1982/12 ongegrond

OPOE CONTRA TON ELIAS JR

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van OPOE-lezerskring tegen Ton Elias jr.

DE KLACHT

Bij brief van 1 maart 1982 met twee bijlagen heeft OPOE-lezerskring te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen Ton Elias jr. (betrokkene) te Amsterdam.
Bij brief van 30 april 1982 met drie bijlagen heeft betrokkene zich verweerd waarna hij bij brief van 28 augustus 1982 desgevraagd nader bewijsmateriaal met betrekking tot zijn verweer toezond. Klager heeft hierop gereageerd bij brief van 26 oktober 1982 . De zaak is behandeld ter zit ing van de Raad van 18 november 1982. Namens de lezerskring was aanwezig Marcel Michelson. Betrokkene verscheen in persoon.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In Folia Civitatis, weekblad voor de Civitas Academica der Universiteit van Amsterdam, van 16 januari 1982 is een artikel verschenen van betrokkene onder de titel 'Vakvrouw Beatrix bezoekt jubilerende universiteit' . Het artikel is gewijd aan de viering van de 350e Dies Natalis van de Universiteit van Amsterdam met een plechtige openbare Academische zitting in de Nieuwe Kerk te Amsterdam in aanwezigheid van koningin Beatrix en een ontvangst door de koningin in het paleis op de Dam voor 250 genodigden uit de universitaire wereld. Over dit laatste vermeldt de schrijver dat deze ontvangst minutieus is voorbereid, onder meer doordat de genodigden gedetailleerde instructies hebben gekregen hoe zij zich tegenover de Koningin dienen te gedragen.
Volgens het artikel heeft dit geleid tot verzet bij sommigen. Meegedeeld wordt dat in het 'blaadje OPOE' dat wekelijks aan de Economische Faculteit verschijnt, de lezers opgeroepen zijn bij enige met naam en foto aangeduide personen stenen door de ruiten te gooien als deze van de uitnodiging voor de ontvangst gebruik zouden maken. Het artikel vervolgt: 'de merendeels anarchistische en krakende redactie van het blad heeft het sinds de kroning op 30 april 1980 niet zo op het koningshuis.' In Folia Civitatis van 13 februari 1982 is in de rubriek 'l.s.', bestemd voor ingezonden brieven, een stuk opgenomen met als ondertekening 'redactie 'OPOE', waarin op genoemde passage uit het artikel van betrokkene wordt gereageerd. Onder meer wordt meegedeeld dat OPOE (Ongesubsidieerde Publikaties Over Ekonomie) geen redactie heeft. In een naschrift van betrokkene bij dit stuk staat als slotzin: 'En als we het dan toch over zuivere journalistiek hebben: wanneer U dit begrip hanteert kunt u er misschien eens over nadenken of het wel zo zuiver is in uw blaadje hoogleraren van rechtse signatuur frequent te omschrijven als fascisten...' In Folia Civitatis van 27 februari 1982 heeft klager op dit naschrift gereageerd met andermaal een ingezonden brief. Hierin wordt ontkend 'dat in OPOE hoogleraren frequent als fascist worden omschreven.'

DE STANDPUNTEN

Klager zet uiteen dat het blad OPOE geen vaste redactie heeft. Iedere aflevering is een verzameling van individuele bijdragen. De verschillende participanten voeren een discussie over o.a. het begrip fascisme, dat niet vast omlijnd is. Iedere scribent gebruikt het begrip vanuit zijn eigen visie. Het is en blijft onjuist, volgens klager, dat in het blad hoogleraren van rechtse signatuur frequent als fascist omschreven zijn. Betrokkene verwijst in zijn antwoord hierop naar de volgende door hem bij brief van 28 augustus overlegde stukken:

a. In een ongedateerde aflevering van OPOE uit februari 1981 is sprake van het Oud-strijders Legioen 'de strijders van het 'nette' fascisme, met als erelid P. Bernhard en in de top o.a. Luns, Berkhouwer en Kistemaker'.
b. In OPOE van 17 december 1981.wordt geschreven over het koningshuis 'met het aangetrouwde stel varkens, waarvan de ene meer dan de ander uitblinkt in fascisme...'
c. In OPOE van 26 januari 1982 wordt gewag gemaakt van 'het fascisme van Polak'.
d. In OPOE van 18 februari 1982 wordt t.a.v. deelnemers aan een bepaald vrouwenoverleg de vraag gesteld of deze fascistisch zijn of gewoon 'rechts'
e. In een niet nader met datum aangeduide aflevering van OPOE is de vraag gesteld of hoogleraar de Jong een oorlogsverleden heeft.

Betrokkene meent met deze verwijzingen aangetoond te hebben dat in OPOE het begrip fascist te pas en te onpas wordt gebruikt. Hij erkent dat strikt genomen slechts éénmaal een hoogleraar fascist is genoemd. Hij had daarom beter kunnen spreken van bijvoorbeeld 'allerlei personen'.

BEOORDELING

Naar het oordeel van de Raad staat vast dat in diverse publikaties van het blad OPOE vele vaak met name genoemde - personen als fascist worden aangeduid, dan wel met fascisme in verband worden gebracht. Het stond betrokkene vrij hierop in voormeld naschrift kritiek uit te oefenen. In de hiervoren onder a tot en met e vermelde publikaties wordt echter slechts eenmaal een met name genoemde hoogleraar met het fascisme in verband gebracht. Het is daarom onjuist dat betrokkene het meervoud 'hoogleraren' en in verband daarmede het woord 'frequent' heeft gebruikt.
Deze onnauwkeurigheid doet echter niet of nauwelijks af aan de kennelijke strekking van evenbedoelde kritiek en brengt niet mede, dat het door klager aangevallen naschrift in zijn totaliteit laakbaar zou moeten worden geacht Immers, indien in dit naschrift slechts het woord 'hoogleraren' wordt vervangen door 'personen', valt daarop uit journalistiek oogpunt geen enkele aanmerking meer te maken De klacht komt de Raad derhalve ongegrond voor.

BESLISSING

De Raad wijst de klacht af.

Aldus vastgesteld ter zitting van 18 november 1982 door mr R. de Waard, voorzitter, O. Postma ing., mr F. Kuitenbrouwer, mr T. Fahef-de Heer en drs J. M. M. van der Pluijm, in tegenwoordigheid van mevrouw mr A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1982, 12.