1980/10 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van de Coornhert-Liqa tegen De Maaspost

De regionale afdeling Limburg van de Coornhert-Liga (klager) heeft bij brief van 15 februari 1980 een klacht ingediend tegen De Maaspost (betrokkene). De voorzitter heeft de klacht naar de Raad verwezen, die deze heeft behandeld ter zitting op 18 september 1980.

KLACHT

De klacht richt zich tegen de volgende publicatie in De Maaspost van 23 januari 1980:

" Hoera'! We krijgen een open Dameshilton. We bedoelen een open Hilton voor dames. Wat wordt onze stad door Den Haag toch vlot opgenomen in de vaart der volken. Immers, alleen grote randsteden hadden tot nog toe genoeg prestige voor zo'n instituut en nu wij ook al. Zou dat misschien samenhangen met de containerfunktie die we hier in onze regio al eeuwenlang voor het Westen vervuld hebben? Aan het straatbeeld zal wel niets veranderen want non en saunahostess lopen in dezelfde modieuze lompen. Alhoewel onze Erna sinds jaar en dag volhoudt dat ze steeds meer sjieke dames op staat ziet lopen. Maar de pensionnairs van de dameshilton zullen toch wel overdag aan de arbeid zijn in de grijpwinkels, de markt en in de tapperijen. Dus, winkelchefs, laat U niet afleiden, en mondige vrouwen, bescherm Uw mannen tegen het nieuwe gevaar. Ook hier dus weer: het wordt er niet beter op."

Klager acht deze publicatie niet alleen onjuist, onvolledig en onnodig grievend maar ook bewust denigrerend en beschuldigend gesteld. De beeldvorming over gedetineerden en ex-gedetineerden wordt door deze publicatie sterk negatief beïnvloed. De Coornhert-Liga heeft de volgende doelstelling: "Actief streven naar zodanige hervormingen van het Nederlandse stelsel van strafrecht en strafrechtspleging dat de doeleinden van dat stelsel, zoals conflictoplossing, voorkoming van strafbaar gedrag en normering van machtsuitoefening, zo rationeel mogelijk worden vervuld en met name dat de schade, zowel de psychische als de materiële, die dat stelsel toebrengt aan individuele leden en groeperingen binnen de samenleving, zoveel mogelijk beperkt wordt.'' Op grond van deze doelstelling acht de Coornhert-Liga zich rechtstreeks belanghebbende bij deze klacht en is de Coornhert-Liga van oordeel door de bewuste publicatie rechtstreeks in zijn functioneren te zijn geschaad.

OVERWEGINGEN

Blijkens artikel 14, lid 1, van het reglement van de Raad is tot het indienen van een klacht bevoegd een, ter beoordeling van de Raad, rechtstreeks belanghebbende. Voorts bepaalt artikel 19, lid 1, van het reglement dat, indien blijkt dat een klacht is ingediend door een tot klager onbevoegde, de Raad de klager zonder nader onderzoek niet ontvankelijk verklaart. De Raad is van oordeel dat onder rechtstreeks belanghebbende moet worden verstaan degene die door een concrete journalistieke gedraging is getroffen in een belang dat bepaaldelijk hem rechtstreeks aangaat. Van de onderhavige publicatie kan niet worden gezegd dat deze de Coornhert-Liga treft in een belang dat bepaaldelijk de Coornhert-Liga rechtstreeks aangaat.

Voor dit laatste is niet voldoende dat die publicatie strijdig is met de doelstelling van klager. Voor de stelling van klager dat hij door de publicatie - waarin de Coornhert-Liga in geen enkel opzicht is genoemd of aangeduid - rechtstreeks in zijn functioneren is geschaad, ontbreekt iedere grond.

BESLISSING

De Raad verklaart klager niet ontvankelijk.
Aldus vastgesteld ter zitting op 18 september 1980 door mr H.B. Vroom, voorzitter; mr B. Schmitz, mw mr T. Faber-de Heer, drs H.W.M. van Run en K. Wiese, in aanwezigheid van mw mr M.P. Galama-Kuipers, secretaris.

RvdJ 1980, 10.