1984/19 ongegrond

Dela contra voorzitter Kro

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van Dela tegen de voorzitter van de Kro.

DE KLACHT

Bij brief van 19 maart 1984 met zes bijlagen heeft Dela, Koöperatieve Vereniging voor het Verzekeren en Verzorgen van Begrafenissen en Krematies U.A. te Eindhoven (klaagster) een klacht ingediend tegen de voorzitter van de Kro (betrokkene). Bij brief van 3 april 1984 heeft deze zich tegen de klacht verweerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 november 1984. Namens klaagster waren aanwezig drs. J. M. Th. Loeffen, algemeen directeur van Dela, en G. Britstra, adjunct-directeur buitendienst. Betrokkene werd vertegenwoordigd door Hr. H. R. J. Roodenburg en M. W. A. Stakenburg, omroepjournalisten en verantwoordelijk voor het programma Krachtvoer.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
De Kro verzorgt sinds ruim twee jaar de radiouitzending van het programma 'Krachtvoer'. Dit is een twee uur durend programma voor jongeren, waarin over onderwerpen van allerlei aard achtergrondinformatie wordt verstrekt. De werkwijze is daarbij dat een verslaggever gedurende het programma mogelijke informanten benadert. Het resultaat van een en ander wordt live uitgezonden

In de avonduitzending van 7 december 1982 is aandacht besteed aan een in de regionale pers gesignaleerd conflict tussen de pastoor van het plaatsje Lierop en Dela. De pastoor zou ontevreden zijn over het gedrag van de dragers van Dela, reden waarom hij deze in voorkomende gevallen niet meer in zijn kerk zou willen toelaten. Het programma bevat hieromtrent onder andere de volgende passage.

'Want wat deden die dragers, die wilden niet de hele requiemmis, de hele uitvaartmis in de kerk blijven maar nee, ze gingen lekker buiten staan en een lekker sigaretje roken en zo. Hun sigaretjes rookten ze ook op 10 meter van het graf terwijl de familie er nog bij stond. Nou, dat was voor een heleboel .... eh, een heleboel mensen hebben daar aanstoot aan genomen, ook .... '
'Alleen dat sigaretjes roken?'
'Nou, en het feit dat als ze al in de kerk zaten, dan nog een beetje met elkaar zaten te kletsen, en ook niet de hele dienst bijwoonden, maar gewoon naar buiten gingen'.

In het programma wordt vervolgens verslag gedaan van de pogingen, die de verslaggever doet om een woordvoerder van Dela te bereiken. Er ontstaat telefonisch contact met G. Britstra, die namens Dela een brief over de onderhavige kwestie aan de pastoor van Lierop ondertekende. Deze verwijst naar drs. J. M. Th. Loeffen, die door Dela als perswoordvoerder is aangesteld. Hij is zelf niet bereid tot het geven van enig commentaar, ook niet nadat gebleken is dar drs. Loeffen die avond niet bereikbaar is.
Hierna volgt een oproep aan een ieder die over het onderwerp iets van belang kan meedelen, om naar het 'Jagershuis' in Lierop te komen. Wanneer na enige tijd blijkt dat door niemand aan deze oproep gevolg wordt gegeven, wordt het onderwerp afgesloten. Intussen is in het programma nog melding gemaakt van iemand, die ten onrechte een rekening voor dragerswerkzaamheden kreeg, terwijl hij zelf in overleg met Dela voor dragers gezorgd had. In de afsluiting wordt naar voren gehaald dat dragers van Dela bij een andere gelegenheid'.... zo handig (waren) om die kist meteen maar naar beneden te laten donderen'.

DE STANDPUNTEN VAN KLAAGSTER EN BETROKKENE

In haar klaagschrift heeft klaagster haar klacht als volgt geformuleerd:

'De Kro heeft zich in deze uitzending over onze Vereniging in negatieve zin uitgelaten, en dit op basis van mededelingen van één partij. De Kro heeft weliswaar gepoogd om ook de woordvoerder van andere partij - onze Vereniging - in deze uitzending aan het woord te laten, maar dit is als gevolg van de door de Kro gehanteerde formule niet gelukt. Daardoor kon hoor en wederhoor niet worden toegepast, met als gevolg eenzijdige berichtgeving. De Kro mag dat risiko van haar formule niet op welke betrokken partij dan ook afschuiven zeker niet omdat zij van tevoren elke partij kan laten weten dat een uitzending zal plaatsvinden'.

Het verweer van betrokkene komt neer op het volgende.

1. Het programma is niet negatief van opzet. Passend in de sfeer en de toon van het programma, dat bestemd is voor jongeren, ging het hier om een ' .... gepaste, milde en af en toe terecht relativerende of ironiserende uitzending ....'.
2. De Kro heeft in de briefwisseling met Dela, die aan de onderhavige klacht voorafging, aangeboden feitelijke onjuistheden recht te zetten, al dan niet met herhaling van de desbetreffende fragmenten. Dit had kunnen leiden tot een daadwerkelijk weerwoord. Dela heeft echter dit aanbod afgewezen.
3. Mede gezien de met het programma opgedane ervaringen (nimmer eerder kon een bepaalde partij niet bereikt worden) mocht de Kro ervan uitgaan dat in het programma zelf namens Dela een reactie verkregen zou kunnen worden. Dela is immers een relatief grote organisatie met, naar is gebleken. 1,2 miljoen leden en 250 werknemers. Het lag voor de hand dat de Kro G. Britstra benaderde omdat deze zich namens Dela al met het onderwerp had beziggehouden. Deze heeft tijdens het programma ook daadwerkelijk de mogelijkheid gehad in te grijpen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat in het algemeen tegen de formule van het onderhavige radioprogramma, uit een oogpunt van journalistieke zorgvuldigheid, geen bezwaren zijn in te brengen. Deze formule houdt immers in dat alle bij een bepaald onderwerp betrokken partijen hierover zo mogelijk aan het woord worden gelaten. Gezien het belang, dat de Vereniging van klaagster dient, haar grote aantal leden en de daarop afgestemde organisatie, mocht betrokkene ervan uitgaan dat ook in de avonduren iemand van de zijde van klaagster bereikt zou kunnen worden. Nu betrokkene slechts één persoon als haar woordvoerder wenst te laten optreden komt het risico van onbereikbaarheid van deze woordvoerder voor klaagster zelf.
Voorts heeft betrokkene naar aanleiding van klaagster bezwaar aangeboden eventuele door klaagster aan te geven onjuistheden recht te zetten.
Op grond van een en ander is de Raad van oordeel dat aan betrokkene geen verwijt van onzorgvuldigheid kan worden gemaakt.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing geheel of in samenvatting in een van haar uitzendingen op te nemen.

RvdJ 1984, 19.