1979/9 ongegrond

R. Oirschot contra Brabants Dagblad

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van R. Oirschot tegen het Brabants Dagblad.

Bij brief van 16 maart 1979 is door R. Oirschot (klager) een klacht ingediend tegen de redactie van het Brabants Dagblad (betrokkene).
Nadat betrokkene op deze klacht had gereageerd waarop repliek van klager is gevolgd heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen die deze heeft behandeld ter zitting in Raadkamer van 4 oktober 1979.

KLACHT

De klacht richt zich tegen het volgende stukje in de rubriek Logboek, in het Brabants Dagblad van 8 maart 1979:

'De gemeente heeft per 22 januari een huismeester aangesteld in de voormalige verpleegstersflat van het Carolus. Deze moet er op toezien dat de 75 bewoners het gemeentelijk eigendom niet beschadigen!, en dat de flat schoon en goed onderhouden blijft. De gemeente blijkt niet te controleren hoe deze huismeester, Rex van Oirschot (zelf ook een bewoner van de flat),functioneert. Afval, huizehoog opgestapelde vuilniszakken, een weeïge reuk door heel het flatgebouw en tal van kapotte ruiten getuigen van de ijver van de huismeester. De gemeente betaalt deze man echter rustig door, zonder te controleren hoe het er in de flat aan toegaat. Alleen al zijn eigen 'gemeentelijk' bureau met een bierglas vol schimmel en een stapel ongeopende post spreekt boekdelen. Geen wonder dat veel bewoners van de flat zich afvragen hoe het mogelijk is dat gemeenschapsgeld gestoken wordt in zo'n ijverige huismeester.'

Het stukje, met name waar het betreft de door klager aangebrachte cursivering, bevat zijns inziens onjuiste en tenminste als zeer eenzijdig te kenmerken informatie. Deze publicatie acht klager onnodig grievend jegens hem te meer nu zijn volledige naam in het stukje wordt vermeld. Tevens zou door deze publicatie schade worden berokkend aan de status van deze flat, die aanvankelijk werd gekraakt en waarover met de gemeente wordt onderhandeld om tot een bewonersbestemming te komen.
Klager heeft op de dag waarop het artikel verscheen een rectificatie van
de zijde van het Brabants Dagblad geëist. Aangezien het Brabants Dagblad daartoe, naar zijn zeggen, niet bereid was, heeft hij zich tot de Raad gewend.

VERWEER

Betrokkene geeft aan dat de rubriek "Logboek, door Erwtenman" het kleine nieuws behandelt Het is een veelgelezen rubriek met berichtjes over luchtige onderwerpen. aankondigingen van minder belangrijke gebeurtenissen en signaleringen van kleine misstanden, zo stelt betrokkene.
De actie in april 1978 waarbij de leegstaande voormalige verpleegstersflat van het Carolus-ziekenhuis door een groep jongeren en buitenlandse werknemers werd gekraakt is door het Brabants Dagblad uitgebreid in zijn nieuwskolommen verslagen. Kleine misstanden zoals het inpingelen van ruitjes door een antikraakgroep uit Berlicum eind l978/begin 1979 kwamen in het "Logboek" aan de orde.
Het verweer van betrokkene kan voorts als volgt kort worden samengevat. De beweerde foutieve weergave van feiten is gebaseerd op constateringen van de twee journalisten van het Brabants Dagblad die een bezoek brachten aan de flat en die met klager kontakt hadden. Deze feiten werden bevestigd door bewoners van de flat alsmede door een JAC-medewerker die eveneens in die flat gehuisvest is. De constatering wordt overigens ook door klager zelf bevestigd.
Ten aanzien van het verwijt van 'veel te eenzijdige informatie' merkt betrokkene op dat klager in de gelegenheid was gesteld tot wederhoor. In eerste instantie heeft hij daarvan echter geen gebruik gemaakt.
Op velerlei wijzen heeft betrokkene zich ervan vergewist dat er sprake was van een 'puinhoop' op de derde verdieping. Alle moeite is gedaan om een zo waarheidsgetrouw, mogelijke weergave van de feiten te geven.
Reacties van flatbewoners, van klager en van de JAC-medewerker waren aanleiding om een aanvulling te geven op de publicatie van 8 maart 1979 in het logboek van 9 maan 1979 luidende:

"Een aantal bewoners van de voormalige verpleegstersflat van het Carolus zijn geschokt door mijn artikel over het schoonhouden van de flat. Ik had het met name over de toestand op de derde verdieping. De andere etages zijn keurig verzorgd. De gemeente heeft er speciaal een huismeester voor aangesteld om er o.a. voor te zorgen dat alle verdiepingen een beetje schoon gehouden worden. De geschokte bewoners zeggen dat de troep en de stank ook op de derde etage best welmeevallen. Ik en andere bewoners zagen het anders. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat een voorjaarsschoonmaak niet in één dag voor elkaar gebracht kan worden. Dan is iedereen op het eind toch nog tevreden. Ook de gemeente, die dan weet dat haar centen goed besteed worden."

BESLISSING

De Raad wijst de klacht als kennelijk ongegrond af conform het bepaalde in artikel 19 tweede lid van zijn reglement. De Raad heeft hierbij overwogen dat hetgeen op 9 maart 1979 als nadere aanvulling op het stukje van 8 maart 1979 is gegeven als voldoende rectificatie moet worden beschouwd voor de beweerde journalistieke onzorgvuldigheid.

Aldus vastgesteld ter zitting van 4 oktober 1979 door mr R. de Waard, plv. voorzitter, O. Postma. ing., mr L. van Vollenhoven, mr F. Kuitenbrouwer. drs H. van Run. leden, in aanwezigheid van mw mr M. P. Galama-Kuipers, secretaris.

RvdJ 1979, 9.