1981/12 deels gegrond

W. Kras contra hoofdredacteur Nieuwe Revu

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van de heer W. Kras tegen Nieuwe Revu.

Bij brief van 24 december 1980 heeft mr J. K. Gaasbeek voor zijn cliënt de heer W. Kras (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredactie van Nieuwe Revu (betrokkene).
Nadat betrokkene op de klacht had gereageerd en klagér had gerepliceerd heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen. De Raad heeft deze zaak behandeld ter zitting op 19 november 1981, alwaar zijn verschenen voor klager de heer mr J . K. Gaasbeek en W . Kras en voor betrokkene de heren mr H. J . Boukema en R. de Vos . Aan de behandeling van de klacht kon slechts door vier leden van de Raad worden deelgenomen. Klager en betrokkene hebben zich hiermede akkoord verklaard.

KLACHT

De klacht richt zich tegen de reportage in Nieuwe Revu no. 32 van 8 augustus 1980 onder de titel 'Deze man past niet in ons systeem'. De reportage is gebaseerd op een fotoreportage over klager, beschreven als iemand aan de zelfkant van het bestaan levend, gemaakt door de heer Visser. Klager heeft in eerste instantie aan deze fotoreportage meegewerkt omdat hij hoopte dat daardoor de verkoop van zijn schilderijen zou toenemen. Daarnaast was de afspraak gemaakt dat klager zou worden geïnterviewd. Dit is volgens klager echter niet gebeurd. In plaats daarvan werden gegevens over klager ten behoeve van de reportage bij derden ingewonnen. Zowel deze wijze van nieuwsgaring als de wijze van afschilderen van zijn persoon acht klager uitermate onzorgvuldig te zijnen opzichte. Bovendien bevat de reportage enkele grove onjuistheden en onterechte suggesties. Klager geeft hiervan de volgende voorbeelden:
- Klager heeft de fotograaf niet tijdens een rel ontmoet. De fotograaf woont enkele huizen verderop in de straat waar klager woont
- Klager heeft op verzoek van een in het ziekenhuis verblijvende kennis f 10,--uit zijn portemonnaie genomen om een fles drank voor hem te kopen. In het onderschrift bij de foto waarop dit gebeuren is vastgelegd staat dat hij zijn makker f 100,- lichter maakt.
- - Klager heeft zijn huisdieren niet verwaarloosd. Van zijn twee beo's is er één weggevlogen en de andere was direct na aankoop dood . Zijn hond heeft klager, toen hij in het ziekenhuis moest worden opgenomen, aan de fotograaf, de heer Visser, ter verzorging overgedragen.
- Er wordt gesuggereerd dat klager het niet lang meer zal maken; dat hij zich dood drinkt en dergelijke . Klager laat zich echter vrijwillig voor zijn drankprobleem behandelen.
- Klager doet weinig aan zijn huis omdat het pand in zeer slechte staat verkeert en op de nominatie staat voor de sloop.
Klager wordt in de reportage op een zeer negatieve manier beschreven. Hij voelt zich erdoor kapot geschreven. Hij heeft er veel hinder en schade door ondervonden omdat anderen zijn gaan denken dat hij agressief is en zelfs zijn vrienden besteelt.
Betrokkene heeft weliswaar een door klager zelf geschreven ingezonden brief geplaatst. Door de plaatsing van deze brief met het bijschrift van betrokkene is echter een ander effect bereikt dan genoegdoening van klager. Betrokkene was niet bereid door de advocaat van klager daarna opgestelde rectificerende brief te plaatsen.

VERWEER

Betrokkene stelt dat de bedoeling van de reportage over klager was naar voren te brengen hoe het mensen in onze samenleving kan vergaan, die niet in een gebruikelijk gareel wensen te lopen. Uit de context van de reportage blijkt duidelijk dat de bedoeling om klager kapot te schijven ontbreekt. In de tekst wordt de persoon van klager dan ook met sympathie beschreven. In tekst en foto's worden nu juist de situaties gehekeld die tot gevolg hebben dat klagers leven zo wordt bemoeilijkt.
Uit de foto's blijkt dat klager voor een aanzienlijk deel ervan heeft geposeerd. Alle foto's zijn met zijn medeweten en toestemming genomen.
Na de verschijning van de reportage heeft betrokkene een brief van klager zelf ter plaatsing ontvangen. Deze brief is vrijwel integraal geplaatst. Omdat betrokkene uit deze brief opmaakt dat klager zich door de reportage toch gegriefd voelde is aan deze brief de volgende zin toegevoegd: 'Het artikel was geen aanklacht tegen Krasof zijn familie, maar tegen het systeem'.
Na plaatsing kwam andermaal een brief van de zijde van klager over hetzelfde onderwerp ter plaatsing. Op dit verzoek is betrokkene niet ingegaan omdat het niet aangaat net zo lang brieven te plaatsen totdat klager tevreden gesteld is. Het is betrokkene niet toe te rekenen dat klager pas later juridisch advies heeft ingewonnen.

ZITTING

Ter zitting verklaren de vertegenwoordigers van betrokkene dat de opzet van de reportage was aan te geven dat en hoe het mogelijk is in een verzorgingsstaat tussen wal en schip te raken. De gedachte aan een dergelijk artikel kwam op toen R. Visser, freelance fotograaf bij Nieuwe Revu, zijn fotoreportage van klager aanbood. De informatie over klager's bestaan kwam eveneens in eerste instantie van R. Visser, Uit de fotoreportage bleek duidelijk dat de foto's in overleg met klager waren genomen. Namens betrokkene heeft De Vos de informatie over klager geverifieerd bij klager zelf. Hij heeft een à anderhalf uur met klager in diens huis gesproken. Met opzet had De Vos 's ochtends vroeg met klager afgesproken, om hem nuchter aan te treffen. Om het gesprek op gang te brengen had hij een aantal pilsjes meegenomen. Zeker de eerste drie kwartier heeft hij zinnig met klager kunnen praten. Daarnaast heeft De Vos met een maatschappelijk hulpverlener die met klager regelmatig contact onderhield gesproken. Voorts heeft De Vos bij enkele officiële hulpverlenende instanties inlichtingen ingewonnen. Uit het totaal van de - uit al deze inlichtingen samengestelde tekst en de foto's blijkt overduidelijk dat ons maatschappelijk bestel aan de kaak wordt gesteld.
Klager vertelt ter zitting, dat de fotograaf - die enkele huizen verderop woont - met hem een afspraak heeft gemaakt over de fotoreportage: Klager zou de helft van de opbrengst van deze reportage krijgen. Bovendien zou dan dacht worden besteed aan de schilderijen van klager. Klager zou door de publikatie worden gerehabiliteerd. Sterker nog, hij zou er zelfs beroemd door worden. Klager heeft nooit toestemming gegeven tot publikatie van de tekst. Hij kan zich niet herinneren ooit met De Vos over zijn levenssituatie te hebben gesproken. Indien een dergelijk gesprek mocht hebben plaatsgevonden, dan verkeerde klager toen - naar hij moet aannemen - niet in nuchtere toestand.
Klager verwijt de fotograaf dat deze hem heeft misbruikt. De schriftelijk beloofde helft van de opbrengst van de fotoreportage heeft klager nog niet ontvangen. Daarbij komt dat de fotograaf klagers hond heer verkocht. De door klager bij de kantonrechter tegen de fotograaf ingediende vordering over zijn deel van de fotoreportage is door de kantonrechter toegewezen. En dat alles, terwijl juist deze fotograaf in de reportage wordt beschreven als een van de weinige mensen die klager niet hebben laten vallen. Klager noemt de stelling van betrokkene dat het artikel een klacht.
tegen het systeem is en niet tegen hem schijnheilig. Hij voelt zich door de publikatie kapot geschreven. Klager wijst hierbij op zinsneden als:
'Kras vegeteert'; 'Als hij dood is, zal Delft opgelucht ademhalen'; 'Kras teistert de ordelijke samenleving'; 'De woning van Kras is een mestvaalt' en 'De zorg voor een huisdier komt bij een baas met
verantwoordelijkheidsgevoel' .
Wat de ingezonden brief betreft merkt klager nog op dat enkele essentiële punten daaruit niet zijn gepubliceerd zoals de opmerking dat klager zich distantieert van de reportage en dat het interview zodanig is verdraaid dat het de Nieuwe Revu goed uitkomt voor de sensatie en voor de verkoop.

OVERWEGINGEN

De Raad acht het aannemelijk, dat de publikatie ten doel had een maatschappij-kritische schildering te geven van een tussen de wal en het schip geraakte man. Uit de reportage blijkt inderdaad, dat de betrokkene het onvermogen van onze verzorgingsstaat om een man als klager op te vangen, heeft willen hekelen.
Anderzijds is het eveneens aannemelijk, dat de fotograaf Visser aan klager beloften heeft gedaan welke niet door hem zijn nagekomen hetgeen des te kwalijker is te achten, omdat klager kennelijk juist door het vertrouwen dat hij in Visser stelde ertoe is gebracht medewerking te verlenen aan het maken van de fotoreportage. Opmerkelijk is in dit verband, dat juist de fotograaf (Visser) in de reportage wordt beschreven als één van de zeer weinigen 'die zich het lot van Kras hebben aangetrokken' en 'oprecht proberen hem overeind te houden'.
Bij de beoordeling van de vraag in hoeverre het leed dat klager tengevolge van de reportage heeft ondervonden aan onzorgvuldigheid van betrokkene moet worden toegeschreven, dient echter te worden voorop gesteld, dat - naar ter zitting aannemelijk is geworden - betrokkene pas is overgegaan tot het inwinnen van de informaties waarvan bij het opstellen van de tekst gebruik is gemaakt, nadat de met medewerking van klager gemaakte fotoreportage door Visser - als freelance fotograaf - aan betrokkene was aangeboden. Betrokkene mocht bij het redigeren van de tekst derhalve uitgaan van hetgeen in redelijkheid uit de foto's kon worden afgeleid.
De Raad acht het voorts aannemelijk, dat De Vos inderdaad ook bij klager zelf informaties heeft ingewonnen, al kan klager zich dat thans niet meer herinneren. Dat De Vos zich daarnaast nog tot een maatschappelijk werker en tot hulpverlenende instanties heeft gewend teneinde nadere inlichtingen omtrent klager te verkrijgen, stond hem mede gelet op het doel van de reportage - uiteraard vrij.
Het valt evenwel te betreuren, dat betrokkene - mede gelet op de levensomstandigheden van klager- klaarblijkelijk geen aanleiding heeft gevonden zich te verdiepen in de tussen Visser en klager gemaak
te afspraken en in de redenen waarom klager medewerking had verleend aan een voor hem zo pijnlijke reportage. Het lag immers voor de hand dat betrokkene zich omtrent een en ander nader zou laten informeren, nu betrokkene blijkens de tekst van de reportage ervan uitging, dat de fotograaf één van de zeer weinigen was die zich nog iets van klager aantrokken. Dit verzuim valt temeer te betreuren, omdat de door klager gestelde voorbeelden van in het artikel voorkomende onjuistheden kennelijk - zo al niet volledig dan toch in ieder geval grotendeels - zijn ontleend aan mededelingen van de fotograaf, aangezien zij voor het merendeel samenhangen met hetgeen op de foto's is afgebeeld.
Vorenbedoeld verzuim van betrokkene brengt echter niet mede, dat de te dezen toegepaste wijze van nieuwsgaring, als geheel beschouwd, onzorgvuldig zou moeten worden geacht.
Wel meent de Raad echter dat betrokkene bij het formuleren van de tekst grotere zorgvuldigheid ten aanzien van de persoon van klager in acht had behoren te nemen. Met handhaving van de doelstelling van de publikatie zou een grotere terughoudendheid in de beschrijving van de levensomstandigheden van klager mogelijk - en ook stellig op zijn plaats - zijn geweest . De Raad denkt hierbij onder meer aan de volgende - voor klager bijzonder pijnlijke - zinsneden; 'Kras is niet ver meer van de dood'× 'Je had het dat dier (klagers hond) niet kunnen aandoen hem nog langer in dat krot van Kras te laten bivakkeren' en 'Kras is hopeloos'.

BESLISSING

Bij de beschrijving van de persoon van klager had betrokkene grotere zorgvuldigheid in acht dienen te nemen. Voor het overige acht de Raad de klacht ongegrond.

Aldus vastgesteld ter zitting van 19 november 1981 door mr R. de Waard, plvv. voorzitter, O. Postma, ing.; mr F. Kuitenbrouwer en drs H. W. M. van Run, in aanwezigheid van mw mr A. Karsten, secretaris en mw mr M. P. Galama-Kuipers, plvv. secretaris.

RvdJ 1981, 12.