1984/20 ongegrond

Van Banning contra hoofdredactie Het Nieuwsblad

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van W. van Banning tegen de hoofdredacteur van Het Nieuwsblad (Dagblad voor Midden-Brabant) te Tilburg.

DE KLACHT

Bij brief van 15 juni 1984 met drie bijlagen heeft W. van Banning te Tilburg (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Het Nieuwsblad (betrokkene). Bij brief van 30 juli 1984 met één bijlage heeft deze op de klacht gereageerd. Bij brief van 14 augustus 1984 heeft klager nog een nadere toelichting op zijn klacht gegeven. De Raad heeft met toestemming van partijen op grond van de stukken over de zaak beslist ter zitting van de Raad van 1 november 1984.

DE FEITEN

Sinds 1982 is de woning van klager nog het enige huis binnen de gemeente Tilburg, dat niet is aangesloten op het waterleidingnet maar dat drinkwater geleverd krijgt via een tankwagen. Gezien de hieraan verbonden kosten zou aansluiting ten laste van de gemeente in de raadsvergadering van Tilburg van 28 mei 1984 aan de orde komen. Naar aanleiding hiervan werd klager benaderd door de stadsredactie van Het Nieuwsblad met het verzoek om een gesprek hierover. Klager liet weten geen belangstelling te hebben voor een publikatie.
In Het Nieuwsblad van 1 juni 1984 is onder de titel 'Tankwagen met drinkwater wordt overbo-
dig' een berichtje over bovengenoemd onderwerp verschenen. Bij het artikel staan twee foto's afgedrukt. De ene foto toont de tankwagen van de gemeente. De andere foto laat de bediende van de tankwagen zien met een slang in zijn hand bij een tank van een huis, welke foto's blijkens het onderschrift genomen zijn bij de woning van klager.

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER EN BETROKKENE

Klager stelt dat in ieder geval laatstgenoemde foto alleen genomen kan zijn doordat de fotograaf zonder zijn toestemming zijn privé-terrein heeft betreden. De fotograaf kon dit weten omdat bij de toegang van de openbare weg naar het huis het bord '461 WvS' staat geplaatst en een bord 'eigen weg'. Klager meent dat de grens van het journalistieke fatsoen hiermee is overschreden.
Betrokkene heeft meegedeeld dat de desbetreffende foto's in opdracht van Het Nieuwsblad gemaakt zijn door een zelfstandig fotopersbureau. Bij het verlenen van de opdracht ging Het Nieuwsblad ervan uit dat de foto's vanaf de openbare weg gemaakt zouden worden. Betrokkene was zich op het moment van publikatie niet bewust van het feit dat dit mogelijk anders geweest kan zijn. De desbetreffende fotograaf heeft later, naar aanleiding van de onderhavige klacht daarnaar gevraagd, verklaard niet gemerkte te hebben dat hij op eigen terrein is gekomen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Naar het oordeel van de Raad behoefde betrokkene noch bij het geven van de opdracht tot het maken van de foto's, noch toen deze ter publikatie werden aangeboden erop bedacht te zijn dat deze niet gemaakt zouden kunnen worden, respectievelijk niet gemaakt waren vanaf de openbare weg maar met betreding van het eigen terrein van klager. Om deze reden valt betrokkene geen onzorgvuldigheid te verwijten.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.
De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Nieuwsblad te publiceren.

Aldus vastgesteld in de zitting van de Raad van 1 november 1984 door Mr. H. B. Vroom, voorzitter, O. Postma ing., J. de Troye, Drs. H. W. M. van Run en D. T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1984, 20.