1984/10 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van J. M. J. F. Janssen tegen de hoofdredacteur van Dagblad De Gooi- en Eemlander

DE KLACHT

Bij klaagschrift van 2 december 1983 met zes bijlagen en aanvullende brief van 6 januari 1984 heeft J. M. J. F Janssen (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander (betrokkene). Bij brief van 20 januari 1984 met één bijlage heeft deze zich tegen de klacht verweerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 juni 1984. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkene liet weten verhinderd te zijn, doch geen bezwaar te hebben tegen de behandeling van de klacht buiten zijn aanwezigheid.

DE FEITEN

Klager heeft in het Hilversums Informatie- en Kommunikatieblad van 11 november 1983 kritiek geuit op de toekenning van de cultuurprijs 1983 door B en W van Hilversum aan degene, die als ambtenaar van de gemeente een aantal malen secretaris is geweest van de jury, die jaarlijks over de toekenning moet oordelen. Bij brief van 12 november 1983 wendde klager zich in dezelfde zin tot de Gemeenteraad. In de rubriek 'Op de korrel' van De Gooi- en Eemlander is in een aantal afleveringen (telkens onder de kop 'Cultuurprijs'), nl. van 22, 24 en 25 november, i n een hoofdredactioneel commentaar van 28 november en tenslotte nog in 'Op de korrel' van 7 december 1983 eveneens aandacht besteed aan de toekenning van de prijs voor het jaar 1983 en de daarop geuite kritiek.
In 'Op de korrel' van 24 november 1983 wordt o.a. het volgende geschreven:

'Deze week hadden we het er op deze plek al even over. Over de cultuurprijs en alle perikelen daaromheen. Alle mensen die nog mee wilden doen aan de stemmingmakerij waarschuwden we toen dat de uitreiking van de prijs vrijdag ( morgen dus) al plaats heeft en dat ze zich dienden te haasten met hun bijdragen.
Die raad heeft het ex-gemeenteraadslid J. M. F. Janssen goed tot zich genomen.

In een brief onthult hij nu dat de toekenning van de cultuurprijs aan de directeur van de dienst cultuur van de gemeente op bijzondere wijze door hem is beïnvloed. In 1976 had hij namelijk met een ander raadslid het voorstel gedaan om ook niet-kunstenaars voor deze prijs in aanmerking te laten komen. Janssen benadrukt overigens dat hem toen niet bepaald directeur Zijlstra voor het oog stond of iemand anders die in deze sector werkzaam is.'

In 'Op de korrel' van 7 december 1983 wordt melding gemaakt van de door klager bij de Raad ingediende klacht. Hierop volgt de volgende passage. 'Janssen vindt dat hij beschuldigd wordt van stemmingmakerij, terwijl dat niet waar is (...) Janssen heeft nu een brief geschreven aan de Raad omdat de krant niet wil rectificeren.'

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER EN BETROKKENE

Klagers bezwaar is dat betrokkene geweigerd heeft een door hem gewenste rectificatie te plaatsen. Hij wijst op de volgende feiten: In 'Op de korrel' van 24 november 1983 wordt het voorgesteld of de brief van klager aan de gemeenteraad geïnspireerd is door de oproep tot het leveren van kritiek, die in 'Op de korrel' van 22 november te lezen is. Klager heeft nog na het verschijnen van de Gooi- en Eemlander van 24 november 's avonds een brief aan de redactie bezorgd om er op te wijzen dat dit feitelijk onjuist is. Zijn brief aan de gemeenteraad is immers van 12 november en dus ouder dan bedoeld stukje. De in zijn brief gevraagde correctie bleef uit hoewel in 'Op de korrel' van 25 november en vervolgens zelfs in het hoofdredactioneel commentaar van 28 november wel weer aan hetzelfde onderwerp aandacht werd besteed met als slot 'Op de korrel' van 7 december 1983.
Betrokkene meent dat er voor rectificatie geen aanleiding was. Betrokkene wijst erop dat in 'Op de korrel' van 7 december wel gewag is gemaakt van klagers bezwaren. Betrokkene schrijft: 'Daarmee was en is voor ons de kous af.'

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het is duidelijk dat in 'Op de korrel' van 24 november 1983 ten onrechte verband is gelegd tussen klagers brief aan de gemeenteraad en 'Op de korrel' van 22 november 1984, waarin alle mensen die nog mee wilden doen aan de stemmingmakerij rond de cultuurprijs werden gewaarschuwd dat ze zich dienden te haasten met hun bijdragen. De brief van klager dateerde immers van 12 november 1983. Ook al heeR de redactie eerst op 23 november 1983 een afschrift van de brief ontvangen en ook al is 'Op de korrel' een rubriek met 'quasiserieuze commentaartjes van doorgaans vederlicht gehalte en dit oogmerk' - een en ander zoals betrokkene in zijn verweerschrift uiteenzet - dan nog lag het op de weg van betrokkene de door de krant gemaakte fout te rectificeren nadat hij van klager daartoe een verzoek had ontvangen. Het was toch duidelijk dat klager door de gemaakte fout benadeeld was en derhalve belang had bij een rectificatie. Het enkel weergeven van klagers bezwaren in 'Op de korrel' van 7 december 1984 kan niet als een rectificatie worden beschouwd, aangezien klagers betoog daarin geheel voor zijn rekening wordt gelaten.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond. De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Gooi- en Eemlander te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 21 juni 1984 door Mr. H. B. Vroom, voorzitter, O. Postma ing., Mr. L. van Vollenhoven, Drs. H. W. M. van Run en Drs. J. J. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1984, 10.