1979/10 onthouding oordeel

H. W. A. M. van der Togt contra Het Parool

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van H. W. A. M. van der Togt tegen Het Parool

Bij brief van 16 januari 1979 heeft de heer H. W. A. M. van der Togt (klager) een klacht ingediend tegen de heer E. Olijerhoek, journalist bij Het Parool (betrokkene). Nadat betrokkene op deze klacht had gereageerd heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen. Op 19 juni 1979 zijn klager en betrokkene gehoord door de voorzitter en de secretaris. De Raad heeft daarna de klacht behandeld ter zitting van 4 oktober 1979. Klager en betrokkene hadden, nadat hen dit schriftelijk was voorgelegd. ermee ingestemd dat de Raad conform artikel 19, vierde lid van zijn reglement de klacht behandelde zonder partijen daartoe voor een nader onderzoek ter zitting op te roepen.

KLACHT

De klacht richt zich tegen het artikel van de hand van betrokkene in Het Parool van 13 juli 1978 onder de titel "Brandwonden kwellen lang het lichaam en de geest". Het artikel is geschreven aan de hand van de informatie die klager aan betrokkene verstrekte tijdens een ten huize van klager gehouden interview. Het interview met de klager en zijn vrouw werd gehouden in hun hoedanigheden van bestuursleden van de Vereniging van ex-brandwondpatiënten. De aanleiding voor het interview was de brand op de camping Los Alfaques in Spanje.
Tijdens dit interview heeft klager, naar zijn zeggen, betrokkene vertrouwelijk en onder uitdrukkelijke voorwaarde van niet-publicatie verteld dat bij zijn eigen ongeval enkele jaren geleden zijn toenmalige vrouw en vier kinderen zijn omgekomen.
In het artikel waartegen de klacht zich richt wordt dit gegeven echter wel degelijk vermeld. Hiermede heeft betrokkene naar klagers mening zijn gegeven erewoord gebroken en de Nederlandse journalistiek in diskrediet gebracht.
Bij verdere soortgelijke interviews met journalisten van o.a. Elsevier, De Stem en de NOS heeft klager dezelfde informatie onder dezeLfde voorwaarde gegeven. Deze journalisten hebben zich wel correct aan de afspraak gehouden. Zo beweert klager.
In over deze kwestie met de hoofdredacteur van Het Parool, de heer mr H. W. Sandberg, gevoerde correspondentie is erkend dat betrokkene bepaalde vertrouwelijke achtergrondinformatie van klager heeft gekregen.

VERWEER

Betrokkene ontkent ten stelligste dat hij de belofte zou hebben gedaan om van het betreffende gegeven bij het schrijven van zijn artikel geen gebruik te maken. Betrokkene stelt dat hij de door klager gesuggereerde belofte nooit gedaan kan hebben. Ter staving daarvan voert hij de volgende motieven aan, die ten grondslag hebben gelegen aan het schrijven van het bewuste artikel.
De directe aanleiding tot het schrijven van het artikel vormde de ontploffing van de tankauto nabij de camping Los Alfaques waarbij talloze slachtoffers met ernstige brandwonden te betreuren waren. De
bedoeling was door middel van een artikel een beeld te schetsen van de positie waarin ernstige brandwondpatiënten verkeren zowel tijdens hun behandeling in het ziekenhuis als daarna.
Teneinde gegevens te verzamelen werd een interview gehouden met klager in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Nederlandse Vereniging an ex-brandwondpatiënten. Klager zou door middel van zijn persoonlijke ervaringen een beeld trachten te schetsen van de situatie waarin brandwondpatiënten verkeren.
Na ontslag uit het ziekenhuis staat vooral de relatie van de patiënt met zijn omgeving centraal: zijn gezin, zijn werk etc. In dit kader kon volgens betrokkene niet onvermeld blijven dat klager zijn gezin had verloren en veel steun ondervond zijn huidige vrouw.
Betrokkene heeft klager tijdens het interview toegezegd het onderwerp zonder sensatie te presenteren. Deze toezegging is door hem gestand gedaan naar zijn mening.

HOORZITTING

Tijdens de hoorzitting zijn noch door klager noch door betrokkene andere argumenten naar voren gebracht dan die, welke reeds schriftelijk ter kennis van de Raad waren gekomen, en die hierboven zijn weergegeven. Het enige punt dat partijen verdeeld houdt is de kwestie of al dan niet is beloofd het bewuste gegeven niet te publiceren.

OVERWEGINGEN

De Raad constateert dat klager en betrokkene elkaar uitsluitend tegenspreken op het punt of de belofte al dan niet gedaan is . Enerzijds acht de Raad het zeer wel mogelijk dat klager een dergelijk verzoek heeft gedaan. Anderzijds kan niet worden uitgesloten dat betrokkene heeft begrepen, dat klager geen bezwaar had tegen het publiceren van deze gegevens, hetgeen in soortgelijke situaties nogal eens pleegt te gebeuren. Voorts moet het niet uitgesloten worden geacht dat klager meerdere verzoeken tot met-publicatie ten aanzien van bepaalde gegevens heeft gedaan en betrokkene onvoldoende duidelijk heeft gemaakt dat juist de onderhavige gegevens strikt vertrouwelijk werden meegedeeld.

BESLISSING

De Raad heeft niet kunnen vaststellen of de toezegging de bewuste gegevens niet te publiceren door betrokkene aan klager is gedaan. De Raad onthoudt zich om deze reden van een uitspraak in de onderhavige kwestie. In beginsel is het volgens vaste jurisprudentie van de Raad laakbaar te achten indien een gedane toezegging tot niet publicatie van bepaalde vertrouwelijk verstrekte informatie niet gestand wordt gedaan.

Aldus vastgesteld ter zitting van 4 oktober 1979. De Raad was als volgt samengesteld: mr R. de Waard, plvv. voorzitter; drs H. van Run, O. G. Postma, ing.; mr L. van Vollenhoven en mr F. Kuitenbrouwer in aanwezigheid van mr M. P. Galama-Kuipers, secretaris.

RvdJ 1979, 10.