikel, getiteld 'De harde hand van een Mokumse messias' dat grotendeels was gewijd aan een sekte in Amsterdam waarvan de leden kinderen hadden verwaarloosd. Boven het artikel was een foto-montage geplaatst met de titel 'De valse profeten' waarbij gebruik werd gemaakt van een foto van de Bhagwan en een aantal van zijn volgelingen. Wij verklaren dat het nimmer de bedoeling is geweest een verband te suggereren tussen de Bhagwan-religie en de Amsterdamse sekte, evenmin dat wij door het bedekken van de ogen met geldstukken in het bijzonder deze religie zien als een symbool van het verband tussen religie en geld. In verband daarmee drukken we bij het bijgaande artikel dezelfde foto van de Bhagwan ongeschonden af.'

DE STANDPUNTEN VAN KLAAGSTER EN BETROKKENE

Klaagster is niet tevreden over de wijze waarop betrokkene aan haar verzoek tot rectificatie heeft voldaan. Betrokkene is daarbij enigszins afgeweken van de door klaagster voorgestelde tekst. Het hoofdbezwaar van klaagster is echter dat betrokkene de rectificerende tekst met bijbehorende onverminkte foto van Bhagwan heeft ondergebracht in een toevallig reeds gepland artikel over Rajneeshpuran. Doordat in het begin van het artikel bovendien negatieve feiten over de bewoners van Rajneeshpuran worden vermeld (volgens klaagster komen geslachtsziekten onder de aanhangers van Bhagwan juist niet voor) heeft de rectificatie niet de plaats gekregen, die nodig was voor een eerlijke correctie.
Betrokkene is van oordeel dat de plaats van de rectificatie juist goed gekozen is nu deze hetzelfde onderwerp heeft als het in het oog springende artikel.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Naar het oordeel van de Raad wijst de tekst van de geplaatste rectificatie uit dat dat betrokkene op ruiterlijke wijze heeft willen rectificeren. De door betrokkene gekozen plaats voor de rectificatie doet daaraan niet af . Wel acht de Raad het minder juist dat de rectificatie moeilijk als zodanig herkenbaar is. Deze is immers noch in een apart kader geplaatst, noch voorzien van een ondertekening of andere aanduiding dat het om een rectificatie gaat. In zoverre acht de Raad de bezwaren van klaagster dan ook gegrond.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat de door betrokkene geplaatste rectificatie onvoldoende als zodanig herkenbaar was en acht in zoverre de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Vrije Volk te publiceren.

Aldus vastgesteld op 15 maart 1984 door Mr. H. B. Vroom, voorzitter, O. Postma ing., Mr. T. Faber-de Heer, Mr. F. Kuitenbrouwer en Mr. A. J. Heerma van Voss, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1984, 5.