1983/5 ongegrond

D'66 contra J. Noordmans

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van de politieke partij D'66 tegen J. Noordmans, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant.

DE KLACHT

Bij brief van 1 november 1982 heeft de politieke partij D'66, regio Friesland, (klaagster) een klacht ingediend tegen J. Noordmans, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (betrokkene).
Bij brief van 7 december 1982 heeft betrokkene op de klacht gereageerd. De Raad heeft over de zaak beslist op grond van de schriftelijke stukken.

DE FEITEN

In de Leeuwarder Courant van 17 september 1982 is in een commentaar van betrokkene aandacht besteed aan de afscheidsrede van het kamerlid Marcus Bakker van 15 september 1982 waarin deze een pleidooi hield voor de parlementaire democratie naar aanleiding van de onrust over het ontstaan van de Centrumpartij.

In aansluiting hierop heeft betrokkene de gedragslijn van dr Jan Terlouw rond de toen recente kamerverkiezingen aan de orde gesteld.
Hij memoreert dat Terlouw, na eerst als lijsttrekker te zijn opgetreden, na de verkiezingen bedankte voor het kamerlidmaatschap met een beroep op het zware ministerschap. Betrokkene geeft als zijn mening te kennen dat Terlouw dit van te voren had kunnen voorzien Hij spreekt van kiezersbedrog en ondergraving van de parlementaire democratie doordat Terlouw wel eerst op zich heeft laten stemmen. Het commentaar van betrokkene eindigt met de volgende zin: 'Politici die dergelijke streken met de parlementaire democratie uithalen, kunnen mede de wegbereiders worden voor duistere groeperingen als de Centrumpartij.'

DE STANDPUNTEN VAN KLAAGSTER EN BETROKKENE

Klaagster maakt bezwaar tegen de laatste zin uit het commentaar van betrokkene. Na haar mening is in deze zin Jan Terlouw en daarmee D'66 in diskrediet gebracht doordat verband gelegd wordt tussen het handelen van Terlouw en de opkomst van de Centrumpartij. Betrokkene heeft meegedeeld dat hij aan zijn commentaar niets heeft toe te voegen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat het betrokkene vrij stond in zijn commentaar kritiek te leveren op de handelwijze van Jan Terlouw, gelijk deze vrijheid ook door klaagster in haar klaagschrift is erkend.
Naar de mening van de Raad mocht betrokkene daarbij verband leggen tussen bepaalde politieke gedragingen van de lijsttrekker van D'66 en een ander politiek verschijnsel, de opkomst van de Centrumpartij.
Klaagster laat na aan te geven om welke redenen betrokkene hierbij de regels van journalistieke zorgvuldigheid zou hebben geschonden. De Raad ziet een dergelijke schending niet.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Aldus vastgesteld op 21 april 1983 door Mr. R. de Waard, voorzitter, O. Postma ing., Mr. A. J. Heerma van Voss en Drs. J. M. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1983, 5.