1974/7 gegrond

Algemene Vereniging Nederlandse Militairen contra C. Slager

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de Algemene Vereniging Nederlandse Militairen tegen Slager

Het hoofdbestuur van de Algemene Vereniging Nederlandse Militairen AVNM te Utrecht heeft per brief van 29 oktober 1973 een klacht bij de Raad ingediend tegen de heer C. Slager, journalist te Kwadendamme, als betrokkene.
Tijdens het voorlopig onderzoek heeft betrokkene een verweerschrift ingediend, waarna klager heeft gerepliceerd. Betrokkene heeft van de hem geboden gelegenheid te dupliceren geen gebruik gemaakt. Vervolgens heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen, die deze heeft behandeld op de zitting van 13 juni 1974 waar zijn verschenen de toenmalige hoofdbestuursleden van de AVNM G. Mustert en B. Verwaayen, en de secretaris-penningmeester R. Pols. Tegen de niet verschenen betrokkene heeft de Raad verstek verleend.

DE KLACHT

Het bestuur van de AVNM is telefonisch benaderd door betrokkene, die meedeelde voor de radiorubriek Zaterdag-informatie (ZI) van de VARA een programma-onderdeel te willen wijden aan een uitlating van de generaal-majoor Kranenburg, als volgt geciteerd: 'De Nederlandse krijgsmacht dreigt ondermijnd en uitgehold te worden door linkse krachten'. Betrokkene vertelde, dat de generaal zelf commentaar geweigerd had en dat hij nu de opinies van de AVNM en de VVDM hierover wilde weergeven. Klager was tot medewerking bereid. Men maakte een afspraak voor een gesprek. Op vrijdag 26 oktober 1973 had betrokkene op het secretariaat van de AVNM te Utrecht een interview met voorzitter Ben Verwaayen. Het is zowel door klager als door betrokkene op een tape-recorder opgenomen. Een gedeelte van het gesprokene staat echter in onderlinge overeenstemming niet op de band van betrokkene. Van klagers bandopname is een transcriptie gemaakt, die hij bij zijn klaagschrift heeft gevoegd. De uitzending vond plaats op zaterdag 27 oktober 1973. Klager heeft ook hiervan een opname gemaakt, waarvan hij de transcriptie heeft bijgevoegd. Klager heeft tegen die uitzending een aantal bezwaren - die hierna zullen worden behandeld - en meent dat het imago van de AVNM is geschaad door de onjuiste commentaren van betrokkene, en dat door die uitzending het onbelemmerd voortbestaan van de vereniging in gevaar wordt gebracht.

HET VERWEER

In zijn verweerschrift stelt betrokkene o.m. het volgende:

'Het gewraakte interview met Verwaayen heb ik aangevraagd, toen bleek, dat generaal Kranenburg niet bereid was om zijn beschuldigingen over de ondermijning van ons leger door linkse krachten 'hard' te maken met voorbeelden. Ik heb toen spontaan de AVNM gebeld, uit ervaring wetende, waar die groep ongeveer staat.... Dat ik het totale gesprek met Verwaayen niet heb uitgezonden is bijna vanzelfsprekend. Het was zeker niet beloofd en het is - dacht ik - sinds jaar en dag een goede journalistieke gewoonte om de meest saillante uitspraken uit te selecteren.
Dat ik het programma heb gelardeerd met enige opiniërende opmerkingen, mag de AVNM toch niet verbazen. Ze kunnen weten waar de VARA ongeveer staat als het gaat om een programma over 'linkse ondermijningen van de krijgsmacht' . Bovendien heeft uitgerekend ZI zo'n gezichtsbepalend karakter bij de VARA. Komt nu de vraag of ik zomaar kon zeggen, wat ik heb gezegd. In de eerste plaats ben ik geen complete vreemdeling in het militaire wereldje. Ik heb het enkele jaren tamelijk intensief gevolgd en kan dus ook een mening hebben over de mentaliteit van de AVNM.

Het verdere verweer komt bij de specifieke bezwaren ter sprake.

BEZWAREN

1. Over de mogelijke ondermijning bevat de uitzending de volgende passage:
Slager: 'We hebben die vraag (wie er ondermijnt, hoe en wanneer) nu voorgelegd aan Ben Verwaayen, voorzitter van de AVNM, een clubje, dat het in grote trekken eens zegt te zijn met Kranenburg Maar zelfs Verwaayen moet erkennen, dat de generaal in dit geval
waarschijnlijk spoken ziet.' Verwaayen: 'Als ik op een kazerne kom en ik spreek met de mensen zelf, dan blijkt gewoon dat in de grote groep de ondermijning helemaal niet leeft. Totaal niet.'
Klagers bezwaren zijn dat betrokkene slechts de helft van een zin van Verwaayen heeft geciteerd en deze heeft doen voorafgaan door een conclusie die onjuist weergeeft wat Verwaayen eerder in het gesprek hierover had gezegd. Tijdens het interview antwoordde Verwaayen op betrokkenes vraag: 'Heeft Kranenburg het dus helemaal mis?' het volgende: 'Nee, dat wil ik helemaal niet zeggen. De generaal beoordeelt de situatie als territoriaal bevelhebber en hij heeft natuurlijk een veel grotere blik over het geheel. Hij ziet hier en daar speldeprikken opkomen en hij ziet dat gewoon in zijn geheel, in zijn visie ziet hij die ondermijning naar voren komen.' Het uitgezonden citaat volgde op Verwaayen's uitlating: 'Natuurlijk zijn er individuelen, nou ja, wier gedrag niet helemaal in overeenstemming zou zijn met het wezen van de krijgsmacht. Die zitten er tussen en hun gedrag zou, als ik territoriaal bevelhebber zou zijn, nauwlettend in het oog gehouden moeten worden, maar als ik op een kazerne kom en ik spreek met de mensen zelf, dan blijkt gewoon dat in de grote groep de ondermijning helemaal niet leeft. Totaal niet.'
Door deze keuze en door het commentaar van betrokkene vooraf wordt, zo stelt klager, een geheel onjuiste indruk gewekt van de opvatting die Verwaayen aan betrokkene meedeelde.
Betrokkene zegt hierover: 'Verwaayen bevestigde me in het telefoongesprek dat hij inderdaad ongeveer net als Kranenburg over deze kwestie dacht.... Toen ik echter voor de opname op het AVNM-kantoor verscheen, werd ik daar niet alleen opgewacht door een enigszins wantrouwend driemanschap-met-bandrecorder, maar ook door een voorzitter, die intussen compleet van mening bleek te zijn veranderd.... Conclusie van Verwaayen: bij de grote groep leeft de ondermijning totaal niet. Een duidelijke uitspraak, die ik dan ook in de uitzending heb meegenomen. Maar ook een conclusie, die ik niet verwacht had en die me ertoe bracht om de opzet te veranderen. In zoverre dan, dat ik in de uiteindelijke vorm ook zelf enkele opiniërende teksten heb gesproken om AVNM- en VVDM-citaten aan elkaar te breien.... Ik begrijp het bezwaar niet. Verwaayen heeft (ondanks mijn pogingen) de ondermijning steeds gekleineerd. En als ik dat dan in zijn meest simpele en duidelijke bewoordingen uitzend, is het niet goed. Dat ik er een opiniërende inleiding voor zette, is--dacht ik--mijn eigen verantwoordelijkheid. In het voorgaande heb ik al uiteengezet, hoe ik aan mijn opinie kwam. '

2. Een onderdeel van het interview betrof de gevechtskwaliteit van de krijgsmacht. Betrokkene kiest daar een drietal citaten uit, die hij laat voorafgaan door zijn inleiding: 'De AVNM mag dan de totale ondermijning van het leger nog niet zien, hij ziet onze krijgsmacht wel op een andere manier ten gronde gaan.' en die hij samenvat met de zin: 'De AVNM zou liever zien dat de Nederlandse krijgsmacht een echt fanatiek vechtleger werd. En dat is het nu niet, zegt Ben Verwaayen. '
Klager voelt zich vooral ernstig benadeeld door deze toevoeging van betrokkene. Het commentaar suggereert dat een 'fanatiek vechtleger' een verlangen van de AVNM zou zijn. Noch uit de tekst van het interview in zijn geheel, noch uit los gemaakte opmerkingen heeft betrokkene dit verlangen kunnen distilleren. Door deze opmerking manoeuvreert betrokkene de AVNM in de rechtse hoek, waar hij niet thuishoort.
Betrokkene zegt over dit punt: 'Mijn opmerking over het vechtleger is mijn eigen oordeel over de houding van de AVNM. Die had ik al, maar is alleen maar bevestigd door de opmerkingen van Verwaayen over Big Ferro en over de kansen van de Nederlandse soldaat tegenover Israëlische en Egyptische.'

3 . De citaten uit het interview zijn door betrokkene afgesloten met de zinnen: Slager: 'De AVNM zou liever zien dat de Nederlandse krijgsmacht een echt fanatiek vechtleger werd. En dat is het nu niet zegt Ben Verwaayen. Ondanks alle mooie praatjes van generaal Meynderts na de oefening Big Ferro.'
Klager stelt dat de indruk wordt gewekt als zou de zin 'ondanks alle mooie praatjes van generaal Meynderts na de oefening Big Ferro' afkomstig zijn van Verwaayen, ook al omdat bij het luisteren niet duidelijk is of 'ondanks' wordt voorafgegaan door een punt of een komma. Verwaayen heeft deze opmerking echter nooit gemaakt; de AVNM heeft via enquêtes tijdens Big Ferro aangetoond dat 'die mooie praatjes' een correcte weergave zijn van de gebeurtenissen, aldus klager.
Betrokkene zegt over dit punt: Terwijl mijn bandrecorder af werd gezet, maakte hij ook zijn opmerkingen over Generaal Meynderts en de oefening Big Ferro. Volgens Verwaayen was de generaal ten onrechte zo enthousiast geweest over de vechtlust en geoefendheid van de Nederlandse soldaat tijdens Big Ferro. Volgens hem was het sukses bijna uitsluitend te danken aan het mooie weer en was er bij slecht weer niets van terecht gekomen.
Ik meen dat de aangehaalde opmerkingen van de AVNM-voorzitter (die hij niet op de band wilde uitspreken) wel degelijk door mij gebruikt mogen worden in de vorm, waarin ik ze heb gebruikt. Namelijk bij het weergeven van mijn eigen mening over de situatie. Zo'n mening wordt nu eenmaal gevormd door de dingen die je hoort en die volgens jou belangrijk zijn. Niet in het minst door de dingen die zegslieden zèlf niet wensen uit te spreken voor de radio. Ze geven de luisteraar vaak meer informatie over de werkelijkheid dan de gladde façade, die de spreker zelf over zijn organisatie wenst op te trekken.... De indruk (dat de zin afkomstig zou zijn van Verwaayen) heb ik inderdaad gemaakt en niet zonder opzet. Ik heb al uitgelegd, dat mijn wetenschap van Verwaayen afkomstig was. Ik laat de Raad voor de Journalistiek graag beoordelen of een journalist gebruik mag maken van gegevens, die iemand niet met zijn eigen stem op de band wil inspreken. Daarbij moet ik nadrukkelijk vermelden, dat er geen enkele afspraak is gemaakt over het niet gebruiken van dingen, die gezegd zijn toen de bandrecorder was uitgeschakeld.'
Klager stelt hier tegenover, dat het voor zich spreekt dat de Big Ferro-opmerkingen met een reden van de band werden gehouden. Wanneer ze toch gebruikt zouden worden (en dat daarover geen afspraak was gemaakt is juist) had Verwaayen ze even goed kunnen laten opnemen.
De vorm waarin betrokkene de Big Ferro-uitlatingen gebruikte is laakbaar, omdat ze in het geheel niet gebruikt hadden mogen worden en des te meer omdat het onvolledig is gebeurd en daarmee een verkeerde indruk geeft van de eigenlijke mening van de AVNM. Want betrokkene heeft de AVNM-mening over Big Ferro niet gebruikt 'bij het weergeven van de eigen mening over de situatie', maar heeft het zeer in het vage gelaten van wie die mening was.

4. Als inleiding van het programma heeft betrokkene het volgende citaat van Verwaayen gebruikt: 'Ik zou niet graag op dit moment met een Nederlands contingent tegen het Israëlische leger vechten of zelfs tegen het Egyptische leger. Ik heb daar geen hoop op.'. Door deze uit zijn verband gerukte uitlating worden volgens klager de luisteraars al van tevoren beoordelingen van de AVNM aan de hand gedaan.
Betrokkene zegt hierover: 'Het is in de journalistieke wereld (niet alleen bij de krant, maar ook bij sommige radio-programma's) gewoonte om een kop boven een verhaal te zetten. Die bestaat dan meestal uit een paar woorden uit een interview. En dat is hier ook gebeurd. Ik zie het kwalijke er niet van in en volgens mij dekt bovendien die opmerking aardig goed het hoofdbezwaar van Verwaayen, namelijk zijn zorg over de slechte overlevingskansen, die de Nederlandse soldaat heeft.'

BESCHOUWINGEN

Betrokkene heeft de juistheid van de door klager ingezonden twee transcriptieteksten niet betwist, waarmee deze dus vaststaan tussen partijen. De veel gebruikte techniek die betrokkene heeft gekozen voor zijn programma-onderdeel, heeft voor- en nadelen. De eigen stem van de geïnterviewden bij het weergeven van hun meningen geeft een sterke levendigheid en actualiteit aan het geluidsbeeld. Maar de radiojournalist stelt zich door de toepassing van deze collage-techniek een moeilijke taak. De citaten worden onvermijdelijk uit het oorspronkelijke gespreksverband losgemaakt en lopen groot gevaar van betekenis te veranderen. Bovendien wekt deze techniek licht de schijn, dat het uitgezondene een reportage is, zodat de toevallige luisteraar de indruk kan krijgen een objectief verslag te horen.
Dit laatste is in casu van bijzonder belang omdat het hier een onderdeel betreft van het VARA-programma Zaterdag-Informatie dat naar tussen partijen vaststaat een voor deze omroep gezichtsbepalend karakter heeft: het is een opiniërend programma, dat beoogt commentaar te leveren op actuele nieuwsfeiten.
Klager meent - en de Raad volgt hem hierin - dat ook in zo'n programma een commentaar slechts mag steunen op een juiste
weergave van het door de geïnterviewde ingenomen standpunt als uitgangspunt voor dit commentaar en dat niet omgekeerd het commentaar uitgangspunt mag zijn voor de selectie van citaten bij de weergave van het becommentarieerde standpunt.
In dit licht bezien treft bezwaar 4 geen doel. Het gekozen 'kop'-citaat moge dan weinig te maken hebben met het eigenlijke onderwerp van het interview, het mocht, in verband met de gebeurtenissen in het Midden-Oosten, dienen als actuele aandachttrekker, en doordat het later in zijn eigenlijke verband herhaald werd, is een mogelijk verkeerde indruk weggenomen.
Bezwaar I treft doel. Betrokkenes indruk dat voorzitter Verwaayen compleet van mening was veranderd steunt niet op de feiten. De kern van Verwaayens genuanceerde betoog over de vraag van betrokkene, hoe de AVNM dacht over de uitlating van generaal Kranenburg, ligt in zijn antwoord op betrokkenes vraag 'Heeft Kranenburg het dus helemaal mis?' waar Verwaayen zegt: 'Nee, dat wil ik niet zeggen' en wat daarop volgt. Betrokkene heeft uit dit gedeelte van het interview een halve zin gelicht waarin een nuancerende opmerking wordt gemaakt over de merkbaarheid van de ondermijning voor de gewone bezoeker en verbindt daaraan ten onrechte de conclusie dat 'zelfs Verwaayen moet erkennen dat de generaal in dit geval spoken ziet'. Hij heeft daarmee de essentie van diens betoog onjuist weergegeven. Ook bezwaar 2 treft doel. De toevoeging 'zegt Verwaayen' aan de zinnen 'De AVNM zou liever zien dat de Nederlandse krijgsmacht een echt fanatiek vechtleger werd. En dat is het nu niet' suggereert dat hier een opvatting van klager wordt weergegeven. De woorden 'fanatiek vechtleger' zijn, zoals ook betrokkene erkent, tijdens het interview noch door klager noch door hemzelf gebruikt. Terecht acht klager het onaanvaardbaar dat hier een toeschrijving aan Verwaayen wordt gesuggereerd, terwijl het gaat om betrokkenes eigen reeds tevoren gevormde oordeel. De term 'fanatiek vechtleger' veronderstelt een mentaliteit die klager kwalijk acht en die hij ook in geen enkel opzicht heeft bepleit.
Bezwaar 3 is tweeledig. Terecht stoort klager zich enerzijds eraan dat de toeschrijvende suggestie van betrokkenes 'zegt Ben Verwaayen' niet alleen uitstraalt over hetgeen eraan voorafgaat maar ook over de volgende bijzin 'ondanks alle mooie praatjes van generaal Meynderts na de oefening Big Ferro', hetgeen nog wordt versterkt door het ontbreken van het werkwoord in deze bijzin. Betrokkene erkent in zijn verweerschrift die indruk inderdaad 'niet zonder opzet' te hebben gewekt; hij zegt verder dit gedaan te hebben 'bij het weergeven van mijn eigen mening over de situatie'. Op dit laatste aspect doelt het andere deel van dit bezwaar, n.l. dat betrokkene met die zin commentaar geeft op opmerkingen van Verwaayen, die volgens afspraak niet op de band zijn opgenomen.
De kern van dit punt is de belangrijke vraag, welke betekenis die afspraak had. Klager heeft ter zitting meegedeeld dat betrokkene had aangeboden de band af te zetten als het interview te ver zou gaan; klager heeft daaruit begrepen dat het gesprokene dan ook niet op andere wijze zou worden gebruikt. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat het het gehoorde wel mocht gebruiken, n.l. als-off the record-informatie verwerkt in de weergave van zijn eigen opinie. Partijen zijn het erover eens dat over dit gebruik geen afspraak is gemaakt. Maar klager heeft uit aard en inhoud van betrokkenes aanbod kunnen opmaken dat het gezegde geheel als ongezegd zou worden beschouwd.
Zelfs als dat anders was, dan nog is betrokkene hier over de schreef gegaan. Ook al is het geoorloofd en gebruikelijk voor de journalist van in een duidelijke situatie off the record gegeven informatie gebruik te maken voor eigen commentaar, dan is het ongeoorloofd dit commentaar te kleden in de vorm van een zin, die--gelijk betrokkene erkent-- 'niet zonder opzet' de indruk wekt gezegd te zijn door geïnterviewde.

BESLISSING

Betrokkene heeft door zijn hierover onder 1, 2 en 3 gelaakt gedrag de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

De Raad besluit dit oordeel ter publikatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, De Journalist.

Aldus vastgesteld ter zitting van 13 juni 1974 door prof. mr Ch. J. Enschedé, voorzitter, en de leden prof . mr P. J. Boukema, mv H. van den Horst-de Both, drs L. F. Tijmstra en drs H. W. M. van Run, in aanwezigheid van mr K. Helder, secretaris.

RvdJ 1974, 7.