1983/3 deels gegrond

K. Roskam contra L. Derksen

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van Karel Roskam tegen Leo Derksen

DE KLACHT

Bij brief van 25 januari 1982 met drie bijlagen heeft Bob in 't Hout, perschef van de VARA, namens Karel Roskam (klager) een klacht ingediend tegen Leo Derksen (betrokkene).
Bij brief van 2 maart 1982 met één bijlage heeft Leo Derksen op de klacht gereageerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 maart 1983. Klager werd vertegenwoordigd door Bob in 't Hout, betrokkene is niet verschenen.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.
In De Telegraaf van 31 oktober 1981 heeft betrokkene in zijn vaste column 'Op zicht' aandacht besteed aan de bijdrage van klager aan het VARA-radioprogramma 'Dingen van de Dag' van 24 oktober 1981. Klager antwoordde in deze uitzending op een aantal vragen over de Noord-Zuid dialoog, een en ander naar aanleiding van een topconferentie te Cancun.
Gesproken werd o.a. over de oorzaak van de wereldarmoede, de rol van het kapitalisme, het geven van ontwikkelingshulp door het Westen, de Sovjetunie en de Opec-landen en de mogelijke corruptie in ontwikkelingslanden.
Betrokkene geeft in zijn column een korte samenvatting van het door hem beluisterde deel van het vraaggesprek. Hij geeft vervolgens als zijn mening te kennen dat klager slechts wordt 'gedreven door een ongezonde sympathie voor het communistische systeem...' . Na deze inleiding bespreekt betrokkene het hongerprobleem in Polen, zoals dat eind 1981 in de publiciteit is gekomen. Hij constateert dat de armoede in Polen zich voordoet ondanks het daar heersende communistische systeem. In zijn kritiek hierop betrekt betrokkene herhaalde malen klager persoonlijk in zinsneden als 'de heilzame vruchten van dat door Roskam zo gepropageerde communistische welzijnswerk', 'Ziehier de welzijnsstaat die Karel Roskam van de VARA propageert'. Op de door klager op 1 november 1981 per telex gezonden reactie, bestemd voor de rubriek 'Ingezonden Brieven', werd niet gereageerd.

DE STANDPUNTEN

Namens klager heeft Bob in 't Hout uiteengezet dat betrokkene naar zijn mening doelbewust een aantal feiten heeft verdraaid en dat hij onjuiste en grievende uitspraken heeft gedaan over klager. Ter adstructie van het eerste heeft Bob in 't Hout een aantal citaten uit het stukje van betrokkene vergeleken met de letterlijke tekst van het vraaggesprek. Volgens Bob in 't Hout heeft betrokkene de woorden van klager zo verdraaid dat hij klager kon presenteren als personificatie van het communisme. Door het woord armoede (in de ontwikkelingslanden) te vervangen door honger kon, aldus In 't Hout, de overstap gemaakt worden naar Polen. Betrokkene kon vervolgens een aanval doen op het communisme en klager samen.
In zijn schriftelijke reactie heeft betrokkene verwezen naar de column van Gerrit Komrij 'Een en ander' van 3 februari 1982 in NRC Handelsblad, waarin eveneens kritiek wordt geuit op klager naar aanleiding van zijn bijdragen aan diverse radio-uitzendingen van de VARA.
Wat betreft de telex stelt betrokkene dat alleen een werkelijke brief en niet een telexbericht voor plaatsing in aanmerking kan komen.

BEOORDELING

Bij zijn samenvatting van de woorden van klager in de eerste alinea van zijn artikel geeft betrokkene de indruk dat hij klager citeert. Betrokkene schrijft immers 'Karel onthulde...' 'op de vraag...riep Karel', 'aldus Karel'. In feite houdt de weergave van betrokkene echter zijn interpretatie in van de antwoorden van klager.
De Raad gaat ervan uit dat met name aan de schrijver van een column de grootst mogelijke vrijheid toekomt om zijn eigen mening te geven en conclusies te trekken uit door hem gepresenteerde feiten. De Raad meent dat betrokkene bij het geven van zijn mening over klager niet onnodig grievend is geweest. Naar het oordeel van de Raad heeft betrokkene echter wel onjuist gehandeld door zijn interpretatie van de woorden van klager weer te geven als zou het om citaten gaan. De Raad is tenslotte van oordeel dat een telexbericht, een sneller communicatiemiddel dan een brief, als reactie op een publikatie dezelfde behandeling verdient als een gewone brief.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond voorzover deze inhoudt dat betrokkene de woorden van klager onjuist heeft weergegeven.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 17 maart 1983 door mr H. B. Vroom, voorzitter, O. Postma ing., mr T. Faber-de Heer, Drs H. W. M. van Run en J. M. J. P. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van mr A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1983, 3.