1982/11 ongegrond

W. MEIJER EN J. CHAPEL CONTRA L. VAN RAAY

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van W. Meijer en J Chapel tegen L van Raay.

DE KLACHT

Bij brief van 17 mei 1982 met vijf bijlagen hebben W. Meijer en J. Chapel te Raalte (klagers) een klacht ingediend tegen L. van Raay (betrokkene). chef redacteur van het Overijssels Dagblad, een kopblad van de Twentsche Courant.
Bij brief van 7 juli 1982 met vier bijlagen heeft J. G. H. Oude Brunink, hoofdredacteur van de Twentsche Courant, namens L. van Raay tegen de klacht verweer gevoerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 november 1982. Klagers waren in persoon aanwezig evenals betrokkene, die samen met zijn hoofdredacteur verscheen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Als leden van de politieke partij D'66 stonden klagers aanvankelijk op de kandidatenlijst van deze partij voor de gemeenteraadsverkiezingen van de gemeente Raalte op 2 juni 1982. Als gevolg van een conflict binnen D'66 zag deze partij af van deelneming aan de gemeenteraadsverkiezingen. Daarna stelden klagers zich beschikbaar als kandidaat voor de lijst van de plaatselijke partij Ons Belang. Naar aanleiding van deze gebeurtenissen verscheen in het Overijssels Dagblad van 17 april 1982 een spotprent met de volgende afbeelding. Een staande figuur, op de rug voorzien van de aanduiding Chapel/Meijer, stapt over een liggende figuur, aangeduid als D'66 in de richting van een aan de horizon getekende zon met in de stralenkrans de woorden 'ONS BELANG'. De staande figuur spreekt volgens de prent de tekst 'Excuséz-moi, m'n waarde! U stond in de weg' met het gezicht gewend tot de liggende figuur. Boven de prent staat 'Ons Belang?'. Onder de tekening staat in getekende letters
'Met rasse schreden voor eigen belang naar 'Ons Belang'.

DE STANDPUNTEN

Volgens klagers lijkt de prent geïnspireerd te zijn door een soortgelijke prent uit de dertiger jaren om de vertrapping van het Joodse volk weer te geven.
'In de stijl van Boost of David Low stapte het 'Herrenvolk' over de 'Jude' richting zon als zinnebeeld van het Derde Rijk'. Aangezien enkele leden van Ons Belang jood zijn achten klagers de prent onthutsend, kwetsend en laag.
Ook al zou de prent niet genoemde inspiratiebron hebben, dan nog achten klagers de prent beledigend, niet alleen vanwege de suggestie dat zij over lijken zouden gaan om hun eigen belang na te streven, maar in het bijzonder vanwege de verwijzing naar SS gedrag door de manier waarop de 's', met name in het woord 'rasse', getekend is.
Volgens klagers is door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie en het Oorlogsprentenkabinet bevestigd dat er in de jaren '30 een soortgelijke prent is geweest. Zij hebben deze prent niet kunnen achterhalen. Hun verontwaardiging over de prent wordt, zo stellen zij, gedeeld door velen, zoals gebleken is o.a. na circulatie van de prent op een forumavond. Zij hebben met het inzenden van de klacht gewacht totdat door D'66 onderzoek was verricht naar de reden van het conflict rond de kandidatenlijst van de partij voor de gemeenteraadsverkiezingen en ook omdat zij eerst informatie wilden inwinnen bij diverse instanties zoals het RIOD en de Anne-Frank-Stichting in verband met het karakter van de prent.
Betrokkene ontkent dat de spotprent nagemaakt zou zijn van een soortgelijke anti-semitische Duitse prent uit de dertiger jaren. De tekenaar is pas in de twintig en is in ieder geval van dergelijke prenten niet op de hoogte. De prent wil niet suggereren dat klagers over lijken gaan. De afgebeelde liggende figuur is immers geen lijk zoals blijkt uit het feit dat hij wordt toegesproken.
De enige vraag, die van belang is, acht betrokkene of het woord 'rasse' met opzet zo is geschreven dat hieruit het SS-teken tevoorschijn komt. Betrokkene ontkent dat dit het geval is. De enigszins hoekige wijze waarop de 's' getekend staat, hoort bij de altijd toegepaste tekentrant van de cartoonist in kwestie. Betrokkene verwijst naar de ten bewijze hiervan overgelegde andere spotprenten van deze tekenaar. De hoofdredacteur van betrokkene, die namens deze het woord voerde, betreurt dat klagers zich niet aanstonds tot hem of betrokkene hebben gewend om de kwestie uit te praten. Hij zegt inmiddels met de tekenaar de door klagers opgeworpen problemen te hebben besproken waarbij hij de tekenaar heeft voorgehouden dat op dit terrein bijzondere zorgvuldigheid geboden is.

BEOORDELING

De klacht spitst zich toe op de stelling dat de spotprent een verwijzing inhoudt naar praktijken uit de nazitijd hetgeen in het bijzonder tot uitdrukking zou komen door de tekenwijze van de 's' in het woord 'rasse'.
De Raad is van oordeel dat de prent als geheel geen fascistische symboliek inhoudt. Op grond van de door betrokkene getoonde andere spotprenten van de tekenaar staat vast dat deze de letter 's' altijd tekent ongeveer op de wijze waarop deze letter enkele keren voorkomt in de tekst van de gewraakte spotprent. Voorzover in de letters 's', zoals deze voorkomen in het woord 'rasse', gelijkenis kan worden gezien met het SS-symbool berust dit op toeval en is geen opzet in het spel. Aan betrokkene kan niet worden verweten dat hij het onbedoelde effect van de tekening op klagers niet heeft voorzien.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

Aldus vastgesteld ter zitting van 4 november 1982 door mr H. B. Vroom, voorzitter, O. Postma, ing., mr T. Faber-De Heer, drs H. W. M. van Run en mr H. J. Heerma van Voss, leden, in tegenwoordigheid van mr A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1982, 11.