1979/14 deels gegrond

Badan Persetuan contra Drentse en Asser Courant

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de Badan Persatuan en het landelijk Comité Zuid-Molukken tegen de Drentse en Asser Courant.

Bij brief van 22 mei 1979 hebben de Badan Persatuan en het landelijk Comité Zuid-Molukken (klagers) een klacht ingediend bij de Raad tegen de hoofdredacteur de heer P. J. Prins van de Drentse en Asser Courant (betrokkene). Nadat betrokkene een verweerschrift had ingediend en klagers daarop hadden gerepliceerd heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen, die deze heeft behandeld ter zitting van 15 november 1979. Verschenen zijn ds Metiary en de heer Knot. Betrokkene is niet verschenen.

KLACHT

De klacht richt zich tegen de publicatie in de Drentse en Asser Courant van 18 mei 1979 over het toenemend alcoholgebruik in Nederland onder de kop "Werklozen, vrouwen en Molukkers in Drenthe aan drank". Het artikel luidt alsvolgt:

"Emmen - Hoe langer hoe meer mensen gaan zich te buiten aan overmatig drankgebruik. Vooral in streken met een grote werkloosheid zoals Zuidoost-Drenthe wordt over het algemeen erg veel gedronken. vooral door jeugdige werklozen.
Ook het alcoholgebruik in Molukse kringen neemt zorgwekkende vormen aan. Verder is er een toenemend drankgebruik onder huisvrouwen en bejaarden. Het aantal drugverslaafden in Nederland neemt niet verder toe. Dit valt op te maken uit het onlangs verschenen jaarverslag van de gezamenlijke consultatiebureaus voor alcohol en drugs (CAD). Dat in gebieden met een grote werkloosheid veel drankgebruik voorkomt. betekent volgens adjunct-directeur H. Beket van het CAD in Assen niet automatisch dat iedere werkloze teveel drinkt. Iemand die Been werk heeft loopt alleen een groter risico naar de fles te grijpen. Het alcoholgebruik onder de jeugd heeft ook zorgelijke vormen aangenomen. 'Vooral jongere werklozen gaan steeds meer drinken. Men staat steeds minder kritisch tegenover het drankgebruik van jongeren . Bovendien hebben jeugdige werklozen veel vrije tijd en komen via uitkeringen aan meergeld om drank te kopen dan vroeger', zegt de heer Beket.

'Molukkers'
Met Molukkers en hun problemen heeft het CAD in Assen nog weinig ervaring. Wel is bekend dat vooral onder de oudere generatie van Molukkers het alcoholmisbruik groot is. Onder jeugdige Molukkers worden wel hard-drugs gebruikt. maar in welke mate is niet bekend. Velen gaan naar Groningen om heroïne te roken. Er zijn binnen de Molukse gemeenschappen nogal wat problemen. Deze zijn niet gemakkelijk te omschrijven. Over het gebruik van drugs heersen er verschillende opvattingen."

Klagers achten deze vorm van berichtgeving racistisch en discriminerend. Bovendien is het bericht onjuist. Van een zorgwekkende vorm van alcoholgebruik onder de Zuid-Molukkers in Drenthe is klagers niets bekend. Zij hebben zich voor nadere informatie over het alcoholgebruik door Zuid-Molukkers in Drenthe gewend tot de heer Beket, adjunct-directeur van het Consultatiebureau voor alcohol en drugs in Assen. Deze heeft verklaard dat hij niet beschikt over gegevens waaruit blijkt dat hel alcoholgebruik in Molukse kringen zorgwekkende vormen aanneemt.
Voorts vinden klagers het artikel en met name de daarboven geplaatste kop ook beledigend voor andere groepen in een achterstandssituatie zoals (jeugdige) werklozen en vrouwen.
Berichtgeving als deze werkt sterk stigmatiserend ten aanzien van de Zuidmolukse gemeenschap die in de publiciteit toch al vaak wordt afgeschilderd als gewelddadig. arbeidsschuw en in hoge mate aan drugs verslaafd. Het artikel heeft een nadelige werking op de toch geringe kansen van Zuidmolukkers op de arbeidsmarkt en draagt bij tot het instandhouden van vooroordelen.

VERWEER

Het artikel werd geschreven naar aanleiding van het jaarverslag over 1978 van de Federatie van instellingen voor alcohol en drugs. Naar aanleiding van dit jaarverslag heeft een der redacteuren een telefoongesprek gevoerd met de heer Beket. Uit zijn toelichting op de cijfers van het jaarverslag kwam naar voren dat er een toenemend gebruik van alcohol is onder de Zuidmolukkers. Abusievelijk staat in het artikel dat dit gegeven ontleend is aan het jaarverslag terwijl in werkelijkheid de opmerking is gemaakt door de heer Beket. Overigens is die informatie
correct, naar de mening van betrokkene. Het verslag zelf is redelijk genuanceerd. Het venijn zit in de kop die, naar betrokkene toegeeft, veel te zwaar is uitgevallen. Betrokkene stelt dat het natuurlijk niet racistisch of discriminerend is bepaalde groepen bij de naam te noemen. Hoe kan anders worden aangeduid waar de problemen zitten. Het deel van de klacht waarin het artikel als racistisch en discriminerend wordt gekenmerkt beschouwt betrokkene als overgevoeligheid van een minderheidsgroep. Uit de zorg waarmee in de Drentse en Asser Courant alle berichten omtrent Zuidmolukkers worden geformuleerd moet eerder het tegendeel worden geconcludeerd.
Betrokkene erkent dat de kop van het bericht te heftig was maar kan voor de rest van de klacht geen begrip opbrengen. Voorts betreurt hij het ten zeerste dat klagers zich niet tot de redactie van de krant hebben gericht alvorens een klacht bij de Raad in te dienen.

ZITTING

Klagers stellen dat het artikel pertinent onjuiste mededelingen bevat inzake het alcoholgebruik in Zuidmolukse kringen. De heer Beket. aan wie deze informatie ontleend zou zijn, heeft hen meegedeeld geen mededelingen in deze zin aan de journalist te hebben gedaan. De heer Beket beschikt ook in het geheel niet over gegevens waaruit de conclusie ten aanzien van het toenemende alcoholgebruik onder Zuidmolukkers in de regio Drenthe kan worden getrokken. Klagers vinden het merkwaardig dat geen enkele informatie is ingewonnen over deze zaak bij bijvoorbeeld ds Metiary, die immers als pastor werkzaam is in Assen.
Dit soort publicaties zijn zeer schadelijk voor de verhoudingen met het oog op de bestaande gespannen situatie in Assen, waardoor het al moeilijk genoeg is om tot goede contacten met de omgeving te komen. De Zuidmolukse gemeenschap heeft reeds met genoeg problemen te kampen.
Al zou het artikel niet racistisch of discriminerend bedoeld zijn, qua effect heeft het wel zo gewerkt.
Klagers hebben inzake deze publicatie bewust geen kontakt gezocht met de redactie van de krant omdat eerdere gesprekken met de redactie over de berichtgeving omtrent Zuidmolukse aangelegenheden niet erg venrouwenwekkend waren. Klagers zijn een keer zelfs weggejaagd uit het redactielokaal, zij het ten tijde van de gijzeling.

OVERWEGINGEN

De raad acht het verschijnen van het jaarverslag van de landelijke Federatie van consultatiebureaus voor alcohol en drugs op zich een legitieme aanleiding om in de regio nadere informatie in te winnen over de beweerde toename van alcoholgebruik door minderheidsgroeperingen. Te verwachten gevoeligheden van een bepaalde minderheidsgroepering dienen de journalist geenszins te weerhouden van nieuwsgaring naar feiten of omstandigheden. ook wanneer deze niet onverdeeld gunstig voor deze groepering zijn.
Bij de weergave van feiten of omstandigheden mag echter. gelet op de reële problematiek, een grote mate van zorgvuldigheid worden verlangd. De Raad is van mening dat het artikel niet met de vereiste zorgvuldigheid is geredigeerd.
Allereerst is de kop, zoals ook door betrokkene wordt toegegeven, te zwaar uitgevallen. Daarnaast zijn conclusies toegeschreven aan het jaarverslag terwijl deze mededelingen, naar betrokkene beweert, in feite zijn ontleend aan een telefonisch kontakt met de heer Beket. Daarbij komt dat door klagers is aangevoerd dat de heer Beket geen mededeling over de zorgwekkende toename van alcoholgebruik in de Zuidmolukse gemeenschap heeft verstrekt aan de journalist. Een en ander is door de betrokkene niet weersproken. De Raad meent dat niet gebleken is dat het artikel, racistisch of discriminerend is.
De Raad kan zich voorstellen dat een gesprek tussen klagers en betrokkene over deze en wellicht andere kwesties, tot meer begrip voor elkaars posities en verantwoordelijkheden kan leiden.

BESLISSING

De Raad acht de inhoud van het artikel niet in overeenstemming met de eisen van zorgvuldigheid die daaraan mogen worden gesteld. De Raad onderschrijft de klacht echter niet op het punt van het beweerde racistische en discriminerende karakter van het artikel.

Aldus vastgesteld ter zitting van 15 november 1979 in aanwezigheid an mr H. B. Vroom, voorzitter: drs J. van der Pluym. drs A. A. V. Tummers, mr F. Kuitenbrouwer en mw T. Lücker in tegenwoordigheid van mw mr M. P. Galama-Kuipers.

RvdJ 1979, 14.