1974/4 gegrond

Volendamse arts contra Martin van Amerongen

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake Tuyp tegen Van Amerongen

J. J. Tuyp, arts te Volendam, hierna te noemen klager, heeft zich bij een brief van 26 augustus 1973 tot de Raad voor de Journalistiek gewend met een klacht tegen M. van Amerongen te Amsterdam, redacteur van Vrij Nederland, hierna te noemen betrokkene.
Tijdens het voorlopig onderzoek heeft betrokkene een verweerschrift ingediend. Daarna hebben partijen gerepliceerd en gedupliceerd.
Vervolgens heeft de voorzitter de zaak verwezen naar de Raad, die haar heeft behandeld ter zitting van 25 april 1974, alwaar partijen zijn verschenen.

KLACHT

De klacht, zoals die ter zitting is toegelicht, kan als volgt worden weergegeven.
In Vrij Nederland van 14 juli 1973 stond een reisverslag van de hand van betrokkene onder het opschrift: Het is hier echt heel mooi, vrij Nederland vervolgt zijn uitstapjes naar befaamde pleisterplaatsen; Martin van Amerongen per bus naar Volendam en Marken.

In dit verslag komt de volgende passage voor:

'De Volendammer is katholiek open, materialistisch en flexibel. De Marker is orthodox-protestant, moeilijk toegankelijk, niet-materialistisch en weinig slagvaardig. De traditionele volksziekte op Marken was TBC (nu nog kent iedere Marker het adres Nieuwe Achtergracht 100-de GGD-vestiging waar zij zich met hun kwaal moesten melden). De traditionele volksziekten in Volendam zijn, althans waren - Roomse blijheid! - echter druiper en syfilis.'

Klager voelt zich door de bewering: 'De traditionele volksziekten in Volendam zijn, althans waren - Roomse blijheid - echter druiper en syfilis', die volkomen uit de lucht gegrepen is, als Volendammer bezwaard.
Hij stuurde daarom aan Vrij Nederland een ingezonden stuk en vroeg de betrokken journalist daarop te antwoorden. Zijn stuk verscheen in Vrij Nederland van 21 juli 1973 met een naschrift:

'VOLKSZIEKTE '

In VN van 14. 7 schrijft Martin van Amerongen in zijn artikel: 'Het is hier echt heel mooi' over Volendam: 'De traditionele volksziekten in Volendam zijn, althans waren --Roomse blijheid!--druiper en syfilis'. Nu woont ondergetekende ruim vijftig jaar te Volendam waarvan 22 jaar als huisarts. Hij dacht daarom wel met enige kennis van zaken te kunnen oordelen over het heden, en, aangezien hij ook geboren en getogen is te Volendam waar zeker vroeger iedereen alles over iedereen wist, ook wel een beetje over het verleden daar ter plekke. Zelfs wanneer het volksziekten betreft!Maar niets daarvan. De eerste de beste journalist zal ons wel even wijzer maken en laat ons de mond openvallen van verbazing. Edoch, één vraag welt ons naar de keel: zou van Amerongen ons zijn ongetwijfeld gedegen bronnen willen noemen, waarmee hij bovenstaande bewering zou kunnen staven ? Graag een beetje vlug, want een beetje op onze eer betrekken we dit wel.
Volendam J. J. Tuyp

Naschrift M. van Amerongen
Zou ik mij, als ik als levenslustige roomse jongen plotseling zat opgezadeld met een der genoemde ongesteldheden, vervoegen bij de, reeds 22 jaar practiserende, huisarts van een conservatieve gemeenschap 'waar zeker vroeger iedereen alles over iedereen wist '? Of zou ik dan veiligheidshalve toch maar de bus nemen naar het grote, zondige en anonieme Amsterdam ?'
Klager vond dit naschrift een ontwijkende smoes. Hij vroeg daarom de redactie van Vrij Nederland nog een ingezonden brief op te nemen. Aan dit verzoek werd niet voldaan. In een antwoordbrief wees betrokkene op het lichtvoetige karakter van zijn reisverslag en op de formulering van de betwiste zin: 'zijn, althans waren'.
Klager nam met dit antwoord geen genoegen en verzocht betrokkene óf met bewijzen van zijn bewering te komen, of een duidelijke
rectificatie te publiceren.
Hierop verscheen op 25 augustus 1973 onder de kop Rectificatie het navolgende:

'Rond de Gouwzee is de boosheid over ons reisverslag naar Marken en Volendam nog concentreert zich bekoeld. De boosheid concentreert zich op de zin: 'De traditionele volksziekten in Volendam zijn, althans waren--Roomse blijheid!--syfilis en druiper'. Wij vragen nadrukkelijk aandacht voor de formulering 'zijn, althans waren' . Wij stellen er prijs op, te beklemtonen, dat wij echt niet hebben willen zeggen dat geheel mannelijk Volendam met een geslachtsziekte rondloopt. Diegenen die deze suggestie wèl in de gewraakte zin lezen beloven wij de volgende keer - nog--beter op onze woorden te passen.'

Klager acht dit stukje ten enen male onvoldoende. Het behelst slechts een zekere afzwakking van de bewering ten aanzien van het huidige Volendam en de concessie dat betrokkene belooft 'de volgende keer - nog - beter op (zijn) woorden te passen' maakt op hem een cynische indruk.

VERWEER

Het verweer, zoals ter zitting toegelicht, laat zich als volgt samenvatten. Betrokkene schreef de betwiste zin in een lichtvoetige, ongedwongen bijdrage over Volendam en Marken. Toen bleek dat klager zeer verontwaardigd over deze zin was, heeft betrokkene in zijn naschrift onder de ingezonden brief naar het wapen der ironie gegrepen.
Nooit heeft hij willen beweren dat de gehele manlijke bevolking van Volendam met een geslachtsziekte rondloopt. Wèl heeft betrokkene van verschillende kanten mededelingen ontvangen over een eczeem met een venerische achtergrond. Hij heeft deze berichten niet op wetenschappelijk verantwoorde manier gecontroleerd. Betrokkene erkent de betwiste zin te achteloos te hebben neergeschreven en betreurt het dat de formulering blijkbaar ruimte voor misverstand openliet. Hij heeft dan ook - en wel in de hem eigen stijl - gerectificeerd.

OVERWEGINGEN EN BESLISSING

Betrokkene heeft de betwiste zin uit de losse hand geschreven in het kader van een speels artikel. Maar hij is daarbij onzorgvuldig te werk gegaan: door het leggen van een verbinding tussen venerische ziekten en religie kreeg de zin het karakter van een duidelijk misplaatste grap. Nu betrokkene dat - blijkens zijn reactie op de klacht van de heer Tuyp - zelf inzag, had zijn rectificatie in Vrij Nederland wel royaler mogen zijn.

De Raad besluit dit oordeel ter publicatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, De Journalist.

Aldus vastgesteld ter zitting van 25 april 1974 door prof. mr. Ch. J. Enschedé, voorzitter; Mr. F. Kuitenbrouwer, ing. O. Postma, drs A. A. V. Tummers en H. A. Uilenbroek, leden, in tegenwoordigheid van mr. G. P. A. Aler, plv. secretaris.

RvdJ 1974, 4.