1983/7 ongegrond

LANGELAAR CONTRA H. A. LANSDAAL

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van G. Langelaar en J. E. Langelaar tegen H. A. Lansdaal, hoofdredacteur van de Nieuwe Noordhollandse Courant.

DE KLACHT

Bij brief van 29 november 1982 hebben G. Langelaar en J. E. Langelaar (klagers) een klacht ingediend tegen H. A. Lansdaal, hoofdredacteur van de Nieuwe Noordhollandse Courant (betrokkene). Bij brief van 10 februari 1983 met twee bijlagen heeft betrokkene op de klacht geantwoord. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 mei 1983. Klagers en betrokkene waren in persoon aanwezig en hebben hun standpunten toegelicht.

DE FEITEN

In de Nieuwe Noordhollandse Courant van 7 oktober 1983 is op de voorpagina een nieuwsbericht opgenomen onder de kop 'Monnickendamse vrouw verbrand bij auto-ongeluk'. In het bericht wordt meegedeeld dat mevrouw C. J. Prijs uit Monnickendam de avond tevoren bij een verkeersongeval om het leven is gekomen. Over de toedracht staat in het bericht onder meer: 'De auto van mevrouw Prijs vloog daarbij in brand. Het slachtoffer kon zich niet tijdig genoeg redden. Zij verbrandde.'
In de editie van 8 oktober 1983 is nog een vervolgbericht opgenomen. Hierin wordt het slachtoffer aangeduid met haar volledige naam, namelijk C. J. Langelaar-Prijs. Klagers zijn broers van haar echtgenoot.

DE STANDPUNTEN VAN KLAGERS EN BETROKKENE

Klagers menen dat de bewoordingen van kop en inhoud van het bericht te cru zijn. Zij doelen hiermee op 'vrouw verbrand' uit de kop en 'Zij verbrandde' uit het bericht zelf. Dat het ook anders kan blijkt uit het vervolgbericht waarin wordt gesproken van 'omgekomen vrouw'. De mededeling dat het slachtoffer zich niet tijdig genoeg kon redden is niet alleen feitelijk onjuist, omdat zij dit niet zelf heeft geprobeerd doch haar echtgenoot tevergeefs heeft getracht haar uit de auto te trekken, doch bovendien wordt daardoor gesuggereerd - en dàt vooral is volgens klagers zo cru -dat zij levend zou zijn verbrand, terwijl moet worden aangenomen dat zij al voor de brand was overleden. Klagers menen voorts dat de redactie van de N.N.C. meer informatie had moeten inwinnen alvorens het bericht te plaatsen.

Door dit na te laten blijkt uit het eerste bericht niet dat de omgekomen vrouw gehuwd was (en dus mogelijk kinderen had) en dat ook haar echtgenoot bij het ongeval betrokken was.

De redactie had, tenslotte, bedacht moeten zijn op het effect van het bericht op eventuele familieleden van de vrouw. Het gevolg is thans geweest dat de kinderen van het echtpaar op straat hoorden dat hun moeder verbrand was terwijl andere familieleden (er zijn er twee met de naam Prijs in Monnickendam, namelijk een broer en een vader) door derden werden benaderd naar aanleiding van het bericht.

Betrokkene stelt hier tegenover dat de informatie uit het eerste bericht is overgenomen van het A.N.P. De betrouwbaarheid van het A.N. P. is zo groot dat dergelijke berichten geen verificatie behoeven. Niettemin heeft de redactie nog contact opgenomen met de politie van Vinkeveen, de plaats van het ongeval. De politie stond in het A.N.P.-bericht als bron genoemd. Van die zijde is afkomstig de informatie dat het slachtoffer nog geprobeerd had zich te redden alsmede het tijdstip van het ongeval. Omdat in het telefoonboek van Monnickendam twee maal de naam Prijs voorkwam lag het voor de hand aan te nemen dat de vrouw, waar het in het bericht om ging, tot die familie behoorde. De redactie zag er bewust van af deze personen te benaderen gezien de tragische gevolgen van het ongeval. Volgens de redactie bestond er ook geen aanleiding om de naam van het slachtoffer onvermeld te laten, omdat de politie, die eventuele verzoeken om anonimiteit aan journalisten pleegt door te geven, in dit geval daarover niets had gezegd.

Op grond van een en ander meent betrokkene dat de redactie zorgvuldig te werk is gegaan en dat van een vrije herschrijving van het A.N.P.bericht, zoals door klagers gesteld, geen sprake was. De actualiteit gebood het bericht ook direct te plaatsen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat de bewoordingen van de aangevallen kop en inhoud van het bericht niet onnodig hard zijn. Het is immers een feit dat de auto van het slachtoffer in brand is geraakt en dat ook het slachtoffer zelf is verbrand, daargelaten wat de werkelijke doodsoorzaak is geweest. De redactie mocht afgaan op de informatie van het A.N.P.-bericht en de politie. Voorzover het bericht over de reddingspoging van het slachtoffer zelf niet juist was levert dit geen onzorgvuldige journalistiek op. Hetzelfde geldt voor het feit dat alleen haar meisjesnaam wordt genoemd. De redactie behoefde niet eigener beweging anonimiteit te betrachten nu van de zijde van de familie of andere betrokkenen daarom niet was gevraagd.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Aldus vastgesteld op 19 mei 1983 door Mr. R. de Waard, voorzitter, O. Postma ing., Mr. T. Faber-de Heer, Mevrouw A. G. Scherphuis en Mr. F. Kuitenbrouwer, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1983, 7.