1984/2 gegrond ongegrond

L. Kooij contra Vrije Volk, R'dams Nieuwsblad en R. Vente

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van L. Kooij tegen de hoofdredacteur van Het Vrije Volk, de hoofdredacteur van het Rotterdams Nieuwsblad en R. Vente

Bij brief van 31 mei 1983 en aanvullende brief van 4 juli 1983 met twee bijlagen heeft Mr. T. Rhijnsburger te Rotterdam namens zijn cliënt L. Kooij te Rotterdam (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Het Vrije Volk (betrokkene), de hoofdredacteur van het Rotterdams Nieuwsblad en R. Vente (betrokkenen 2 en 3). Bij brief van 28 juli 1983 heeft betrokkene sub 1 zich verweerd. Bij brief van 14 september 1983 verweerden betrokkenen sub 2 en 3 zich tegen de klacht. Over de zaak is beslist op de stukken.

DE FEITEN

Klager is bij gelegenheid van voetbalrellen in het openbaar door de politie aangehouden en weggevoerd. Dit laatste is vastgelegd op een foto. Deze toont klager terwijl hij door twee agenten langs een gereedstaande bus wordt geleid. De desbetreffende foto is op 28 maart 1983 afgedrukt op de voorpagina van Het Vrije Volk, waarbij over de ogen van klager een zwart balkje is afgedrukt. Het onderschrift luidt: 'Pijltje nieuw wapen bij voetbalrellen' onder verwijzing naar pagina 13 van de krant. Op deze pagina staat onder de kop 'Supporter werpt pijltje' met daarboven 'Meisje onder oog geraakt' het volgende bericht:

'Rotterdam - De Utrechtse politie heeft gisteren tijdens FC-Utrecht-Feyenoord - onder applaus van het publiek - een 19-jarige jongeman aangehouden wegens poging tot zware mishandeling. Hij gooide een dartspijltje naar een tribune met Feyenoord-supporters. Het pijltje trof een tienjarig meisje vlak onder haar oog, maar ze raakte niet ernstig gewond. De jongen, die nog negen pijltjes in zijn zak bleek te hebben, wordt vandaag voorgeleid aan de Officier van Justitie.'

Dezelfde foto werd, zonder dat de ogen met een balkje waren afgeplakt, eveneens afgedrukt in het Rotterdams Nieuwsblad van 28 maart 1983 en wel op pagina 8 aan het hoofd van de rubriek 'Bal na'. De foto is daar voorzien van het volgende bijschrift. 'Na FC-Utrecht-Feyenoord viel het weer op: nu de strippenkaart opnieuw duurder is geworden, krijg je de mensen bijna niet meer de bus in.'

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER EN BETROKKENEN

Klager heeft tegen beide publikaties hetzelfde bezwaar, namelijk dat hij als verdachte van een strafbaar feit (ondanks balkje) duidelijk herkenbaar is afgebeeld. Klager meent dat betrokkenen ervoor hadden moeten zorgen dat zijn identiteit verborgen bleef. In het geval van Het Vrije Volk is het bezwaar van klager bovendien dat hij in verband wordt gebracht met het gooien van pijltjes, terwijl hij daarvoor niet werd opgebracht en er zelfs geen procesverbaal tegen hem werd opgemaakt.
Betrokkenen hebben ieder voor zich het verweer gevoerd dat de aanhouding van klager in het openbaar plaatsvond, zodat een foto daarvan ook gepubliceerd mag worden. Betrokkene sub 1 heeft daaraan toegevoegd dat desniettemin ter bescherming van klager diens gezicht onherkenbaar werd gemaakt. Hij acht het bijschrift bij de foto neutraal en meent dat klager daarin niet als de pijltjesgooier wordt bestempeld. Betrokkenen sub 2 en 3 hebben als nader verweer aangevoerd dat de foto gebruikt werd in een als badinerend bekend staande rubriek. Dat het ook hier om een grapje ging blijkt naar hun oordeel duidelijk uit de begeleidende tekst.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Met betrokkenen is de Raad van oordeel dat de foto van de aanhouding van klager, waaruit niet meer blijkt dan het feit van die aanhouding in het openbaar, gepubliceerd mocht worden. Hiermee wordt geen regel van journalistieke zorgvuldigheid overschreden. Echter, in het geval van de publikatie in Het Vrije Volk wordt naar het oordeel van de Raad de suggestie gewekt als zou klager opgebracht zijn als verdacht van het gooien van pijltjes. Immers, door het onderschrift 'Pijltje nieuw wapen bij voetbalrellen', door de verwijzing naar pagina 13 en de herhaling van de kop aldaar 'Supporter werpt pijltje' wordt een verband gesuggereerd tussen de foto van klager en de inhoud van het bericht. De indruk als zou klager de pijltjesgooier zijn wordt nog versterkt door het afdrukken van een balkje over het gezicht van klager overigens zonder dat hij daardoor onherkenbaar wordt. Hierdoor wordt de suggestie gewekt als zou klager verdacht worden van een min of meer ernstig strafbaarfeit. Nu klager niet in verband met dit strafbare feit werd aangehouden en betrokkene dit ook wist, heeft hij hiermee onzorgvuldig gehandeld.
Ten aanzien van de publikatie in het Rotterdams Nieuwsblad meent de Raad dat er geen sprake is van onzorgvuldigheid. Betrokkenen mochten de foto van de aanhouding van klager voor hun grap gebruiken nu duidelijk is dat het niet om een serieus bericht ging en klager niet onnodig in zijn belangen werd geschaad.
Het eerst kan naar het oordeel van de Raad afgeleid worden uit de plaats van de foto, te weten in een bij de lezers bekende badinerende rubriek, alsmede uit de tekst waarin schertsend een in werkelijkheid niet bestaand verband wordt gelegd tussen de niet onbekende maatregel van de politie om lastige supporters bij voetbalrellen in bussen af te voeren en het duurder worden van de strippenkaart.

BESLISSING

De Raad acht de klacht tegen betrokkene sub 1 gegrond en wijst deze voor het overige af.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 19 januari 1984 door Mr. R. de Waard, voorzitter, O. Postma ing., Mr. L. van Vollenhoven, Drs. H. W. H. van Run en T. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten.

RvdJ 1984, 2.