1979/6 ongegrond

BESLISSING van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van de heer G. tegen de Limburger.
Namens zijn cliënt, de heer G. (klager) heeft mr A.J.V. Osinga, advocaat te Eindhoven, zich bij brief van 1 december 1978 tot de Raad voor de Journalistiek gewend met een klacht tegen de hoofdredacteur van De Limburger (betrokkene).
Nadat betrokkene een verweerschrift had ingediend waarop repliek en dupliek zijn gevolgd, heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen. De Raad heeft deze klacht behandeld ter zitting van 3 mei 1979. Hier zijn verschenen klager, zijn raadsman en betrokkene.

DE KLACHT

De klacht betreft het artikel in De Limburger van 16 november 1978 "van onze verslaggever" onder de kop "Slachtoffer medische misgreep eist f 38.000". Het artikel is een verslag van een kort geding waarin namens de vrouw van klager schadevergoeding werd geëist in verband met blijvend letsel tengevolge van een medische kunstfout.
De klacht is met name gebaseerd op het aanduiden van de vrouw van klager in deze publicatie met naam en toenaam, alsmede met vermelding van de plaats (met zeer gering inwonertal) waar zij woont. Tevens stelt klager dat in deze publicatie tal van details vermeld zijn die in het algemeen geacht worden te behoren tot de strikt persoonlijke levenssfeer. Publicering van deze details, waaronder blijvend hersenletsel, aanzienlijke daling van het IQ, ernstige vergeetachtigheid, ernstige emotionele labiliteit en ernstige depressie, zijn als zeer pijnliJk ervaren. Daarbij komt dat, naar de mening van klager door de publicatie van deze details geen direct journalistiek belang gediend is.

VERWEER

Betrokkene stelt dat de publicatie over een "slachtoffer" gaat en niet over een "verdachte". Publicatie van de volledige naam van de vrouw van klager kan, nu zij niets gedaan heeft waarvoor zij zich zou moeten schamen, niet het karakter van een soort extra straf toegekend worden.
Het gebruik van initialen zou in de kleine gemeenschap waarin klager en zijn vrouw wonen de indruk kunnen wekken dat zij verdachte in plaats van slachtoffer is. Ook om reden van strikte duidelijkheid acht betrokkene volledige naamsvermelding aanbevelenswaardig. Overigens merkt betrokkene op dat naar zijn mening de betreurenswaardige toestand van klager's vrouw publiekelijk in de kleine woongemeenschap bekend was en bepaald niet door deze publicatie in de openbaarheid was gebracht.
Klager heeft kunnen weten dat een kort geding openbaar is en dat dus allerlei feiten, persoonlijke details en medische toelichtingen publiekelijk in de rechtszaal ter sprake zouden komen. Klager is van mening dat het vanzelfsprekend is dat de krant, en zeker de krant die in de regio waar het slachtoffer woont verschijnt, over een dergelijke affaire publiceert. De vermelding van de details geschiedde om de ernst van de medische vergissing aan te duiden. Details die tot de privé-sfeer van het echtpaar behoren en die voor het verslag niet ter zake deden zijn niet vermeld. De verslaggever heeft zich verder strikt gehouden aan citaten uit de dagvaarding en correct geciteerd uit hetgeen ter zitting door partijen en deskundigen in het openbaar gezegd is. De vermelding van de volledige naam en medische details in deze niet criminele openbare rechtszaak was functioneel en niet in strijd met de waardigheid van de Nederlandse journalistiek.

ZITTING

Het aanduiden van de vrouw van klager met volledige naam heeft bijzonder vervelende consequenties gehad als bij voorbeeld voor het huis heen en weer rijdende/lopende nieuwsgierigen en vervelende verhalen op de school waar klager's dochter zit. Betrokkene had zich deze gevolgen moeten realiseren en dit had hem van volledige naamsvermelding dienen te weerhouden. Klager is van mening dat de publicatie in deze vorm de nieuwsgierigheid van de lezer bevredigde en overigens geen enkel bijzonder belang diende. Klager is met zijn gezin na de medische kunstfout, die in 1975 heeft plaatsgevonden, nu juist in 1978 naar Limburg verhuisd om daar een nieuw leven te beginnen. Er was geen sprake van dat de toestand van zijn vrouw algemeen bekend was in deze nieuwe woonplaats. Klager wijst er bovendien op dat in een aantal andere kranten bij publicatie over de medische kunstfout in 1975 zijn vrouw geenszins met volledige naam vermeld werd, zelfs niet eens met initialen. Klager's raadsman zegt desgevraagd dat het hem niet ontgaan is dat tijdens de zitting pers aanwezig was. Hij is er echter vanuit gegaan dat de journalist, geconfronteerd met een situatie waarvan hij kan aanvoelen dat daar pijnlijke aspecten aanzitten, bijzondere rechtvaardigingsgronden moet hebben om daarover desondanks te publiceren. Om deze reden heeft hij geen maatregelen gevraagd c.q. getroffen om de journalist van deze pijnlijke aspecten op de hoogte te stellen.
Betrokkene merkt op eerst nu te horen dat klager naar deze plaats is verhuisd om na alle ellende een nieuw leven met zijn gezin te beginnen. Desgevraagd zegt betrokkene dat, gelet op het geringe inwonertal, verondersteld mocht worden dat door de publicatie deze omstandigheden niet voor het eerst openbaar werden. Op generlei wijze is dit aspect kenbaar gemaakt, noch in de stukken noch ter zitting of na afloop daarvan. Uit medemenselijk oogpunt betreurt betrokkene de gevolgen van deze publicatie voor klager en zijn gezin, hetgeen niet wegneemt dat hij, nu deze bijzondere omstandigheid niet kenbaar gemaakt is, van mening is dat de vereiste journalistieke zorgvuldigheid in acht genomen is. Betrokkene volhardt bij zijn opvatting dat een krant in dit soort zaken niet duidelijk genoeg kan zijn.

OVERWEGINGEN

De Raad is van mening dat in deze zaak uitsluitend de vraag aan de orde is of in de gewraakte publicatie het slachtoffer van een medische kunstfout volledig herkenbaar - met naam en toenaam, en plaatsnaam - in een belangrijk provinciaal dagblad van haar streek mocht worden aangeduid. Voor het overige gaat het om een niet als incorrect aangemerkt verslag van een kort geding. Het openbare karakter van dit geding staat voorop. De journalistieke gedragsregels om een partij in een rechtszaak slechts met initialen aan te duiden - dan wel volledig te anonymiseren - is een uitzondering en is in Nederland tot dusver alleen algemeen aanvaard met betrekking tot strafzaken.
Dat neemt niet weg dat ook in burgelijke procedures met een gevoelig karakter - hetgeen licht wordt meegebracht door het behandelen van medische persoonsgegevens - een dergelijke terughoudendheid geboden kan zijn. Daarvoor moet dan wel een duidelijke aanleiding zijn - en blijken. In het onderhavige geval zou die aanleiding gevonden kunnen worden in de omstandigheid dat klager en zijn gezin juist naar een kleine plaats in Limburg waren verhuisd om uit de publieke belangstelling te raken. Betrokkene wist dat echter niet en hoefde daar ook niet speciaal op bedacht te zijn. Klager noch zijn raadsman hebben daaraan ter zitting gerefereerd hoewel zij journalisten ter zitting hadden gesignaleerd en deze ook niet buiten de zitting om gewezen op de mogelijk bijzonder pijnlijke gevolgen van het noemen van de volle naam en de woonplaats in dit geval. Nu van de zijde van klager op geen enkele wijze een waarschuwing is uitgegaan, en anderzijds in de journalistiek niet a priori valt uit te sluiten dat eisers in een procedure over medische aansprakelijkheid juist prijs stellen op de volle publiciteit kan betrokkene niet verweten worden onzorgvuldig gehandeld te hebben.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.
Aldus vastgesteld ter zitting van 3 mei 1979 door mr R. de Waard, plaatsvervangend voorzitter; ing. O. Postma, mw mr T. Faber-de Heer, mr F. Kuitenbrouwer, K. Wiese in tegenwoordigheid van mw mr M.P. Galama-Kuipers, secretaris.

RvdJ 1979, 6.