1975/4 ongegrond

Mw A. M. G. Schmidt en mw N. Koppen contra L. Derksen (De Telegraaf)

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake Mevrouw Schmidt en Mevrouw Koppen tegen L. Derksen

Mevrouw A. M. G. Schmidt en mevrouw N. Koppen (klaagsters) hebben zich bij een brief van 19 december 1974 tot de Raad gewend met een klacht tegen de heer L. Derksen, redacteur van De Telegraaf te Amsterdam (betrokkene). Op die klacht heeft betrokkene bij een schrijven van 10 januari 1975 gereageerd. Nadat klaagsters hadden gerepliceerd, heeft betrokkene bij zijn standpunten volhard. Daarom heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen, die deze heeft behandeld in zijn zitting van 23 oktober 1975, waar verschenen is mr K. E. Leoni, advocaat te Amsterdam, als gemachtigde van klaagsters. Tegen de niet verschenen betrokkene heeft de Raad verstek verleend.

DE KLACHT

Samengevat behelst de klacht het volgende.
In zijn rubriek Televisie in De Telegraaf van 3 december 1974 heeft betrokkene onder de kop 'AVRO-drama en Annie M.G'. o.a. geschreven over het feit dat klaagster Schmidt gestopt was met het schrijven van een televisieserie voor de AVRO. In dit artikel werd klaagster Koppen ervan beticht dat zij misbruik zou hebben gemaakt van de omstandigheid, dat mevrouw Schmidt uitsluitend een serie voor de AVRO wilde schrijven indien mevrouw Koppen de hoofdrol zou spelen . Mevrouw Koppen zou moeilijkheden hebben veroorzaakt door een honorering te eisen die vele malen hoger lag dan de honoraria, die zouden zijn vastgesteld door de Nederlandse Vereniging van Toneelspelers (NVT) en de NOS.
Het vastgestelde honorarium zou zo'n kleine f 3000,- bedragen, inclusief een toeslag van 20 procent, de zogenaamde prestatietoeslag, per aflevering. Op grievende wijze werd in dit verband door betrokkene gesuggereerd: Een omroep, die door een schrijfster zo op een bepaalde actrice is vastgebonden, kun je wellicht nog uitbuiten.
Klaagster Schmidt heeft bezwaar tegen het onderschrift, geplaatst bij haar foto in het artikel, luidende Annie M. G. Schmidt: scripts niet zo best, dat de misleidende indruk wekt alsof haar scripts in het algemeen niet zo best zouden zijn. Voorts heeft betrokkene de indruk gewekt alsof het een vaststaand feit zou zijn dat de scripts voor deze aflevering onvoldoende zouden zijn. Hij schreef: Maar laten we ons daardoor dus niet misleiden: de scripts die waren ingeleverd waren gewoon beneden de maat. Er was nog slechts één script daadwerkelijk ingeleverd, waaruit reeds onmiddellijk blijkt dat betrokkene geen enkele tekst had gelezen, en dus ten onrechte suggereert, alsof deze beoordeling niet voor discussie vatbaar zou zijn.
Op 6 december heeft mr Leoni namens zijn cliënten een brief geschreven aan De Telegraaf en betrokkene, waarin hij gerechtelijke stappen aankondigde indien het blad geen behoorlijke rechtzetting zou publiceren.
Daarop vond op 9 december een bespreking plaats ten kantore van mr Leoni, die voor De Telegraaf werd bijgewoond door betrokkene en de heer Kok, en door directeur Thierens van de Internale Concertdirectie Ernst Krauss voor mevrouw Schmidt. Namens klaagsters werd meegedeeld dat mevrouw Koppen aanvankelijk bij wege van suggestie een bedrag van f 3500,- had genoemd, maar na ruggespraak met de NVT kort voor de eerste repetitie f 3000,- heeft gevraagd.
Ontkend werd dat voor acteurs een bindende honoreringsregeling bestaat- er zijn slechts normen. Voorts werd meegedeeld dat de AVRO twee dagen vóór de eerste repetitie zou plaatsvinden, deze heeft geannuleerd, met de uitdrukkelijke verzekering dat dit niets met mevrouw Koppen had te maken, zodat er geen sprake van is dat de AVRO door mevrouw Koppen in een dwangpositie was gebracht. In de brief van 6 december was reeds meegedeeld dat er van de kant van de AVRO nooit enige kritiek was geuit op het ingeleverde script.
Afgesproken werd dat betrokkene in een nieuwe bijdrage uitdrukkelijk zou stellen dat er geen sprake is geweest van het vragen van een veelvoud van het honorarium, laat staan van uitbuiten. Voorts zou er de nadruk op worden gelegd dat het annuleren van de serie niets met de voorwaarden van mevrouw Koppen te maken had. Mr Leoni gaf te kennen het op prijs te stellen de rectificatie voor plaatsing te lezen.
Aan dit laatste heeft betrokkene niet voldaan toen hij in zijn op 12 december 1974 gepubliceerde stuk Nell Koppen, de centen en Annie M.G. op zijn eerste artikel terugkwam; wel had hij een klein gedeelte betreffende Schmidt aan de heer Thierens telefonisch voorgelezen.
Klaagsters menen dat de rectificatie van 12 december een misselijke indruk maakt. In plaats van ruiterlijk te erkennen dat betrokkene op grond van nadere inlichtingen tot de conclusie moest komen dat er van uitbuiten geen sprake is geweest, wordt onder het hoofd komisch de suggestie gewekt, alsof in de eerste plaats er bezwaar tegen zou zijn gemaakt dat de repetitietijd niet werd vermeld. Aldus is de gewekte indruk dat mevrouw Koppen misbruik zou hebben gemaakt, niet weggenomen.
In plaats van op zakelijke wijze te herroepen dat het script van mevrouw Schmidt beneden de maat was geoordeeld, schrijft betrokkene in zijn tweede stuk een nieuwe sneer: De schrijfster schijnt tot in haar voegen geschokt, omdat ik haar scripts beneden de maat heb genoemd. Nou moet ik toegeven, dat lezen, zelfs voor begaafde mensen, nog wel problemen oplevert. Ik heb natuurlijk gezegd, dat men in AVRO-kringen dit script (er was er overigens maar één) beneden de maat vond (...), terwijl betrokkene in zijn aanvankelijke stuk met geen woord naar voren had gebracht dat het een beoordeling door de AVRO zou betreffen, die hij hier gaf.
Klaagster Koppen acht zich gegriefd door de mededeling, dat zij een situatie zou hebben uitgebuit door te overvragen. Deze indruk werd door de rectificatie niet weggenomen, hoewel de AVRO in een brief van 6 december 1974 betrokkene ook op de onjuistheid van zijn mededeling attent had gemaakt.
Klaagster Schmidt acht zich gegriefd door de wijze waarop, zonder een redelijk onderzoek in te stellen door betrokkene getracht werd haar werk te diskwalificeren, terwijl ;n de rectificatie een poging werd gedaan om een en ander in het belachelijke te trekken, zulks ondanks een uitdrukkelijke toezegging dat voor een redelijke rectificatie zou worden gezorgd.
In de klacht wordt ook nog aandacht gevraagd voor een passage in het eerste artikel, waarin iets staat over een spelletje mee spelen. De Raad laat die passage buiten beschouwing omdat het hier - gelijk ook van de kant van klaagsters ter zitting is erkend - kennelijk om een drukfout gaat.

HET STANDPUNT VAN BETROKKENE

Betrokkene reageerde voorzover thans nog van belang als volgt.

'De zaak Nel Koppen. Mijn eerste artikel d.d. 3 december was gebaseerd op gegevens, die ik - gezien de bron - als betrouwbaar mocht beschouwen. Later bleken deze gegevens inderdaad niet helemaal juist te zijn. In het tweede artikel ben ik alle afspraken gemaakt tijdens het gesprek tussen Mr Leoni en de heer Thierens enerzijds en de heer Kok en mij anderzijds nagekomen. Dat wil zeggen: er is duidelijk vermeld, dat mevrouw Koppen niet vele malen meer heeft gevraagd, er is eveneens duidelijk vermeld, dat het niet doorgaan van de serie niets te maken heeft met de honorarium-eisen van mevrouw Koppen. Daarnaast, evenwel, heb ik vermeld hoe de zaak werkelijk was en deze gegevens werden mij door de heer Becu als officiële AVRO-woordvoerder, verstrekt. Welke die gegevens zijn vindt u duidelijk in het artikel vermeld.
'Het is verder onjuist, dat er geen bindende regeling zou bestaan omtrent de hoogte van de eventuele toeslag: zowel AVRO als de NOS toneel-coördinator de heer G. Lindenberg hebben mij bevestigd, dat 20 procent wel degelijk het maximum is. De bewering van mevrouw Koppen is dus niet correct. En zij kan dat weten. (...)
'Het bedrag van f 3500,- is door mevrouw Koppen zeker niet als suggestie genoemd. Ook tegenover andere bladen, die hiervan trouwens eveneens melding hebben gemaakt heeft de heer Van der Zee gezegd, dat er 'aanvankelijk wat moeilijkheden waren rond de honorering van mevrouw Koppen'. Tevens is mij bekend, dat de heer Van der Zee het bedrag, dat mevrouw Koppen vroeg 'exorbitant' heeft genoemd. Ook Walter van der Kamp bevestigde mij, dat haar eisen onhaalbaar waren. Mijn tweede artikel is dus volkomen correct en alle eventuele onjuistheden van het eerste artikel zijn daarin rechtgezet.
'De zaak mevrouw Schmidt. Een goede lezer had uit het eerste artikel al kunnen begrijpen, dat het natuurlijk de AVRO was, die enige bezwaren tegen dit script, zoals het er nu lag, had en dat dit dus geen algemene beoordeling was. Dat alleen al, omdat hier alleen de AVRO aan de orde was. Op verzoek van de heer Leoni heb ik in het tweede artikel dit nog eens duidelijk gesteld. Dat ik, als persoonlijke mening, laat doorschemeren, dat de AVRO wel eens gelijk kon hebben, is natuurlijk mijn zaak.'
'Wanneer mij nu wordt verweten, dat ik geen onderzoek naar de kwaliteit van haar werk heb ingesteld (laatste alinea) wil ik u slechts wijzen op de reactie van de heer Thierens, toen ik hem vroeg of ik het script mocht lezen. U vindt die reactie in het tweede artikel. Een journalist moet op een gegeven moment echter kunnen vertrouwen op het oordeel van deskundigen, die het script wel hebben gelezen.'

DE ZITTING

Mr Leoni spitst de klachten toe op de volgende punten.
Met betrekking tot klaagster Koppen heeft betrokkene niet overeenkomstig de afspraak in zijn tweede stuk het uitbuiten en de suggestie van het misbruik maken van de omstandigheden teruggenomen. Aangaande de scripts van klaagster Schmidt had betrokkene moeten zeggen dat het afkeurend oordeel niet het zijne was en van wie het dan wel was. Dit klemt des te meer nu mr Leoni een kort geding dat hij De Telegraaf in het vooruitzicht had gesteld, heeft laten vallen onder de voorwaarde dat betrokkene bepaalde punten uitdrukkelijk zou rectificeren en die rectificatie voor publicatie zou voorlezen aan mr Leoni.

OVERWEGINGEN

Betrokkenes rubriek Televisie is een 'gossip column' over de Hilversumse tv-wereld, geschreven in een zeer persoonlijke voor de lezers herkenbare stijl. In beginsel is er geen bezwaar tegen, een rectificatie in het kader van zo'n rubriek op te nemen. Wel zal ervoor gezorgd moeten worden dat de rectificatie haar karakter als zodanig behoudt.
Betrokkene begint het stuk waarin hij de rectificatie opnam, met de volgende zinnen: Als schrijver over televisiezaken weet je toch maar nooit wat je te wachten staat. Wie schetst mijn verbazing toen ik, naar aanleiding van mijn artikeltje vorige week dinsdag over de zaak rond Annie M. G. Schmidt, werd verblijd met een brief van een Amsterdamse advocaat, waarin de man mij dreigt voor de rechter te zullen slepen en zelfs smartegeld te zullen vragen, wanneer ik dat hele artikel niet corrigeer? Betrokkene heeft het karakter van rectificatie in zijn stuk geaccentueerd door te vermelden dat hij door een advocaat daartoe is genoopt.
Hierna geeft hij o.m. een juiste samenvatting van de feiten, door de raadsman van klaagsters in diens brief van 6 december t.a.v. klaagster Koppen gesteld, om verderop te vervolgen: Daarom heb ik bij de AVRO alles nog maar eens nagetrokken, want waarom zou het boetekleed mij misstaan, nietwaar? Maar goed: de feiten, die ik daar vermelde, geef ik dan hier maar weer eens aan u door, want ik voel er niets voor de halve waarheid te herroepen wanneer ik u daarvoor niet de hele waarheid in de plaats geef.
Om te beginnen moet u dan weten dat de honoraria van acteurs en actrices voor televisiespelen officieel zijn vastgelegd in een overeenkomst tussen de vereniging van toneelspelers en de NOS. Elke omroep is verplicht zich daaraan te houden en elk contract wordt door de Financieel Economische Dienst van de NOS dan ook nauwlettend gecontroleerd. Welnu, het officieel vastgestelde tarief voor één zo'n serie-aflevering bedraagt f 2395. Nell Koppen evenwel vroeg f 3500, aldus AVRO-voorlichter Bob Becu; dat is dus inderdaad niet vele malen meer, zoals mijn informatie in eerste instantie luidde, maar toch nog altijd f 1005, ofwel zo'n veertig procent meer. (. . .) Haar mededeling dat zij nooit méér heeft gevraagd dan f 3000 is dus onjuist. De AVRO zag toen een mogelijkheid twintig procent prestatie-toeslag aan dat honorarium toe te voegen - een mogelijkheid, die in de regeling is ingebouwd om acteurs en actrices van bijzondere klasse wat extra te honoreren. Het totale honorarium kwam toen op f 2874 en dat was het absolute maximum; bij elke cent meer zou die eerder genoemde financiële dienst van de NOS ingrijpen. Nell Koppen daalde toen tot f 3000. Op dat moment werd de hele produktie stopgezet om een andere reden, die overigens niets met Nell Koppen te maken heeft. Maar u weet nu de juiste toedracht en dan mag u er zelf verder bij denken wat u wilt, want dat kan geen rechter u verbieden.
Betrokkene heeft in deze alinea's de financiële gegevens uit zijn eerste stuk teruggenomen en verbeterd. Hij heeft uitbuiten teruggenomen, zij het impliciet, door te schrijven dat is dus inderdaad niet vele malen meer.
Datzelfde geldt ook voor de wijze waarop betrokkene zijn stuk met betrekking tot het script van klaagster Schmidt rectificeert: ik heb natuurlijk gezegd dat men in AVRO-kringen dit script (er was er overigens maar één) beneden de maat vond en dat wil dan weer zeggen: nog niet rijp genoeg om in produktie te worden genomen.
En natuurlijk is dat de opvatting van één, twee of drie heren bij de AVRO, zodat Annie M. G. best nog mag denken, dat ze een briljant werkstukje heeft afgeleverd. Er is trouwens niemand die aan haar artistieke kwaliteiten twijfelt; het ging (en gaat) in dit geval alleen om dit script, waarmee de AVRO op dit moment niet in zee wilde gaan. (...) Er is echter iets anders. Regisseur Walter van der Kamp heeft reeds in september het script in handen gekregen. In oktober is er een lezing geweest, waarbij ook de hele cast aanwezig was. Van der Kamp heeft toen nauwelijks bezwaren tegen het script geuit. Integendeel: in een brief aan Annie M. G. Schmidt heeft hij zelfs geschreven zowel het stuk als de rolbezetting professioneel te vinden, 'alleen de regie kan nu nog tegenvallen'.
Dat is dan hoogst merkwaardig, want het was juist diezelfde Van der Kamp, die later bezwaren maakte tegen het stuk en ook min of meer de aanleiding is geweest tot het stopzetten van de produktie. Van de; Kamp heb ik dus maar even gebeld. Hij gaf toe die brief te hebben geschreven, maar op de vraag hoe hij dat kan rijmen met zijn later optreden, antwoordde hij: 'Geen commentaar'--maar je hoorde hem bijna denken: mag een mens alsjeblieft ook nog eens van mening veranderen, als je zo'n script dertig keer hebt doorgelezen?
Naar het oordeel van de Raad heeft betrokkene aan zijn rectificatieplicht voldaan. Dat een wat royaler rectificatie mogelijk was geweest doet daaraan niet af.

BESLISSING

De Raad wijst beide klachten af

De Raad besluit dit oordeel ter publicatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten De Journalist.

Aldus vastgesteld ter zitting van 23 oktober 1975 door prof. mr Ch. J. Enschedé, voorzitter, H. ten Brink, D. F. Houwaart, mr F. Kuitenbrouwer en ing. O. Postma, leden, in tegenwoordigheid van mr K. Helder, Secretaris.

RvdJ 1975, 4.