1979/8 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van bewoners en personeel van de Dr. van Mesdagkliniek tegen "Extra".

Bij brief van 16 maart 1979 is een klacht ingediend tegen de heer Th. Jongedijk , journalist bij "Extra" (betrokkene) namens de volgende bewoners en personeelsleden: G. Zielman, H. Mentink, J.H.B. Dümmer, A.B. Christiaansen, P. Buikema, J.Ph. Eggink, A.J. Greuter, P. Jettinghooft, M.J. Koopman, F.A. Muntjewerff, F.M.J. Ruddijs, A. Warmerdam, K. de Groot en J. Smilde (klagers). Nadat betrokkene op deze klacht had gereageerd heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen, die deze heeft behandeld ter zitting van 7 juni 1979. Hier zijn verschenen de heren Eggink, Warmerdam, Pelgrim en Sterling voor klagers. Van de zijde van "Extra" is niemand verschenen.

KLACHT.

De klacht richt zich tegen het artikel van de hand van betrokkene in "Extra" van 2 maart 1979 onder de titel "Zo gaat dat in de Van Mesdag". Het artikel geeft aan de hand van verkregen informatie van een ex-gedetineerde een beeld van de misstanden die naar de mening van deze ex-bewoner in de Van Mesdagkliniek heersen. Het artikel wordt met de volgende tekst ingeleid:

"Wapenbezit onder gedetineerden en het vervalsen van officiële documenten. Twee "misstanden" in een lange reeks, die de voormalige bankrover Martin van der Esschert tijdens zijn ruim achtjarig verblijf in de Dr.S. van Mesdagkliniek constateerde. Martin heeft afgerekend met het verleden. Zeker met het zijne, maar nog niet met dat van de Van Mesdag. Hij vindt dat de Nederlandse belastingbetaler er recht op heeft te weten wat er allemaal in de Groningse kliniek gebeurt. Een onthutsend ooggetuigenverslag met exclusieve foto's, heimelijk gemaakt in de best beveiligde en bewaakte kliniek van ons land. Navraag bij het Ministerie van Justitie en de directie van de Van Mesdagkliniek leerde, dat er van die kant geen prijs werd gesteld op het geven van commentaar."

Ten aanzien van de klacht zijn de volgende bestanddelen te onderscheiden: - de anonimiteit/privacy van de gedetineerden wordt in het artikel op een onaanvaardbare wijze aangetast; het artikel bevat een groot aantal feitelijke onjuistheden; in het artikel komen een aantal insinuerende passages voor. Klagers voelen zich door de inhoud van dit artikel in ernstige mate gegriefd en benadeeld, terwijl bovendien schade ondervonden is door deze publicatie. Om deze redenen verzochten zij de Raad zijn oordeel te geven over d~ betreffende publicatie. Klagers hebben hun klacht als volgt toegelicht.

Schending anonimiteit/privacy.

De combinatie van foto's, tekst en beschrijving samen met de volledige roepnamen maakt herkenning van betrokkenen bijzonder gemakkelijk. Daarbij komt dat bij de volledige roepnaam tevens op vaak insinuerende wijze de gepleegde strafbare feiten worden vermeld. Klagers zijn van mening dat alle betrokken patiënten die in de kliniek verblijven, nadat de rechtsgang voltooid is, recht moeten kunnen doen gelden op eerbiediging van hun privé sfeer. Als voorbeelden van de wijze waarop gedetineerden in het artikel worden aangeduid diene het volgende: (NB. Het artikel opent met een grote foto van het voetbalelftal van gedetineerden. De roepnamen zijn in de navolgende weergave weggelaten en worden door puntjes aangeduid.)

"Naast hem nummer 21, ............, Joegoslaaf met de voetbalcapaciteiten van een Vasovic. Is lid geworden van Animo (de naam van het elftal) nadat hij twee homofielen heeft vermoord. Vertelt daar nu nog graag de bloedigste details over."
En " Nummer 26 is ................, Belg van geboorte. In de Van Mesdaginmiddels beter bekend onder de bijnaam Polleke. Pleegde in Brabant een overval die uit de hand liep. Het werd moord."

En "De enige met een baardje is ................met als shirtnummer 31. Pleegde een moord op een Roermondse geldloper, die hij verzwaard in een Zeeuwsche Kreek liet zakken."

Feitelijke onjuistheden.

Door klagers zijn een twaalftal passages aangegeven die pertinent onjuist zijn.Zo wordt over het niet terugkeren van vakantiekampen. het volgende in het artikel vermeld. "Tegenwoordig wordt er voor een dergelijk kamp geselecteerd, nadat vorig jaar alleen de bewakingsdienst terugkeerde." Of ten aanzien van het ziekteverzuim: "Het ziekteverzuim is regelmatig zo hoog dat bepaalde afdelingen voor kortere of langere tijd gesloten moeten worden. Zo was afgelopen zomer P-4, één van de isoleerafdelingen, wegens het feit dat vijftig procent van het personeel overspannen was, dicht." Bij het artikel is een geënsceneerde foto met betrekking tot de bewakingsapparatuur opgenomen. Voorts worden over het aantal zelfmoorden en zelfmoordpogingen volstrekt onjuiste gegevens verstrekt.

Insinuaties.

Door klager zijn een 36-tal passages als insinuerend en tendentieus aangemerkt. Zoals bijvoorbeeld de tekst in het artikel bij een foto waarop een aantal gedetineerden in voetbaltenue staan afgebeeld. "Beiden bevinden zich als gastspelers tussen een gezelschap, waarvan de meeste beroeps genoemd kunnen worden, hetgeen echter niet slaat op voetballen maar op misdadiger." En "In de Groningse volksmond wordt de Sportvereniging Animo, afgekort S.V.A. dan ook de FC Moord en Doodslag genoemd." "Er is een volledig gebrek aan teamgeest, terwijl daarnaast slechts een enkeling is begiftigd met enig sportief talent. De bestuursvergaderingen lopen uit op rumoerige bijeenkomsten, zeker als weer eens blijkt dat de penningmeester de zaak heeft getild." Klagers verzoeken de Raad zijn oordeel te geven over de betreffende publicatie.

VERWEER.

Betrokkene heeft zich in zijn reactie op de klacht beperkt tot de opmerking dat uit de betreffende publicatie genoegzaam blijkt dat zorgvuldigheid is betracht en dat de betrokken autoriteiten weigerachtig zijn geweest medewerking te verlenen.

ZITTING.

Klagers lichten ter zitting toe dat hun voornaamste grief is gelegen in de schending van de anonimiteit van de bewoners van de Van Mesdagkliniek.
Enkele bewoners hebben daar persoonlijk schade door ondervonden. Tevens is door de publiciteit onrust bij familieleden van de gedetineerden ontstaan. Dit heeft extra inspanning van de buitendienst van de kliniek gevergd. De publicatie heeft verder aantoonbaar verstorend gewerkt op inmiddels met de buitenwereld opgebouwde kontakten (kontaktgezinnen, kontaktpersonen, sportverenigingen). De bewoners waren tenslotte nogal bevreesd voor de invloed die deze en andere publicaties kunnen hebben op het beleid van Justitie in de zin dat het tot beperkende maatregelen kan leiden. Niet zozeer de omstandigheid dat een aantal zaken omtrent de kliniek naar buiten gebracht is maar dat dit ten koste van de medebewoners is gebeurd heeft klagers gegriefd. Zij hebben de sterke indruk dat de exgedetineerde nog eens extra heeft uitgehaald naar enkele medebewoners. De journalist had niet zo maar mogen afgaan op de verhalen van deze exbewoner. Bij geen van de andere bewoners of bij de personeelsleden, met uitzondering van de directeur, heeft de journalist getracht zijn beweringen te toetsen. Daarnaast bevat de publicatie een aantal ernstige onjuistheden. In het artikel wordt beweerd dat de beveiliging, ondanks de miljoenen daarin geïnvesteerd, een lachertje is. Herhaaldelijk zouden gedetineerden erin slagen te ontvluchten. Klagers merken hierover op dat van ontvluchtingen vrijwel nooit sprake was, wel kwam het voor dat enkelen niet van verlof terugkeerden. Jaarlijks worden zo'n kleine 8000 verlofpassen uitgereikt. Een aantal van ongeveer 30 man komt jaarlijks niet direct na het verlof terug. In een later stadium komen van die 30 27 à 28 personen terug. De suggestie die gewekt wordt dat een groot aantal uitbreekpogingen plaatsvindt steunt dus nergens op. De veiligheid is optimaal hetgeen overigens niet betekent dat deze ook absoluut is. Dat zou ook praktisch niet doenlijk zijn.

Op beweringen in het artikel over het aantal zelfmoorden in de kliniek antwoorden klagers dat sinds begin 1967 6 à 7 zelfmoorden hebben plaatsgevonden. Dat maandelijks van een zelfmoordpoging sprake zou zijn wordt ontkend. Diegenen die een poging ondernamen zijn daarin ook geslaagd. In het artikel worden enkele namen genoemd waarbij of geen sprake van zelfmoord was of waarbij de zelfmoord niet binnen de kliniek plaatsvond. Ten aanzien van het ziekteverzuim wordt opgemerkt dat het ziektepercentage onder het landelijk gemiddelde ligt. De suggestie dat geen personeelslid het in deze kliniek uithoudt berust dus geenszins op de feiten. De oorzaak van ziekteverzuim is zeker niet in de meeste gevallen de spanning die het werken in de kliniek met zich meebrengt. Daarnaast hebben klagers zich gestoord aan een aantal foto's die bij het artikel zijn afgedrukt. Een aantal daarvan is afkomstig uit de fotoclub van bewoners, een aantal is eerder verschenen in Nieuwe Revu, een foto, waarop een wapen, als 7,65 kaliber colt aangeduid, zichtbaar is, is door een van de bewoners bij wijze van grap van een waterpistool gemaakt. Een foto die de beveiligingsapparatuur via beeldschermen laat zien is geënsceneerd. Voorts is een foto ter illustratie van een vervalst rijbewijs gepubliceerd waarop een ex-bewoner staat afgebeeld die al in 1977 bij een overval is doodgeschoten.

OVERWEGINGEN.

Ofschoon betrokkene niet ter zitting is verschenen is de Raad van oordeel dat aan de verdediging van zijn belangen voldoende recht is wedervaren. Hetgeen door klagers aan feiten in eerste instantie schriftelijk naar voren is 9! bracht komt de Raad zeer aannemelijk voor en is niet door betrokkene bestreden, nadat deze daarvan kennis genomen had. Door de journalist en door zijn hoofdredacteur, in een later gepubliceerd commentaar, is in Extra zelf de doelstelling van het artikel aangegeven namelijk het aan de kaak stellen van een groot aantal misstanden in de Van Mesdagkliniek.

De Raad is van oordeel dat de afweging van het belang van het aan de kaak stellen van bepaalde misstanden tegenover de privacy van de gedetineerden onvoldoende zorgvuldig is geweest. Naar de mening van de Raad was het mogelijk geweest over de vermeende misstanden te publiceren zonder op een dergelijke wijze de anonimiteit van de bewoners te schenden. Met name het telkenmale vermelden van het delict in samenhang met de herkenbaarheid acht de Raad onzorgvuldig. De omstandigheid dat de journalist commentaar gevraagd heeft bij officiële instanties bevrijdt hem naar de mening van de Raad niet van de plicht om ook langs andere wegen de ingewonnen informatie, die in het artikel als feiten worden vermeld, te verifiëren. De journalist had moeten begrijpen dat zijn informant, waarover hijzelf schrijft dat deze nog moest afrekenen met de Van Mesdag, niet zonder meer als een betrouwbaar informant mocht worden beschouwd. Voorts is de Raad van oordeel dat op een laakbaar onzorgvuldige wijze bij dit artikel foto's zijn gepubliceerd, waarvan sommige uiteen elders gepubliceerde kontekst zijn gehaald.

BESLISSING.

De Raad acht de klacht gegrond. De journalist heeft door het publiceren van het artikel de grenzen overschreden van hetgeen, mede gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

De Raad besluit dit oordeel ter publicatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten "De Journalist".

Aldus vastgesteld ter zitting van 7 juni 1979 door mr R. de Waard, plvv. voorzitter; ing. O. Postma, mw mr T. Faber-de Heer, mr F. Kuitenbrouwer, mw T. Lücker, leden; in aanwezigheid van mw mr M.P. Galama-Kuipers, secretaris.

RvdJ 1979, 8.