1977/6 ongegrond

Roda JC contra de Volkskrant

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake S.V. Roda J.C. tegen de Volkskrant

Namens het bestuur van S.V. Roda JC te Kerkrade (klager) heeft de heer J. M. Coerver, manager van deze vereniging, zich bij brief van 8 november 1976 tot de Raad gewend met een klacht tegen de heer B. de Graaf, sportredacteur van de Volkskrant, te Amsterdam (betrokkene). Nadat betrokkene een verweerschrift had ingediend en klager daarop had gerepliceerd, heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen, die deze heeft behandeld ter zitting van 6 oktober 1977, waar zijn verschenen voor klager de heer Coerver, bijgestaan door Mr M. L. J. P. l'Ortye, advocaat, en betrokkene.

DE KLACHT

Het klaagschrift komt samengevat op het volgende neer. Op 16 september 1976 publiceerde de Volkskrant een artikel van de hand van betrokkene, getiteld: 'Botte bijl doet Roda de das om', betreffende een voetbalwedstrijd tussen de elftallen van Anderlecht en Roda J.C. Klager heeft bezwaren tegen de volgende passages:

'De sensationele ontknoping van dit verwilderde duel was duur voor Roda JC, maar de ploeg incasseerde zo alsnog de straf voor haar kwalijke manier van voetballen. Van het begin af aan hanteerden de discipelen van Jacobs de botte bijl. Rammen was troef met Ehlen, Toonstra, Meuzer en Nanninga in de hoofdrollen. Als wilde stieren joegen zij vooral in de eerste helft op de benen van de technisch betere Brusselaars, (...)'.
'In plaats van beheerst de aanvalsgolven van Anderlecht af te wachten sloeg Roda JC ruw om zich heen. Een doping controle zou na afloop geen overbodige luxe zijn geweest. Het was de zoveelste keer dat een Nederlands team de voetbalsport misbruikte door er catch-as-catchcan van te maken.'
(...) 'Pas tegen het einde viel onverwacht het doek voor de harde werkers uit Limburg, die men dapper zou kunnen noemen, maar niet waren. Want het is niet dapper om collega's tegen de grond te schoppen. (...)
'Vercauteren trachtte de gevaarlijkste man af te stoppen, maar deed het zo onreglementair dat hij er een kaart aan overhield. De scheidsrechter kwam mede tot die beslissing omdat Van der Lem de stervende zwaan imiteerde. Nadat de sanctie was toegepast rende de speler weer vliegensvlug over het mooiste gras van België.'
'Een minuut later sloeg Ehlen, de bewaker van Rensenbrink, toe. Hij schopte de Oranjeman neer, hetgeen kennelijk in het concept van Jacobs lag opgesloten. Want ook later bleef Ehlen, die dit seizoen al geschorst is geweest, op de dure benen van het 'slangenmens' jagen.'(...)
'Broos liet 5 minuten voor de rust een scoringskans lopen, waarna Toonstra die de meest verdwaasde indruk maakte nog een gele kaart meepikte.' De slotalinea begint aldus: 'Na afloop drukten de meeste spelers elkaar de hand. Ze leefden allemaal nog (...)'.

Klager stelt dat betrokkene niets heeft nagelaten om de met name genoemde spelers van Roda JC te beledigen. Hij gaat zelfs zo ver, trainer Jacobs te beschuldigen van de vooropgestelde bedoeling lichamelijk letsel toe te brengen aan de tegenstanders. Het hele artikel staat vol insinuaties en gemeenheden, mede gelanceerd om spelers, technische en medische groep en bestuur van S.V. Roda JC te beledigen en te schaden.
Ook later heeft betrokkene zijn insinuaties geuit: in de Volkskrant van 20 september 1976 heeft hij het over een speler, 'die geen Roda JCmethodes nodig had om zijn mannetje uit te schakelen'.
Klager verzet zich met alle kracht tegen publikaties, die er op gericht zijn spelers en leiding van de club in diskrediet te brengen. De goede naam van Roda JC, die met zeer veel moeite is opgebouwd, wordt hier op grove wijze aangetast. Wat klager aan betrokkene verwijt is dat hij zulke dingen schrijft zonder zich ook in de vereniging Roda JC te hebben verdiept. Betrokkene zou dan weten dat Roda JC bewust een ander soort voetbal speelt dan Ajax en Feyenoord in betere tijden. Als daarbij overtredingen worden gemaakt die niet door de beugel kunnen, heeft iedere verslaggever het recht deze af te keuren. Hier wordt echter een vereniging subjectief en systematisch aangevallen en beledigd.
Betrokkene heeft met zijn uitlatingen vereniging en personen ernstige schade toegebracht, zowel op het sportieve als het financiële vlak.

HET VERWEER

Betrokkene stelt onder meer het volgende.

Hij heeft zijn krant enige malen zijn mening over het spelpeil van Roda tot uiting gebracht; het lijkt hem het goede recht van een journalist dat te doen. Natuurlijk is die mening subjectief en aanvechtbaar. Maar dat betekent nog niet dat hij de journalistieke erecode zou hebben geschonden. Integendeel: zijn pleidooi ook in de zaak Roda is er op gericht de naar zijn inzicht foute ontwikkeling in de voetbalsport te signaleren en te pogen daarvoor de ogen te openen bij lezers en spelers. Dat gebeurt in een taal, die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat, maar dat lijkt hem juist in het licht van de sportverruwende tendensen een goede zaak.
Vragenderwijs heeft hij het probleem van het gebruik van doping ter sprake gebracht. Dat kan niet anders dan vragenderwijs, omdat bewijzen voor een dergelijke stelling ontbreken, maar symptomen van dopinggebruik op de sportvelden, ook bij het voetballen, zijn er wel degelijk, zoals uit vele publikaties in de afgelopen jaren is gebleken. Dat heeft er mede toe geleid dat het dopinggevaar in de discussie is gekomen. Dat lijkt betrokkene een goede zaak. Niet alleen goed voor Roda, maar voor de gehele voetbalsport. Betrokkene is van mening dat hij conform de door hem geobserveerde werkelijkheid heeft gerapporteerd en daarbij zijn mening over wat op het voetbalveld aan de hand was, niet onder stoelen of banken heeft gestoken. Hem lijkt dat zijn recht en zijn taak. Het gaat niet om een objectieve weergave van een voetbalwedstrijd, maar om een beschouwing 'naar aanleiding van', een soort recensie, zou men kunnen zeggen. Bij een dergelijke beschouwing spelen subjectieve inzichten hun rol. Dat lijkt hem niet verwerpelijk, mits ze gestaafd worden door de feiten. Dit is ook geschied. De voetbalclub Roda heeft dan ook niet op rectificatie aangedrongen van onderdelen van het verhaal, maar heeft alleen maar zijn bezwaren tegen de terminologie geuit.
Het lijkt betrokkene, dat met toegeven aan de bezwaren van Roda de vrijheid van de voetbalverslaggever in het gedrang zou kunnen komen. Hij immers geeft zijn opvatting omtrent de voetbalwedstrijd ten behoeve van de lezers weer. Als daar feitelijke onjuistheden in staan, had Roda het volste recht gehad om rectificatie te eisen. De hoofdredactie was daartoe ook bereid. Duidelijk blijkt dat aan klager het inzicht ontbreekt in de kritische taak, die een journalist bij de begeleiding van maatschappelijke gebeurtenissen, waartoe ook de voetbalsport te rekenen valt, heeft.

DE ZITTING

Klager licht zijn standpunt nader toe. Hij acht het gehele stuk doordrenkt van beschuldigingen en insinuaties, waarbij de opmerking over de doping-controle en het concept van trainer Jacobs als zou deze de spelers hebben opgedragen mishandelingen te plegen, als bijzonder grievend zijn ervaren. Het gaat klager niet zozeer om de feiten; hij zou het aanvaardbaar hebben geacht als er kritiek was geleverd op hard spel, maar het is opvallend dat betrokkene in hetzelfde stuk soortgelijke feiten van de kant van Anderlecht weergeeft zonder daarbij de insinuerende kwalificaties te gebruiken die de acties van Roda beschrijven.
Als betrokkene meer belangstelling voor Roda had gehad, dan zou hij weten dat de medische begeleiding daar hoge prioriteit heeft en dat er nooit of te nimmer pilletjes zijn of worden verstrekt. Betrokkene had ook kunnen weten dat Roda een ander, eerlijker soort voetbal speelt; er is bewust gekozen voor aanvallend spel dat meer op strijd dan op show is gericht. Het gevolg is geweest dat de insinuaties over doping in binnen- en buitenlandse kranten zijn overgenomen en dat na een wedstrijd in Alkmaar de clubarts van AZ '67 beschuldigingen tegen klager heeft geuit.
Roda is fel tegen doping en heeft er nooit aan meegedaan; de spelers krijgen een tweemaandelijkse medische controle.
Betrokkene zegt dat hij zijn beschouwingen over voetbalwedstrijden zonder vooringenomenheid schrijft, daarbij steunend op een twintigjarige ervaring met internationaal voetbal.
De passage over doping-controle bevat geen beschuldiging doch slechts een pleidooi voor de wenselijkheid van die controle. De latere commentaren zijn niet het gevolg geweest van zijn artikel maar van uitlatingen van de clubarts van AZ'67. Overigens vindt hij het positief dat hijzelf dit onderwerp heeft aangesneden: de doping-controle waarvoor hij gepleit heeft zal nu worden ingesteld.
Wat de stijl van spelen betreft, hij acht die riskant en gevaarlijk; hij daagt klager uit om een onwaarheid in zijn artikel daarover aan te geven. Indien het al zo mocht zijn dat hij het spel van Anderlecht anders heeft gekwalificeerd dan dat van Roda, dan komt dat omdat Roda ermee is begonnen en Anderlecht erop reageerde. Hij heeft in de voor dit onderwerp gangbare termen geschreven op grond van zijn waarnemingen ter plaatse.

OVERWEGINGEN

Het kader, waarbinnen het geschil zich afspeelt, is de sportjournalistiek. Het oordeel daarover gaat dan ook uit van de normen en gebruiken, geldend binnen dit - van andere journalistieke werkterreinen te onderscheiden - gebied, uiteraard mede onder toetsing aan algemeen geldende journalistieke gedragsregels.
Wat de eerste betreft: in het geding is een stuk van uitgesproken persoonlijke stijl en signatuur, voor de in sport geïnteresseerde lezer duidelijk als zodanig herkenbaar en ook in die vorm en op die plaats door hem van deze sportredacteur verwacht. Betrokkene geeft niet zozeer een verslag van objectieve feiten als wel een relaas van zijn persoonlijke waarnemingen, gekleurd door zijn zeer vrijmoedige oordeel, waardoor zijn artikel duidelijk het karakter van een recensie krijgt. Dat staat hem vrij.
Is betrokkene hierbij binnen de grenzen van het algemeen aanvaardbare gebleven? De Raad is van oordeel dat betrokkene de vrijheid toekwam, felle kritiek, zoals in het onderhavige artikel, te uiten op een voetbalstijl die, zoals klager zelf stelt, aanvallend en op strijd gericht is en door betrokkene wordt gezien als een ongewenste ontwikkeling in de richting van spelverruwing. Deze opvatting heeft hij in zijn stuk voldoende ondersteund met feitelijke gegevens.
De Raad verschilt echter van mening met betrokkene of dit ook geldt voor de twee uitlatingen waartegen klager in het bijzonder bezwaar heeft gemaakt: 'Een doping controle zou na afloop geen overbodige luxe zijn geweest.' en 'Hij schopte de Oranjeman neer, hetgeen kennelijk in het concept van Jacobs lag opgesloten. '. Met deze conclusies verwijdert betrokkene zich te ver van de door hem aangedragen feiten en komt hij wel zeer dicht bij het gebied van de ongefundeerde verdachtmaking .
Dit betreurende meent de Raad echter, dat het stuk in zijn geheel genomen, gezien de omstandigheden, niet onder de maat van journalistieke behoorlijkheid is.

BESLISSING

De Raad wijst de klacht af.

De Raad besluit dit oordeel ter publicatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten De Journalist.

Aldus vastgesteld ter zitting van 6 oktober 1977 door mr H. Vroom, voorzitter, mevrouw mr F. Klaver, mr F. Kuitenbrouwer, ing. O. Postma en drs H. W. M. van Run, in tegenwoordigheid van mr K. Helder, secretaris.

RvdJ 1977, 6.