1980/5 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van mw Stapper en mw v.d. Spek tegen De Limburger.

Mw Stapper-Berber en mw v.d. Spek-Prins (klaagsters) hebben bij brief van 7 december 1979 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Limburger (betrokkene). Nadat betrokkene een verweerschrift had ingediend heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen. De Raad heeft klaagsters en betrokkene, overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 vierde lid van zijn reglement, voorgelegd de zaak op de stukken af te doen. Partijen hebben met deze wijze van behandeling ingestemd. De Raad heeft deze klacht behandeld in Raadkamer op 22 mei 1980.

KLACHT

De klacht richt zich tegen de publicatie in de rubriek van "Piet Pak" onder de titel "Poetjes" d.d. 10 november 1979 alsmede tegen de wijze waarop de door klaagsters ingezonden brief in deze rubriek van Piet Pak op 17 november 1979 werd verwerkt. Het door mw Stapper-Berber geschreven boek onder de titel "Een schaamteloos smaadschrift of te wel de feitelijkheid omtrent een vergeten bevolkingsgroep" werd op 12 oktober 1979 door de PPR/PSP-fractie te Roermond aan het gemeentebestuur aangeboden. Op 13 oktober maakte De Limburger van dit feit melding. Zonder enige zichtbare aanleiding, zo stellen klaagsters, publiceert de zich Piet Pak noemende journalist het volgende over dit boek in zijn rubriek:

"Poetjes Ook wil Piet nog even terugkomen op het door Riet Stapper geschreven boek Een schaamteloos smaadschrift. De PPR/PSP in Roermond staat helemaal achter de inhoud van dit smaadschrift. Hierin beschrijft Riet de achterstand van de mensen in de volksbuurten en hoe ze door Katholiek Roermond onderdrukt worden. Gemakshalve betitelt Riet de mensen van de wijken De Kemp en het Roermondse Veld als poetjes. Daar zullen die mensen volgens Piet niet blij mee zijn. Hij vindt deze term erg discriminerend."

Klaagsters lezen hierin de onterechte aantijging als zouden zij discriminerend over de met poetjes aangeduide bevolkingsgroep schrijven. Zij zonden daarop een brief ter publicatie aan De Limburger. Deze brief werd niet geplaatst maar wel gebruikt en becommentarieerd in de rubriek van Piet Pak op de volgende wijze, die klaagsters misbruik van hun weerwoord vinden.

"Poetjes. Riet Stapper en Marijke v.d. Spek vragen zich af of Piet het boekje "Een schaamteloos smaadschrift" van Riet Stapper wel heeft gelezen. Ze zeggen dat het woord "poetjes" voor de mensen van Kemp en Veld liefkozend bedoeld is. Mevrouw Cuijpers uit Heel deelt die mening. Ze zegt zelfs "De naam "poetjes" in het boek is geen discriminatie, 't komt meer over als een soort liefkozing zoals wij tegen onze kinderen "lelijke boef" zeggen.".En Marijke en Riet zeggen er nog bij dat Riet de mensen niet uitscheldt voor "poetjes", maar diegenen aan de kaak stelt, die een bepaalde bevolkingsgroep altijd zo hebben uitgescholden. Het is maar hoe je het bekijkt, natuurlijk."

Klaagsters hebben hun grieven hieromtrent aan betrokkene meegedeeld. Betrokkene heeft hierop gereageerd met de stelling dat het niet plaatsen van een ingezonden brief berust op een goed gebruik van de krant om reacties op de speelse rubriek Piet Pak in diezelfde rubriek te publiceren.
Klaagsters wijzen de Raad op een ingezonden brief waarin wordt gereageerd op deze rubriek en die niet in de rubriek zelf wordt weergegeven, maar in de aparte ingezonden brievenrubriek. Klaagsters verzoeken de Raad om in deze zaak een uitspraak te doen.

VERWEER

Betrokkene stelt dat één der klaagsters de bewoners van de Roermondse volksbuurten Kemp en Veld in haar boek betitelt als "poetjes". Dit dialect-woord betekent zoveel als schoffies, vechtersbazen, uitschot. Het woord "poetje" is in Roermond een scheldwoord en wordt nooit als troetelnaampje gebruikt. Piet Pak heeft in zijn rubriek van 10 november 1979 op het zijnsinziens discriminerende woordgebruik gewezen en zich afgevraagd of deze mensen wel zo blij zullen zijn met deze betiteling. Daarop hebben klaagsters een briefje ter publicatie gezonden, dat Piet Pak in zijn rubriek van 17 november 1979 heeft verwerkt. Het is bij De Limburger gebruikelijk dat reacties op Piet Pak in de rubriek zelf worden opgenomen. Dat dit niet is gebeurd bij het voorbeeld dat klaagsters aan de Raad heeft overgelegd, berust naar de mening van betrokkene op een misverstand. Betrokkene kan niet inzien dat aan de ingezonden brief van klaagsters geen recht is gedaan of dat deze misbruikt zou zijn.

OVERWEGINGEN

De Raad is van oordeel dat het in beginsel journalistiek een goede zaak is om ingezonden brieven te verwerken in dezelfde rubriek als waartegen de brieven gericht zijn. De ingezonden reactie wordt dan immers afgedrukt op dezelfde plaats in de krant en bereikt dezelfde lezers. Aan het op deze wijze verwerken van ingezonden brieven moet de eis worden gesteld dat de inhoud en strekking daarvan zeer correct worden weergegeven. Op dit punt is de Raad van mening dat betrokkene tekort geschoten is. Hoewel overigens recht gedaan is aan de inhoud van de brief van klaagsters schrijft betrokkene aan hen toe dat het woord poetjes liefkozend is bedoeld. Dit hebben klaagsters echter niet geschreven maar een andere inzendster van een brief.

BESLISSING

Ondanks de geconstateerde onzorgvuldigheid, acht de Raad de klacht niet gegrond .

Aldus vastgesteld ter zitting van 22 mei 1980 door mr H.B. Vroom, voorzitter; drs H.W.M. van Run, O. Postma, ing.; mw mr T. Faber-de Heer en K. Wiese, in aanwezigheid van mw mr M.P. Galama-Kuipers, secretaris.

RvdJ 1980, 5.