1984/18 deels gegrond

Coca-Cola contra Frits Bom

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van The Coca-Cola Company
tegen Frits Bom

DE KLACHT

Bij brief van 23 februari 1984 met één bijlage heeft Mr. L. Wichers Hoeth, advocaat te Amsterdam, namens The Coca-Cola Company te Atlanta, V.S., (klaagster) een klacht ingediend tegen Frits Bom (betrokkene). Bij brief van 21 maart heeft deze zich tegen de klacht verweerd. Bij brief van 19 april 1984 met drie bijlagen heeft klaagster gerepliceerd waarna betrokkene dupliceerde bij brief van 8 juni 1984. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 oktober 1984. Klaagster werd aldaar vertegenwoordigd door F. A. de Weerd. Betrokkene was in persoon aanwezig. Partijen werden bijgestaan door hun raadslieden, Mr. L. Wichers Hoeth, bovengenoemd, respectievelijk Mr. R. H. L. Post, advocaat te Amsterdam.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. Onder de verantwoordelijkheid van betrokkene vinden bij de VARA-televisie regelmatig uitzendingen plaats van het programma 'De Konsumentenman'. In deze programma's wordt voorlichting gegeven over consumentenzaken. In de uitzending van 31 januari 1984 is aandacht besteed aan cola-dranken. Getoond werden opnames van een onder scholieren gehouden smaaktest met betrekking tot tien verschillende cola-dranken. De uitslag van deze test werd verwerkt in een tabel. Deze tabel werd vergeleken met een prijzentabel, die opgesteld werd aan de hand van de gemiddelde prijs van de desbetreffende dranken. Aan de hand van deze twee tabellen werd een derde tabel opgesteld waarbij de rangorde van de verschillende merken cola-dranken bepaald werd door combinatie van de cijfers uit de twee andere tabellen.
Voorts werden in dit programma opnamen getoond van de Amerikaanse voorvechter van consumentenbelangen, Ralph Nader. Deze deed onder meer de volgende uitspraak: 'Miljoenen zwangere vrouwen die cola drinken brengen de gezondheid van hun baby in gevaar want de cafeïne in de cola kan tot geboorteafwijkingen leiden'.

DE STANDPUNTEN VAN KLAAGSTER EN BETROKKENE

Klaagster heeft op twee punten bezwaren geformuleerd.

1. Betrokkene heeft onder het mom van objectiviteit misleidende voorlichting gegeven. De smaaktest voldeed immers niet aan voor het verkrijgen van objectieve consumentenvoorlichting te stellen eisen. Klaagster heeft dit nader geadstrueerd door het noemen van vijf criteria waaraan niet werd voldaan. Klaagster heeft voorts kritiek geuit op de samenstelling van de prijzentabel daar de 'gemiddelde prijs per liter' geen objectief en vaststaand gegeven is. De op grond van de eerste twee tabellen
geformuleerde einduitslag mocht derhalve om deze redenen niet als betrouwbare informatie aan het publiek worden voorgeschoteld, nog daargelaten dat niet duidelijk is hoe de laatste tabel zich tot de twee eerdere verhoudt.

2. De mededeling van Ralph Nader over het gevaar van cafeïne voor zwangere vrouwen is onwaar. Over de introductie van cafeïnevrije cola zijn op 10 juni 1983 in de Tweede Kamer vragen gesteld door mevrouw Lucassen Staut (VVD) waarop de Staatssecretaris voor Volksgezondheid op 21 juli 1983 heeft geantwoord. Volgens dit antwoord tonen onder zoeken 'niet dat cafeïne schadelijk is en derhalve zou moeten worden verboden'. Hetzelfde is ook overwogen in een beslissing van de Reclame-Codecommissie van 29 november 1983. Betrokkene had hiervan op de hoogte moeten zijn en had de uitlating van Nader niet onweersproken mogen laten.

Betrokkene heeft hier het volgende tegenover gesteld .

1. In de uitzending is de manier van testen in essentie getoond. De conclusies, die aan het resultaat van de smaaktest in combinatie met de gemiddelde prijzen verbonden werden, bevatten geen feiten die niet gedekt werden door het gepresenteerde onderzoek terwijl evenmin belangrijke feiten achterwege gelaten zijn. Er bestaat voor betrokkene geen verplichting slechts wetenschappelijke onderzoeken te openbaren. Wel kan worden toegegeven dat in de tabel, waarin de einduitslag is verwerkt, ten gevolge van een rekenfout aan 'Vivo Cola' een te hoog cijfer en daardoor ook een te hoog rangnummer is toegekend. Betrokkene heeft er op gewezen dat klaagster is uitgenodigd in de uitzending te verschijnen of althans aan de voorbereiding deel te nemen. Klaagster had aldus de opzet van het programma kunnen beïnvloeden. Zij heeft echter van deze mogelijkheid geen gebruik willen maken.

2. Betrokkene meent dat hij geen onderzoek behoefde in te stellen naar de juistheid van de aangevallen uitlating van Ralph Nader. Nader geniet immers wereldfaam als voorvechter van consumentenbelangen en beschikt over een omvangrijk research apparaat. Om die reden mocht betrokkene zonder meer op Nader afgaan. Hetgeen de Staatssecretaris van Volksgezondheid op 21 juli 1983 op vragen van kamerleden heeft geantwoord en de Reclame codecommissie op 29 november 1983 heeft beslist was aan betrokkene niet bekend.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Anders dan betrokkene is de Raad van oordeel dat hij aan de aangevallen uitlating van Ralph Nader over de schadelijkheid van in cola dranken voorkomende cafeïne voor zwangere vrouwen niet onweersproken had mogen laten. Deze uitlating houdt een zeer zware en ernstige beschuldiging in. De Raad ziet betrokkene als een in consumentenzaken gespecialiseerde journalist. Van hem mocht verwacht worden dat hij op de hoogte was van het door klaagster geciteerde antwoord van de Staatssecretaris voor Volksgezondheid op kamervragen over dit onderwerp. Nu dit volgens betrokkene niet het geval was had hij de stand van zaken op dit punt in Nederland moeten nagaan alvorens deze uitlating zonder commentaar over te nemen in zijn uitzending en tot de zijne te maken. In zoverre acht de Raad de klacht gegrond.
Anders ligt dit ten aanzien van de bezwaren tegen de test en de daaraan verbonden conclusies. Naar het oordeel van de Raad had de gepresenteerde test geen wetenschappelijke pretenties. De getoonde opnamen gaven de kijker een juist beeld van de wijze waarop de test werd uitgevoerd. Begrijpelijk was eveneens dat de einduitslag aangeeft hoe men zo voordelig en tevens zo smakelijk mogelijk cola kan drinken, alles uitgaande van de waardering door de deelnemende scholieren.
De Raad overweegt hierbij dat klaagster iedere mogelijkheid om de opzet van het programma tevoren te beïnvloeden of om in het programma een weerwoord op de test te leveren onbenut heeft gelaten, hoewel zij daartoe door betrokkene meerdere malen in de gelegenheid was gesteld. Dit onderdeel van de klacht acht de Raad ongegrond.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld door een voor klaagster bezwarende uitlating van Ralph Nader zonder nader onderzoek over te nemen. De Raad meent dat betrokkene voor het overige geen onzorgvuldigheid te verwijten valt, aangezien de bij de smaaktest gevolgde werkwijze duidelijk is getoond en de aan de test verbonden conclusies door die werkwijze werden gedragen, terwijl het ontbreken van een weerwoord niet door betrokkene, maar door de klaagster is veroorzaakt.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in een van zijn uitzendingen op te nemen.

Aldus vastgesteld in de zitting van de Raad van 18 oktober 1984 door Mr. R. de Waard, voorzitter, Mr. T. Faber-de Heer, Mr. G. Dullens, Mr. A. J. Heerma van Voss en Mr. F. Kuitenbrouwer, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1984, 18.