1982/4 deels gegrond

VLET contra redactie Koopkracht

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van de Vereniging van Leveranciers van Elektrotechnische Toestellen (V.L.E.T.) tegen de redactie van Koopkracht.

DE KLACHT

Bij brief van 15 juli 1981 heeft de V.L.E.T. (klaagster) een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek tegen de redactie van Koopkracht (betrokkene), het maandblad van Consumenten Kontakt. Bij brief van 25 september 1981 heeft klaagster haar klacht aangevuld onder toezending van vijf bijlagen. Bij schrijven van 30 oktober 1981 heeft betrokkene zich verweerd. Bij brief van 20 november 1981 heeft klaagster gerepliceerd nadat zij bij brief van 27 november 1981 nog twee bijlagen bij haar klacht had toegezonden.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 15 april 1982, waarbij klaagster vertegenwoordigd werd door mr J. A. Th. Paans en betrokkene door mr Y. Zonderop, voormalig redactrice van Koopkracht en schrijfster van het gewraakt artikel.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten.
In het juninummer van het jaar 1981 van het blad Consumenten Kontakt is een artikel verschenen onder de titel 'Fabrikanten maken reparaties te duur.' In dit artikel worden de reparatietarieven van een aantal fabrikanten van en of handelaren in elektrische apparaten getoetst aan de jaarlijkse Prijzenbeschikkingen van het Ministerie van Economische Zaken. Het onderzoek vindt plaats aan de hand van de door de Stichting Vergelijkend Waren Onderzoek (SVWO) gepubliceerde tarieven. De conclusie is dat vrijwel geen enkele fabrikant of imponeur zich heeft gehouden aan de prijsregels van het ministerie. Bij brief van 15 juli 1981 van klaagster aan betrokkene heeft klaagster stelling genomen tegen de inhoud van het artikel onder gelijktijdige indiening van de onderhavige klacht bij de Raad voor de Journalistiek.
In het septembernummer van 1981 van Koopkracht is een rectificatie verschenen met betrekking tot de fabrikanten Candy en AEG, in het oktobernummer van 1981 met betrekking tot Philips en Bosch en in het decembernummer met betrekking tot Indesit.

HET STANDPUNT VAN PARTIJEN

Naar de mening van klaagster wordt in het artikel de indruk gewekt als zouden vrijwel alle fabrikanten of importeurs de wet overtreden namelijk omdat volgens het artikel de meesten van hen zich niet houden aan de prijsregels van het Ministerie van Economische Zaken. Tegen deze onterechte suggestie richt zich het belangrijkste bezwaar van klaagster.
Volgens klaagster heeft betrokkene deze conclusie ten onrechte slechts gebaseerd op toetsing van de door SVWO gepubliceerde tarieven aan de Prijzenbeschikkingen van het Ministerie.
Klaagster betoogt dat de SVWO-cijfers niet geƫigend zijn om als grondslag te dienen voor een onderzoek naar de naleving van de Prijzenbeschikkingen. De prijzenbeschikkingen gaan uit van een bepaalde peildatum. Voor een vergelijkend onderzoek moeten dan ook de toegepaste tarieven per die peildatum worden gehanteerd en niet de SVWO-cijfers omdat die daarop niet aansluiten en dus achterhaald kunnen zijn.
Uit de SVWO-cijfers kan niet worden afgeleid of een bepaalde fabrikant of imponeur via een ontheffing van het Ministerie toestemming heeft om van de Prijzenbeschikkingen af te wijken. De Prijzenbeschikkingen. tenslotte. maken onderscheid tussen toegestane verhogings percentages voor de tarieven van dienstverleners en die van de zogenaamde uurtarieven.
De laatste hebben betrekking op het reparatie tarief per gewerkt uur en de eerste zijn van toepassing op voorrijkosten. Uit de SVWO-cijfers kan niet worden opgemaakt bij welke van de twee tarieven de betreffende fabrikant of imponeur aansluiting heeft gezocht. Om al deze redenen had betrokkene, volgens klaagster, de SVWO-cijfers niet mogen gebruiken en interpreteren als zij heeft gedaan en had zij bij de fabrikanten en importeurs zelf de servicetarieven moeten Opvragen en inlichtingen moeten inwinnen bij het Ministerie.
Betrokkene stelt hiertegenover dat in het artikel nergens met zoveel woorden wordt gesteld dat er sprake is van wetsovertreding van de zijde van de fabrikanten of importeurs. Zij heeft een dergelijke beschuldiging bewust achterwege gelaten omdat het terrein van tarieven en prijzen een ingewikkeld materie behelst.
Overigens aarzelt de redactie van Koopkracht niet in voorkomende gevallen terechte beschuldigingen met zoveel woorden uit te spreken. Gezien deze stijl van het blad moet het voor de lezers ook duidelijk geweest zijn dat beschuldiging van wetsovertreding hier niet de bedoeling was. Voorop stond aan te tonen dat de Prijzenbeschikkingen in de praktijk niet tot de regulering leiden, die bedoeld is. Wat betreft de SVWO-cijfers, pas achteraf en wel naar aanleiding van de onderhavige klacht, is gebleken dat in deze gegevens - hoofdzakelijk ten gevolge van tijdsverschillen - onjuistheden kunnen voorkomen.
De SVWO vraagt de tarieven bij de fabrikanten of importeurs zelf op onder opgave van de datum waarop de gebruikelijke brochure met de publikatie van de tarieven zal verschijnen. De fabrikanten en importeurs hebben in het verlede nnimmer bezwaar gemaakt tegen dergelijke publikaties en daarbij ook geen voorbehoud gemaakt ten aanzien van het gebruik dat van de SVWO-cijfers zou mogen worden gemaakt. Betrokkene meent dat zij er niet bedacht op hoefde te zijn dat de SVWO-cjfers niet betrouwbaar waren. Ook met eventuele ontheffingen hoefde zij geen rekening te houden omdat het daarbij gaat om uitzonderingen op de regel. Het Ministerie geeft hierover geen inlichtingen. Bovendien heeft Koopkracht in alle gevallen waarin een fabrikant of importeur aantoonde dat er onjuistheden waren vermeld dit terstond, gerectificeerd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De gewraakte publikatie is gebaseerd op de reparatietarieven voor elektrische apparaten, zoals die jaarlijks worden gepubliceerd door de Stichting Vergelijkend Waren Onderzoek. Klaagster heeft de juistheid van deze cijfers en de interpretatie ervan door betrokkene op verschillende gronden aangevallen in haar bnef aan betrokkene van 15 juli 1981.
Naar het oordeel van de Raad behoefde bedoelde brief betrokkene geen aanleiding te geven om reeds in het septembernummer terug te komen op de cijfers en percentages van de in het juni-nummer van haar blad bekritiseerde pnjsverhogingen. Immers, in deze bnef wordt op geen enkele wijze aangegeven welke cijfers dan wel juist zouden zijn. Anderzijds is door betrokkene aannemelijk gemaakt dat zij, mede gelet op eerdere ervaringen met publikaties van door de SVWO verstrekte gegevens. ervan mocht uitgaan dat de onderhavige cijfers van de SVWO juist waren. Bovendien heeft betrokkene in de individuele gevallen, waarin de importeurs of fabrikanten alsnog de wel juiste cijfers hebben opgegeven, direct de nodige rectificaties gepubliceerd. Met klaagster is de Raad van oordeel dat het anikel wel bij de lezers gemakkelijk de indruk kon wekken als zou het de bedoeling zijn een aantal fabrikanten/importeurs te beschuldigen van wetsovertreding. Op verschillende plaatsen en ten aanzien van verschillende fabnkan ten/importeurs komt in het anikel de mededeling voor, dat de toegepaste pnjsverhoging (aanmerkelijk) meer was dan volgens de toepasselijke prijsbeschikking 'was toegestaan' of'mocht'. Betrokkene heeft hienegenover slechts gesteld (ten Iste) dat het niet haar bedoeling was bovengenoemde indruk te wekken (en ten 2de) 'dat het belang van een goede informatie aan de consument even zwaar (weegt voor haar) als het belang van het bedrijfsleven dat van onjuiste beschuldigingen gevrijwaard dient te zijn'.
Betrokkene had echter, juist in verband met evenbedoelde eigen stellingen, in klaagsters brief van 15 juli 1981 aanleiding behoren te vinden haar publikatie op dit punt te comgeren in het september-nummer door duidelijk te stellen dat zij genoemde bedoeling (beschuldiging van wetsovertreding) niet had.
In plaats daarvan heeh betrokkene ook nog in het september-nummer vermeld dat, behoudens ten aanzien van Candy en AEG, haar conclusie, dat veel fabrikanten 'hun tarieven duurder hebben gemaakt dan volgens de algemene prijzenbeschikking mocht' overeind bleef.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht door in het septembernummer van Koopkracht niet duidelijk te maken dat het niet de bedoeling was geweest de indruk te wekken als zouden vrijwel alle fabrikanten/importeurs de wettelijke regels ten aanzien van de maximaal toelaatbare prijzen overtreden.
De Raad wijst de klacht voor het overige af.

Aldus vastgesteld ter zitting van 15 april 1982 door mr R. de Waard. voorzitter. O. Postma ing., mr T. Faber-de Heer, mr F. Kuitenbrouwer en mw. A. G. Scherphuis, leden, in aanwezigheid van mr A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1982, 4.