1979/13 onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van de wijkraad Bovensmilde tegen De Telegraaf.

Bij brief van 23 augustus 1979 heeft de advocaat mr H. de Ruijter namens de wijkraad Bovensmilde (klager) een klacht ingediend tegen de heer B. Voorthuysen, journalist van De Telegraaf (betrokkene). Nadat betrokkene hierop had gereageerd heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen. De Raad heeft de klacht behandeld ter zitting op 15 november 1979, waar zijn verschenen van de zijde van klager: M.K. Lumalessil, Fr. Sihasale, H.S. Polnaja, C.L. Risamasu, P. Saptenno, F. Sihasale, J.D. Wenno en mr H. de Ruijter. Betrokkene is niet verschenen.

KLACHT

De klacht richt zich tegen de publicatie in De Telegraaf van 27 juli 1979 van de hand van betrokkene onder de titel "Plannen om Van Agt te ontvoeren". Het volgende wordt in dit artikel als feiten vermeld: - de politie heeft bij een huiszoeking in Bovensmilde uitgewerkte plannen gevonden om de Minister-President te ontvoeren. - de eisen lagen al klaar. - indien het niet zou lukken de Minister-President te ontvoeren zou de Minister van Binnenlandse Zaken worden gegijzeld. - bij de huiszoeking werd een gering aantal vuurwapens gevonden. Deze berichtgeving is geheel in strijd met de waarheid, zo stelt klager. Op zich zelf is het juist dat er op 25 juli 1979 een huiszoeking heeft plaatsgevonden in het huis van een Zuid-Molukse familie te Bovensmilde. Onjuist is echter dat daar een plan, laat staan een uitgewerkt plan lag om de Minister-President dan wel de Minister van Binnenlandse Zaken te ontvoeren. Van een eisenpakket was evenmin sprake. Bij de huiszoeking zijn geen vuurwapens gevonden. Slechts twee patronen zijn aangetroffen en in beslag genomen. Het bericht is derhalve pertinent onjuist en zeer grievend. Het artikel wordt door klager gekarakteriseerd als onbehoorlijke stemming makerij tegen de Zuid-Molukse gemeenschap, die, zoals bekend is, een kwetsbare minderheidsgroepering vormt. Dit geldt in het bijzonder voor de Zuid-Molukkers die in Assen en Bovensmilde wonen omdat uit hun midden jonge mensen afkomstig zijn die in 1975, 1977 en 1978 de acties hebben ondernomen om de aandacht te vestigen op de speciale problematiek van deze minderheidsgroep.

VERWEER

Betrokkene heeft voor wat zijn verweer betreft volstaan met het toezenden van een vijftal ANP-telexberichten gedateerd 7 augustus 1979, een tweetal berichten uit De Telegraaf d.d. 8 en 11 augustus 1979 en een artikel uit de Zwolsche Courant. Ten aanzien van het gijzelingsplan kan het volgende, voorzover ten deze van belang, worden ontleend aan deze telexberichten.

1) Twee Molukkers hebben maandagavond (6 augustus 1979!) tegenover de Nijmeegse politie toegegeven dat zij plannen hebben beraamd de premier te ontvoeren. Volgens een verklaring van het ministerie van Justitie hebben twee Molukse jongeren medio juni 1979 over nieuwe acties gesproken.
2) Een van hen zou zoveel mogelijk informatie voor de uitvoering van het plan verzamelen. Deze gegevens zouden door een derde Molukker worden doorgegeven aan de oorspronkelijke gesprekspartner, die in Smilde woont. De gang van zaken werd toevallig doorkruist door de arrestatie van deze man te Smilde, in verband met een schietpartij in Hooghalen op het wachthuisje van de legersportschool daar. De woordvoerster van Justitie wijst er ten overvloede op dat het maken van plannen voor het plegen van een strafbaar feit op zich in Nederland niet strafbaar is.
3) Op vrijdag 27 juli 1979 werd bekend dat op de woensdag daarvoor twee Zuid-Molukkers in Bovensmilde waren aangehouden, die ervan werden verdacht te hebben geschoten op het wachthuisje in Hooghalen. Na de arrestatie verrichtte de rijkspolitie huiszoekingen in de woningen in Bovensmilde. Volgens de uitdrukkelijke verklaring van de politie werden daarbij geen wapens of andere verdachte zaken aangetroffen. De politiewoordvoerder ontkende dat een plan voor een gijzeling of een lijst met te ontvoeren politici was gevonden. Het ANP had vrijdag 27 juli uit doorgaans betrouwbare kringen van Zuid-Molukkers in Assen vernomen dat er wel degelijk plannen voor een gijzeling waren gevonden en een lijst van namen waaronder onder meer die van premier Van Agt en vice-premier Wiegel.
4) Het ministerie van Justitie zegt dinsdag (7 augustus 1979) nadrukkelijk dat er geen lijstjes of op papier uitgewerkte plannen zijn gevonden. De in verband met de schietpartij in Hooghalen aangehouden X liet in zijn verhoor zijdelings het gijzelingsplan vallen. Op dat moment beschikte Justitie niet over een spoor in die richting. Er waren geruchten, afkomstig uit Nijmegen, aldus de woordvoerster. Volgens Justitiewoordvoerster zijn er geen foto's van het huis van Van Agt in Nijmegen gemaakt. Ook zijn er geen namen van andere te gijzelen personen genoemd. Tot zover de ANP-telexberichten.

In het artikel in De Telegraaf van 8 augustus 1979 onder de kop "Justitie bevestigt komplot tegen premier" wordt onder meer bericht dat de gijzelingsplannen aanvankelijk door verschillende officiële instanties werden tegengesproken, maar dat het ministerie van Justitie nu in een officiële verklaring heeft toegegeven dat twee Zuidmolukse jongeren hebben verklaard wel degelijk met dergelijke plannen te hebben rondgelopen. In een klein berichtje in De Telegraaf van 11 augustus wordt ten aanzien van deze kwestie nog het volgende meegedeeld: "In de zaak van de schietpartij heeft de politie eind juli huiszoeking gedaan in Bovensmilde. Volgens politie en justitie zijn er in de woningen geen wapens of munitie gevonden."

ZITTING

Klagers verklaren ter zitting dat het in Bovensmilde een goede gewoonte is geworden dat de politie de wijkraad informeert wanneer zij huiszoeking doen bij een lid van de Zuidmolukse gemeenschap. Leden van de wijkraad worden in staat gesteld de politie bij een huiszoeking te begeleiden. Dat was bij de huiszoeking op 25 juli 1979 ook het geval. Op die dag werd in twee woningen huiszoeking gedaan. Daarbij werden twee kogels gevonden en afdrukken van foto's uit 1977 waarop Zuidmolukkers stonden afgebeeld met wapens. De aanleiding voor de huiszoeking was de verdenking ten aanzien van twee Zuidmolukkers dat zij betrokken waren geweest bij de schietpartij in Hooghalen. Leden van de wijkraad zijn bij de huiszoeking aanwezig geweest en zij verklaarden ter zitting dat er geen wapens - en - evenmin plannen met betrekking tot een gijzelingsactie zijn aangetroffen. Volgens afspraak deelt de politie hun altijd tijdens de huiszoeking mee welke voorwerpen in beslag worden genomen. Op 11 juni 1979, de dag waarop de plechtigheden plaatsvonden ter herdenking van de beëindiging van de gijzelingsacties in 1977 en een grafmonument werd onthuld schijnt over een eventuele ontvoering van premier Van Agt gesproken te zijn. Klagers veronderstellen dat betrokkene op een of andere wijze een dergelijk gerucht heeft vernomen. Waarschijnlijk heeft betrokkene bij gelegenheid van deze huiszoekingen, dit gerucht, zonder daar concrete aanwijzingen voor te hebben, met de huiszoeking in verband gebracht. Klagers wijzen erop dat continu geruchten over allerlei acties, die zouden worden beraamd door Zuidmolukkers de ronde doen. Klagers hebben zich er zeer aan gestoten dat dit pertinent onjuiste bericht op de voorpagina van de krant stond onder de in het oog vallende kop "Plannen om Van Agt te ontvoeren".
De gijzelingsacties met name in 1977 en 1978 hebben diepe wonden geslagen in de Zuidmolukse gemeenschap. Dergelijke berichtgeving is zeer schadelijk. De wijkraad heeft dit zeer duidelijk ondervonden. Tussen de wijkraad en de politie is de afspraak gemaakt dat geheimhouding wordt betracht terzake van huiszoekingen. Nu werd klagers verweten dat ondanks hun bemoeiing met de huiszoeking toch een dergelijk bericht in de krant komt. Zij hebben de politie om opheldering verzocht inzake het bekend worden van de huiszoeking. De politie heeft hun gezegd dat zij niet konden vaststellen dat door de politie informatie naar buiten is gebracht. Klagers hebben bij brief van 7 augustus 1979 rectificatie van dit bericht geëist op de voorpagina van de krant alsmede een schadevergoeding ter hoogte van f 12.000,=. Betrokkene heeft hierop gereageerd en gesteld dat voldoende op de wensen van klagers is ingegaan doordat in de publicatie van 8 augustus 1979 een woordvoerder van het Landelijk Comité Zuid-Molukken uitvoerig aan het woord kwam en de mededeling in de krant van 11 augustus 1979 dat in Bovensmilde geen vuurwapens zijn gevonden.

OVERWEGINGEN

De Raad heeft onvoldoende inzicht in de feitelijkheden die aan de publicatie ten grondslag hebben gelegen kunnen verkrijgen. Het moet niet uitgesloten worden geacht dat betrokkene over informatie beschikte die de publicatie van het artikel op deze wijze rechtvaardigde. Er heeft immers een huiszoeking plaatsgevonden; medio juni 1979 is over de mogelijkheid om premier Van Agt te ontvoeren gesproken en er valt niet met zekerheid uit te sluiten dat tijdens de huiszoeking toch belastend materiaal waarover in het artikel wordt gerept is gevonden. De Raad meent overigens dat nieuws over een gijzelingsplan ten aanzien van de Minister-President zeker voorpaginanieuws kan zijn.

BESLISSING

De Raad onthoudt zich van een uitspraak in de onderhavige kwestie. De Raad betreurt het dat betrokkene zodanig beperkte informatie heeft gegeven dat de Raad daardoor niet tot een oordeel over deze kwestie kan geraken.

Aldus vastgesteld ter zitting van 15 november 1979. De Raad was als volgt samengesteld: mr H.B. Vroom, voorzitter; drs J. van de Pluym; drs A.A.V. Tummers; mr F. Kuitenbrouwer en mw T. Lücker in aanwezigheid van mr M.P. Galama-Kuipers, secretaris.

RvdJ 1979, 13.