1983/13 ongegrond

Stichting Superman contra Hansen en Bosboom

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van de Stichting Superman te Arnhem tegen Henk Hansen en Ben Bosboom

DE KLACHT

Bij brief van 14 oktober 1982 en aanvullende brief van 17 december 1982 met vier bijlagen heeft de Stichting Superman te Arnhem (klaagster), vertegenwoordigd door haar bestuursleden Eduard de Boer en Gerard Ursem, die tevens namens vier anderen: W. Smeltink, J. J. Lambooy, G. Klinkenberg en W. Th. Scherrenburg optraden, een klacht ingediend tegen Henk Hansen en Ben Bosboom (betrokkenen). Bij brief van 29 augustus 1983 hebben betrokken zich tegen de klacht verweerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 oktober 1983. Klaagster werd ter zitting vertegenwoordigd door genoemde bestuursleden Eduard de Boer en Gerard Ursem. Betrokkenen waren in persoon aanwezig.

DE FEITEN

Klaagster en betrokkenen zijn het over de volgende feiten eens. Op 3 juli 1982 vond in het gebouw Rasa te Utrecht een mede door klaagster georganiseerd mannenfestival plaats. Dit is een jaarlijks terugkerende gebeurtenis waarbij mannen uit de sfeer van de mannenemancipatiebeweging elkaar treffen. Het festival is in beginsel voor iedere man toegankelijk. Betrokkenen hebben het festival bezocht en daarvan een verslag gemaakt. Dit verslag is twee weken later verschenen in Panorama, nummer 29, onder de titel 'Dit is niet eng'. De tekst was van Henk Hansen, de foto's van Ben Bosboom. In het artikel worden een aantal deelnemers van het festival met hun volledige naam genoemd. Een aantal deelnemers zijn duidelijk herkenbaar gefotografeerd, ook waar het naaktfoto's betreft, terwijl bij enkele foto's de voor en/of achternaam van de afgebeelde personen zijn vermeld.

DE STANDPUNTEN VAN KLAAGSTER EN BETROKKENEN

Klaagster verwijt betrokkenen dat zij onder valse voorwendsels bij het festival zijn binnengedrongen. Henk Hansen presenteerde zich als leerling van de School voor de Journalistiek en zou volgens bestuurslid De Boer gezegd hebben dat het vergaarde materiaal alleen gebruikt zou worden voor zijn studie. De fotograaf Bosboom zou hem desgevraagd geantwoord hebben slechts voor zijn hobby te fotograferen zonder duidelijk te maken dat hij beroepsfotograaf is. Klaagster wijst erop dat betrokkenen nooit toegelaten zouden zijn als men begrepen had dat er een reportage zou volgen in Panorama. Het gevolg van de reportage is geweest dat een aantal van de deelnemers zijn herkend en daar in hun werk en privé-leven hinder van hebben ondervonden. In de door klaagster overlegde brieven van J. J. Lambooy, G. Klinkenberg en W. Th. Scherrenburg wordt bevestigd dat betrokkenen tegenover deze deelnemers ter verklaring van hun aanwezigheid de studie van (een van) beiden aan de School voor de Journalistiek noemden en een voor die studie noodzakelijk werkstuk. Volgens de brieven van deelnemers Klinkenberg en Scherrenburg zou fotograaf Bosboom bevestigd hebben dat de foto's niet gepubliceerd zouden worden.

Betrokkenen stellen hier het volgende tegenover. Hansen zegt zich bij de toegang tot het festival te hebben voorgesteld als leerling van de School voor de Journalistiek, echter onder vermelding dat hij al regelmatig professioneel gepubliceerd had. Fotograaf Bosboom, die voorzien was van een professionele foto-uitrusting, werd als zodanig door hem voorgesteld. Hij zou ook gezegd hebben te willen bezien of het te verzamelen materiaal gebruikt zou kunnen worden voor een reportage voor een krant of weekblad. Hansen zegt dit eveneens met de coördinator van het festival besproken te hebben.
Volgens Hansen was het ook in individuele contacten met deelnemers duidelijk dat er mogelijk een reportage in enig publiciteitsorgaan zou kunnen volgen, doordat hij ook toen steeds gezegd zou hebben reeds professioneel te werken, al was hij dan nog leerling aan de School voor de Journalistiek. Hij noemde zijn eerdere werk voor o.a. De Haagse Post en de Volkskrant. Fotograaf Bosboom zegt NRC-Handelsblad genoemd te hebben. Geen van beiden noemden zij Panorama als mogelijke belangstellende voor een eventuele reportage. De naam van dat blad is in het geheel niet ter sprake gekomen.

Klaagsters bestuurslid De Boer verklaarde dat hij tijdens het festival niet naar de organisatoren is gegaan om inlichtingen over de aanwezigheid van betrokkenen te verkrijgen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht betreft niet de inhoud van het artikel van betrokkenen doch het beweerde feit dat zij valse voorwendsels zouden hebben gebruikt om toegang tot het festival te krijgen en daar hun werk te doen. Betrokkenen hebben de stellingen van klaagster gemotiveerd bestreden, zij het dat zij hebben toegegeven uit tactische overwegingen als mogelijk publiciteitsorgaan niet Panorama maar juist enkele andere organen te hebben genoemd. Klaagster heeft niet weersproken dat betrokkenen zich bij de ingang van het festival op de door hen geschetste wijze hebben gepresenteerd, terwijl evenmin is komen vast te staan dat dit niet ook zo gebeurd is tegenover de coördinator.
De Raad is van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de beide betrokkenen zich aan misleiding hebben schuldig gemaakt. Het moet de organisatoren van het festival duidelijk zijn geweest dat betrokkenen niet als deelnemers maar als verslaggevers het festival bezochten en dat mogelijkerwijs een reportage van hen over het festival in de pers zou verschijnen.
Weliswaar hebben betrokkenen niet gezegd dat hun verslag misschien in Panorama zou worden gepubliceerd - hetgeen op dat moment ook niet zeker was -, maar daar staat tegenover dat klaagster daar ook niet naar heeft gevraagd; klaagster nam genoegen met een nogal vage toelichting door betrokkenen op hun aanwezigheid, waarbij overigens hun journalistieke intenties voor iedereen kenbaar waren of konden zijn.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 6 oktober 1983 door Mr. H. B. Vroom, voorzitter, D. F. Houwaart, J. L. de Troye, Drs. H. W. M. van Run en Mr. A. J. Heerma van Voss, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1983, 13.