1983/12 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van Ing. A. J. C. Zinken tegen de hoofdredacteur van 'De Limburger en P. Adams.

DE KLACHT

Bij brief van 14 april 1983 met tien bijlagen heeft Ing. A. J. C. Zinken te Echt een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van 'De Limburger' en de journalist P. Adams.
Bij brief van 24 juni 1983 met drie bijlagen heeft N. Bergkamp, hoofdredacteur van 'De Limburger' (betrokkene) zich tegen de klacht verweerd. Bij brief van 19 juli 1983 diende P. Adams (betrokkene) een schriftelijk verweer in.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 september 1983. Klager was in persoon aanwezig evenals betrokkene Bergkamp, die verscheen mede namens betrokkene Adams.

FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Klager is sinds meer dan 10 jaar ambtenaar in dienst van de gemeente Echt. In 1980 vond een reorganisatie van het gemeentelijk ambtenarenapparaat plaats. Klager kreeg als gevolg daarvan een nieuwe functie. Tegen het besluit waarbij hij benoemd werd tot hoofd van het Stafbureau Landmeten en Kadaster ging hij in beroep bij het ambtenarengerecht te Roermond omdat deze functie te weinig werk inhield. Bij gelegenheid van de behandeling kwam naar voren dat klager naar zijn mening ook in zijn oude functie al te weinig werk had. Deze situatie bestond aldus al bijna tien jaar.
In 'De Limburger' van 21 november 1981 en van 25 maart 1982 is aandacht besteed aan de zittingen voor het ambtenarengerecht in deze zaak van de dag ervoor onder de kop 'Ambtenaar had meer dan tien jaar niets te doen', respectievelijk de bovenkop 'Ambtenaar eist nog eens f 50.000,- schadevergoeding. In de 'Maas en Roerbode' van 24 november 1982 wordt aan de eerste zitting een artikel gewijd onder de titel 'Klucht'.
In een aantal latere publikaties (29 oktober, 5 november en 14 december 1982) wordt aandacht besteed aan het afscheid van klager als voorzitter van het CDA in Echt en een conflict tussen hem en het college van B en W over het naar buiten komen van vertrouwelijke stukken over uitkeringen krachtens de Algemene Bijstandswet.
Alle publikaties zijn (mede) van de hand van P. Adams.

DE STANDPUNTEN VAN KLAGER EN BETROKKENE

De Raad vat de klacht van klager samen als volgt.

1. De eerste drie publikaties spreken steeds over (tien jaar) niets doen waar had moeten staan dat de eigenlijke functie van klager voor hem geen dagtaak van niveau inhield
vullen.
2. De kop van het artikel van 25 maart 1982 geeft de indruk als zou klager boven een eerder geëiste schadevergoeding nog eens f 50.000,-- vragen.
3. In de latere publikaties over zijn afscheid als CDA-voorzitter en een conflict over het uitlekken van vertrouwelijke gegevens wordt hij ten onrechte opnieuw afgeschilderd als de man, die tien jaar lang niets deed. Deze herhaling bracht hem ertoe zijn klacht in te dienen.
het artikel van 14 december 1982 wordt hij ten onrechte beschuldigd van smokkel van geheime documenten. Het verwijt van B en W aan zijn adres was echter dat hij geen melding had gemaakt van het hem bekende uitlekken van die stukken.

In zijn toelichting heeft klager nog naar voren gebracht dat het lid van het ambtenarengerecht Dassen inderdaad ook gesproken heeft over 'tien jaar met de handen over elkaar zitten'. Dit was echter niet zo bedoeld en hij heeft klager later hiervoor zijn excuses aangeboden. Dit neemt echter niet weg, dat op de zitting van het ambtenarengerecht wel degelijk duidelijk naar voren is gekomen, dat klager te weinig werk had dat paste bij zijn functie, dat hij daarom gedwongen was ander werk te verrichten hetwelk beneden zijn niveau lag en dat een en ander tengevolge van de reorganisatie in nog sterkere mate het geval was dan tevoren.

Betrokkene stelt dat bij het tot stand komen van de artikelen steeds het principe van hoor en wederhoor is toegepast. Er is aldus regelmatig contact geweest tussen de journalisten Adams en Biermans van 'De Limburger' en klager, die pas bij brief van 7 maart 1983, voorafgaande aan de procedure voor de Raad, zijn bezwaren kenbaar maakte.
Klager werkte ook mee aan een serie artikelen 'Dit is Echt', waarvan de aflevering van 21 januari 1982 gewijd was aan de positie van klager als gemeenteambtenaar. Klager maakte toen geen bezwaren tegen de gepubliceerde artikelen. De bovenkop boven het artikel van 25 maart 1982 had beter kunnen luiden 'Ambtenaar eist tevens f 50.000,--schadevergoeding'.
Omdat het afscheid van klager als voorzitter van het CDA volgens 'De Limburger' te maken had met zijn moeilijke positie als gemeenteambtenaar was het relevant om te verwijzen naar de kwestie van het niets doen. Overigens is op verzoek van klager de zinsnede uit het artikel van 29 oktober 1982 'Intussen zit de Echtenaar nog steeds thuis' gerectificeerd in de publikatie van 5 november 1982.
Betrokkene meent dat in de berichtgeving over het verdwijnen van geheime stukken onderscheid wordt gemaakt tussen de vraag wie hieraan schuldig is en het feit dat klager als CDA-politicus van die stukken gebruik heeft gemaakt. Hij verwijst naar een artikel van 15 december 1982 waarin een en ander nog eens nader wordt uiteengezet.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad acht het niet onzorgvuldig om in het verslag van de procedure voor het ambtenarengerecht en het badinerende stukje 'Klucht' te schrijven over 'had meer dan tien jaar (vrijwel) niets te doen' nu het inderdaad ging om de vraag of voor klager in de functie, waarin hij was aangesteld. voldoende werk van niveau voor handen was en een der leden van het ambtenarengerecht sprak over tien jaar lang met de handen over elkaar zitten.
De Raad acht het echter wel onzorgvuldig om in latere berichten over de rol van klager als CDA-politicus telkens te herhalen dat klager 'tien jaar lang met de handen over elkaar zou hebben gezeten' en daar door de indruk te wekken dat dit laatste ook werkelijk het geval zou zijn geweest. Door de herhaling van deze ongenuanceerde stereotype wordt klager ten onrechte gestigmatiseerd als een niets-doener.
Het bericht van 14 december 1982 over het naar buiten komen van vertrouwelijke documenten wekt naar de oordeel van de Raad inderdaad de indruk als zou klager de schuldige zijn. Deze onzorgvuldigheid is echter hersteld in de publikatie van de volgende dag.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond voorzover deze gericht is tegen het onnodig herhalen van het door klager gewraakte stereotype en wijst deze voor het overige af.

Aldus vastgesteld in de zitting an de Raad van 15 september 1983 door Mr. R. de Waard, voorzitter. O. Postma ing., Mr. T. Faber-de Heer, Mr. F. Kuitenbrouwer en Mw. T. Lücker, leden in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1983, 12.