1984/1 ongegrond

F. Kolvenbach contra T. Verbeeten

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van F. Kolvenbach tegen T. Verbeeten

DE KLACHT

Bij brief van 31 mei en aansluitende brief van 2 juni 1983 met in totaal vijf bijlagen heeft F. Kolvenbach te Arnhem (klager) een klacht ingediend tegen T. Verbeeten (betrokkene). Bij brief van 28 juli 1983 heeft deze zich verweerd tegen de klacht. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 januari 1984.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten. Klager is computercomponist. Zijn compositie 'The Bridge' werd op 21 en 22 mei 1983 uitgevoerd in de Eusebiuskerk te Arnhem als onderdeel van het festival 'De Stad', dat van 14 mei tot 3 juni 1983 te Arnhem werd gehouden ter gelegenheid van het 750-jarige bestaan van de stad. Het bedoelde werk houdt een combinatie in van elektronische muziek met video en ballet Betrokkene heeft over deze
uitvoering een recensie geschreven in De Nieuwe Krant van 24 mei 1983.

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER EN BETROKKENE

Klager ziet de negatieve recensie van betrokkene als een 'subtiele vorm van journalistieke terreur' omdat deze een nadelig effect zal hebben op de kans de voorstelling elders geplaatst te krijgen en mogelijke subsidiegevers zal afschrikken. Hij acht het voorts onjuist en onzorgvuldig dat de titel van de compositie in de recensie niet wordt genoemd, dat er gesproken wordt over een duur van drie uur terwijl dit moet zijn twee maal 45 minuten en dat betrokkene minachtende vergelijkingen maakt. Het gaat daarbij om de passage: 'Als je een konijn een paar chips laat inslikken en het diertje los laat op de superieure apparatuur van Floris Kolvenbach zou deze eredienst van De Chip en De Computer hetzelfde slaapverwekkende verloop hebben gehad'. Het gaat daarbij ook om de vergelijking van een tijdens het ballet door een robot gebruikte neonbuis met een fallus en om de vergelijking van de computermuziek met die van de ritmebox van een oud elektronisch orgel.
Betrokkene verweert zich met een beroep op de vrijheid van meningsuiting. Hij meent dat hij bij het geven van zijn negatieve oordeel binnen de perken gebleven is van het journalistische fatsoen, en dat hij de feiten juist heeft weergegeven. Hij erkent, dat de compositie zelf niet drie uur duurde. De voorstelling als geheel nam wel die tijd in beslag n.l. van 22.00 tot 01 .00 uur.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De door betrokkene toegegeven feitelijke onjuistheid betreffende de duur van de voorstelling ziet de Raad als een schoonheidsfout. Voor het overige volgt de Raad betrokkene in zijn verweer. Het stond betrokkene vrij een negatieve recensie te schrijven, waarbij hij zich niet hoefde te laten leiden door het mogelijke nadelige effect hiervan op de kansen van klager tot het verkrijgen van subsidie of uitvoering van zijn werk elders. De Raad acht de recensie niet beledigend of onnodig grievend.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 19 januari 1984 door Mr R. de Waard, voorzitter, O. Postma ing., Mr. L. van Vollenhoven, Drs. H. W. M. van Run en T. L├╝cker, leden, in tegenwoordigheid van Mr A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1984, 1.