1980/9 gegrond

A. van Leeuwen contra Het Vrije Volk

Beslissing van de Raad voor de journalistiek inzake de klacht van de heer A. van Leeuwen tegen Het Vrije Volk

Bij brief van 12 juni 1980 heeft mr Joh. de Wit namens zijn cliënt de heer A. van Leeuwen (klager), een klacht ingediend tegen de hoofdredactie van Het Vrije Volk (betrokkene) . Nadat betrokkene op deze klacht had gereageerd heeft de voorzitter de zaak aan de Raad voorgelegd, die deze heeft behandeld ter zitting op 18 september 1980. Ter zitting zijn verschenen de heer A. van Leeuwen en mr Joh. de Wit en voor betrokkene de heer A. Hoeksema.

KLACHT

De klacht richt zich tegen de foto en het daarbij geplaatste onderschrift in het artikel in Het Vrije Volk van 22 mei 1980 onder de kop 'Onrust op Zestienhovensekade`. In het artikel wordt ingegaan op een aantal bezwaren van de bewoners van de Zestienhovensekade tegen de daar gevestigde houthandel A. S. van Leeuwen.
Het onderschrift bij de foto, die een gedeeltelijk op de stoep aan de kant van de woonhuizen tegenover de houthandel staande vrachtauto weergeeft luidt: "De vrachtwagens kunnen de houthandel niet fatsoenlijk in en uitrijden omdat de poort te klein is. Enige tijd geleden maakte het bedrijf een nieuwe overkapping, maar een grotere poort? Dat was er niet bij."
Deze foto is door een aan de krant verbonden fotograaf genomen. De foto wekt, volgens klager, de indruk dat het een spontane moment-opname betreft, zeker gelet op het onderschrift. De fotograaf heeft de chauffeur echter gevraagd of hij met de vrachtwagen over de stoep wilde rijden. De vrachtwagenchauffeur heeft aan dit verzoek voldaan. Op het moment dat de vrachtwagen voldoende ver op de stoep stond heeft de fotograaf de gepubliceerde foto gemaakt.
Klager vraagt de Raad zijn oordeel over de toelaatbaarheid van de publikatie van deze geënsceneerde foto.

VERWEER

Betrokkene constateert allereerst dat klager geen bezwaar tegen de tekst van het betreffende artikel heeft en zijn klacht slechts de foto met het onderschrift betreft. Betrokkene meent dat de foto de situatie weergeeft zoals deze in de tekst van het artikel ter sprake komt. Het is juist dat de fotograaf toen hij bij het bedrijf van klager kwam geen spontaan in- of uitrijdende auto's aantrof. Hij vroeg toen aan iemand van de bedrijfsleiding of een van de vrachtwagens de gebruikelijke manoeuvre voor het in- en uitrijden zou kunnen maken. In strikte zin is de foto geënsceneerd te noemen maar, volgens betrokkene, niet zodanig dat deze een niet met de werkelijkheid strokend beeld weergeef. De chauffeur had, zo stelt betrokkene, een stukje trottoir nodig om de vrachtwagen weer recht voor de inrit van het bedrijf te krijgen. De geringe breedte van de straat noopte hem daartoe. Hetgeen op de foto duidelijk te zien is . De foto geeft dan ook een goed beeld van de situatie waartegen de gezinnen, die tegenover het bedrijf wonen, bezwaar maken en waarover in het artikel wordt geschreven.

ZITTING

Klager zegt zich met deze klacht bewust tot de Raad te hebben gericht. Klager plaatst zijn grief tevens tegen de meer algemene achtergrond van de invloed van de pers en de waarborgen die daartegen al dan niet bestaan. Ten aanzien van de wijze waarop de foto tot stand gekomen is stelt klager het volgende, De fotograaf vroeg de bedrijfsleider of de grote vrachtwagen spontaan naar buiten kon rijden in verband met een foto bij het artikel. Daar had klager geen bezwaar tegen. De chauffeur rijdt daarop met de wagen op de gebruikelijke wijze naar buiten.
De fotograaf wenkt de chauffeur en laat deze, niets vermoedend, omtrent de opzet van de foto, over de stoep rijden. Op dat moment maakt hij de foto. Klager stelt dat het trottoir aan de overkant vrijwel onbruikbaar is. Meestal staan daar auto's geparkeerd en ook dan kunnen de vrachtwagens in- en uitrijden. Wel zegt hij dat het niet uitgesloten is dat tijdens de bouw vrachtwagens over de stoep hebben moeten rijden. Het ging daarbij dan wel om heipalen van + 22 meter.
Klager heeft in het verleden verzocht om de bushalte zodanig te verplaatsen dat deze tegenover zijn bedrijf kwam. Ook zegt klager het van de zijde van de buurt geopperde plan om de stoep tegenover zijn bedrijf met paaltjes te beveiligen toe te juichen. De bezwaren van de bewoners betreffen zijns inziens voornamelijk de overkapping die hen uitzicht ontneemt.
Betrokkene merkt op dat de bewoners geklaagd hebben onder andere over de voortdurend-over de stoep rijdende vrachtauto's van klager Ze hebben zelfs juridisch advies ingewonnen en een AROB-procedure tegen de gemeente aangespannen met betrekking tot de aan klager verleende bouwvergunning. Deze informatie bereikte de krant.
Over de botsing van de belangen van de bewoners en de houthandel aan de overzijde is een relaas voor de krant gemaakt dat met een foto werd verduidelijkt. Aan de fotograaf - een freelancer - werd de opdracht gegeven in- en uitrijdende vrachtwagens te fotograferen omdat het zo zou zijn dat de vrachtwagens gebruik zouden moeten maken van het trottoir en dat die tot klachten zou hebben geleid.
Betrokkene stelt dat de straat slechts 6 meter breed is . Het gaat hem te ver te veronderstellen dat deze bewoners zonder goede gronden een procedure aanspannen en voortzetten. Hij vond de foto een goede weergave van de situatie zoals in het artikel beschreven.
Klager merkt nog op dat de straat 7 meter breed is en dat de stoep aan zijn kant 2 meter breed is en een schuine kant heeft. Desgevraagd bevestigt klager dat de poort na de verbouwing minder ver open kan. Dit heeft echter niet tot gevolg dat de vrachtwagens daardoor de stoep aan de overzijde nodig hebben om in- en uit te kunnen rijden. Klager heeft enkele foto's aan de Raad overlegd die zijns inziens een reëel beeld van de situatie bij zijn bedrijf geven.

OVERWEGINGEN

De Raad acht het aannemelijk dat de foto van de vrachtwagen op de stoep via manipulatie door de fotograaf tot stand gekomen is. De Raad heeft hierbij zowel de verklaring van klager over de feitelijke gang van zaken bij het maken van de foto als de aan de fotograaf verstrekte opdracht in aanmerking genomen. In de opdracht aan de fotograaf ligt besloten dat het gaat om vrachtwagens die over de stoep zouden moeten rijden. Nu ook betrokkene erkent dat de foto in zekere zin geënsceneerd is, komt de Raad de verklaring van klager dat de fotograaf de chauffeur heeft gevraagd 'rijdt de stoep eens op' temeer waarschijnlijk voor. Klager heeft de Raad ter zitting aannemelijk gemaakt dat de vrachtwagens in het algemeen zijn bedrijf kunnen in- en uitrijden zonder daarbij de stoep aan de overzijde te moeten gebruiken. Voorts heeft klager gesteld het toe te juichen indien de stoep aan de overzijde met paaltjes wordt beveiligd.
De gepubliceerde foto met onderschrift wekt, naar de mening van de Raad, de indruk dat de foto de normale dagelijkse gang van zaken weergeeft. Met name op grond van de constaterende wijze waarop het onderschrift is geformuleerd heeft betrokkene de volledige verantwoordelijkheid voor de indruk die daarvan uitgaat op zich genomen. Nu de Raad het aannemelijk acht dat deze indruk niet overeenstemt met de werkelijkheid is de Raad van oordeel dat betrokkene mede gelet op de wijze van totstandkomen van de foto bij het plaatsen van de foto en het onderschrift niet die zorgvuldigheid heeft betracht die van hem op grond van zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid mag worden verwacht.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

Aldus vastgesteld door mr H. B. Vroom. voorzitter; drs H. W. M. van Run; mw T. Faber-de Heer; K. Wiese en mr B. A. Schmitz in aanwezigheid van mw mr M. P. Galama-Kuipers ter zitting op 18 september 1980.

RvdJ 1980, 9.