1981/7 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van de heer K. de Jonge tegen de hoofdredactie van de Winschoter Courant.

Bij brief van 9 december 1980 heeft de heer K. de Jonge (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredactie van de Winschoter Courant (betrokkene). Nadat betrokkene een verweerschrift had ingediend en klager daarop had gerepliceerd heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen. De Raad heeft de zaak op 4 juni 1981 ter zitting behandeld waar zijn verschenen de heer K. de Jonge, zijn raadsman mr P.C. Berghuis en voor betrokkene de heer R. Waalkens.

KLACHT

De klacht richt zich tegen de publicatie in de Winschoter Courant van 24 november 1980 op de voorpagina onder de kop: "Organisator feestavond draagt opbrengst niet af". "Geharrewar over Stutvoetgeld" met de volgende inhoud:

"Er is geharrewar omtrent de opbrengst van het Stutvoet-actiefeest, dat op 1 februari van dit jaar in oude Pekela is gehouden. De nettoopbrengst van die feestavond in de Wenakker, die zo'n 1500 bezoekers trok, een bedrag van rond de f 5.800,-, is nog steeds niet overgemaakt naar de Patiëntenvereniging Stutvoet, maar staat nog op de Bondsspaarbank in Oude Pekela.
De heer K. de Jonge van het Advies- en Bemiddelingsbureau De Jonge BV in Oude Pekela, die het feest organiseerde, zit volgens zijn zeggen een beetje met het geld in de maag. "Ik kan het geld niet afdragen, als de vereniging niet wettelijk erkend is. Ik heb nog nooit een officieel papier gekregen, dat die vereniging bestaat", aldus de heer De Jonge.
Volgens de vice-voorzitter van de belangenvereniging van leukemiepatiënten, vice-voorzitter J. op 't Holt uit Veendam weet De Jonge wel beter. Hij heeft in april nog telefonisch contact met hem gehad en toen gezegd het geld over te maken. "We lopen er echter niet achteraan, we hebben wel wat anders te doen", zegt Op 't Holt. Dat de vereniging niet officieel erkend is, wijst hij naar het rijk der fabelen. "De oprichtingsakte is op 1 april bij de notaris gepasseerd en de vereniging staat ook ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Iedereen kan dat zo controleren".
De vice-voorzitter heeft het idee, dat De Jonge boos is op de vereniging, omdat het bestuur zich heeft gedistantieerd van feestavonden zoals die in Oude Pekela, omdat die volgens Op 't Holt negatieve publiciteit opleveren. De vice-voorzitter vertelt, dat de Jonge nog meer feestavonden had willen organiseren, met het overgebleven geld. "Dat hebben we echter afgewezen". Op 't Holt denkt nu, dat De Jonge zich daardoor in zijn wiek geschoten voelt. "Hij doet het alleen ter glorie van zichzelf", aldus de vice-voorzitter. We willen niets met die feestavonden te maken hebben, het is onze taak niet. Dat ze ons geld willen sturen, vinden we best. We lopen er echter niet achteraan"."

Klager voelt zich door deze publicatie zeer gegriefd. Door de inhoud, de wijze van opmaak en de plaatsing op de voorpagina van de publicatie wordt de indruk gewekt dat klager blaam treft door het niet afdragen van de "Stutvoet-gelden".

Klager die een advies- en bemiddelingsbureau runt, is in zijn eer en goede naam aangetast door deze publicatie. Hij heeft daarnaast nogal wat hinder ondervonden van het artikel in de vorm van scheldtelefoon acties en dergelijke.

Een door de heer Op 't Holt ter plaatsing aangeboden ingezonden stuk waarin hij verklaart klager geenszins in een kwaad daglicht te hebben willen stellen is door betrokkene ook nog eens niet geplaatst.

VERWEER

De publicatie is op grond van journalistieke overwegingen op de voorpagina geplaatst en niet om klager in een ongunstig daglicht te stellen.

De publicatie werd door talloze publicaties over de actie voor leukemiepatiënten voorafgegaan, waarvan verscheidene op de voorpagina. Deze actie kreeg landelijke bekendheid en werd naar de initiatiefnemer, Peter Stutvoet, zelf leukemiepatiënt, de "Stutvoetactie" genoemd. De actie was erop gericht de opname- en verpleegmogelijkheden van leukemiepatiënten met name in het Academisch Ziekenhuis in Groningen te verbeteren.

Teneinde de actie te ondersteunen werd op 1 februari 1980 de in de publicatie genoemde feestavond gehouden. Ook rondom deze geslaagde feestavond is veel (positieve) publiciteit geweest.

Toen vervolgens in november 1980, meer dan een half Jaar nadat de bedoelde feestavond was gehouden de redactie het gerucht bereikte dat het geld dat door middel van deze feestavond was bijeengebracht nog altijd niet zijn doel had bereikt, terwijl de heer Op 't Holt zwart op wit de bewijzen van het officiële bestaan van de vereniging kon tonen, werd, na op Juiste wijze hoor en wederhoor te hebben toegepast, tot publicatie overgegaan. Betrokkene wijst erop dat hij geen verantwoordelijkheid draagt voor uitlatingen die woordvoerders over en weer hebben gedaan.

ZITTING

Klager licht ter zitting toe dat hij vaker feestavonden organiseert. Voor deze feestavond heeft hij privé en zakelijk geheel garant gestaan. Hij is er zelfs een week eerder voor van vakantie teruggekomen. Op het eind van de feestavond vroeg een mevrouw hem of "ze even konden afrekenen". Klager stelt op een dergelijke mededeling natuurlijk het geld niet te kunnen afdragen. Begin april 1980 is hij gebeld door de heer Op 't Holt die hem meedeelde dat de vereniging officieel was opgericht. Van de vader van de inmiddels overleden Peter Stutvoet vernam klager echter dat de vereniging nog niet officieel was opgericht. Klager heeft tot op heden nog geen enkel officieel stuk of verzoek tot betaling van de vereniging ontvangen en verkeerde zijns inziens in de onmogelijkheid om het geld af te dragen. Tengevolge van deze publicatie zijn bij hem enkele ruiten ingegooid en is hij zelfs met de dood bedreigd omdat hij het geld zou hebben opgemaakt. Klager schrijft dit toe aan de bewuste publicatie met name door de wijze van opmaak en kop is hij in een kwaad daglicht gesteld.

Klager vindt het onbegrijpeliJk dat een in overleg met de advocaat van de heer Op 't Holt opgestelde verklaring niet door betrokkene in de krant is opgenomen. In deze verklaring zegt de heer Op 't Holt: "Blijkbaar is de inhoud van de publicatie bij een deel van het lezend publiek overgekomen als dat ik de heer De Jonge min of meer in een kwaad daglicht heb willen stellen. Dit is echter niet het geval. Dat de heer De Jonge op deze wijze in de publiciteit is gekomen is uiteraard niet mijn bedoeling geweest".

Betrokkene zegt dat de krant nogal vaak regionaal nieuws op de voorpagina plaatst. Deze actie heeft tamelijk veel opzien gebaard en vandaar dat nogal wat berichten daarover op de voorpagina werden geplaatst, waaronder de onderhavige publicatie. Betrokkene heeft geen moment geaarzeld of dit bericht wel op de voorpagina moest.

Naar aanleiding van het gerucht is kontakt opgenomen met klager en daarna is de heer Op 't Holt thuis bezocht. Betrokkene heeft zich ervan overtuigd dat de vereniging inderdaad opgericht was. Betrokkene merkt op dat klager de zakeliJke inhoud van de publicatie ook niet betwist.

Wat de ter publicatie toegezonden verklaring van de heer Op 't Holt betreft heeft betrokkene met plaatsing gewacht op de uitspraak van de Raad. Dit is de heer Op 't Holt meegedeeld.
Desgevraagd zegt betrokkene dat wanneer klager het geld overmaakt dit onmiddellijk met een begeleidende foto in de krant zal worden gepubliceerd.

OVERWEGINGEN

De Raad stelt allereerst vast dat partijen het er over eens zijn dat de zakelijke inhoud van de publicatie niet onjuist is. Uit de door klager overgelegde schriftelijke verklaring van Op 't Holt blijkt ook niet, dat diens in de publicatie vervatte uitlatingen daarin ook maar in enig opzicht onjuist zouden zijn weergegeven.

Plaatsing van een bericht met regionaal nieuws op de voorpagina van een krant met een sterk regionaal karakter acht de Raad geenszins uitzonderlijk. De kop van het artikel betreft een feitelijk juiste constatering en dient in samenhang met de rest van het artikel te worden gelezen. De opmaak van het artikel acht de Raad evenmin buiten proporties.

In aanmerking moet voorts worden genomen, dat betrokkene, alvorens tot publicatie over te gaan, ook aan klager heeft gevraagd diens standpunt kenbaar te maken, waarna betrokkene dat standpunt - te weten: dat klager het geld niet kan afdragen indien de vereniging niet wettelijk is erkend en dat hij nog nooit een officieel papier heeft ontvangen waaruit het bestaan van de vereniging blijkt - op juiste wijze in de publicatie heeft weergegeven.

Voorts is nog van belang betrokkenes toezegging dat ook over de overdracht van het geld door klager aan de vereniging een publicatie, met foto, in de krant zal verschijnen.

Gelet op al het vorenstaande, is de Raad van oordeel dat betrokkene op geen enkele wijze is tekortgeschoten in de zorgvuldigheid die van hem mag worden verlangd.

Aldus vastgesteld ter zitting op 4 juni 1981 door mr R. de Waard, plvv. voorzitter, D. Houwaart, mw mr T. Faber-de Heer, drs H.W.M. van Run, R.H.G. Schoonhoven, in aanwezigheid van mw mr M.P. Galama-Kuipers, secretaris.

RvdJ 1981, 7.