1974/14 gegrond ongegrond

Mw A. Onnen-Nielen contra F. Onnen en Haarlems Dagblad

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake mevrouw Onnen tegen F. Onnen en het Haarlems Dagblad

Mevrouw A. Onnen-Nielen te Haarlem (klaagster) heeft per brief van 22 juli 1974 bij de Raad een klacht ingediend tegen F. Onnen journalist te Parijs, en J. L. Lodewijks, hoofdredacteur van Haarlems Dagblad te Haarlem (betrokkenen). Tijdens het voorlopig onderzoek hebben beide betrokkenen een verweerschrift ingediend waarna door klaagster is gerepliceerd. Hierop is door betrokkene Onnen gedupliceerd. Vervolgens heeft de voorzitter de zaak verwezen naar de Raad, die deze heeft behandeld op de zitting van 27 november 1974, waar klaagster en beide betrokkenen verschenen zijn.

DE KLACHT

In Haarlems Dagblad van 4 juli 1974 is in de rubriek Subjectief Perspectief onder de titel Emancipatie van de man-als-vader een met Frank Onnen gesigneerd artikel verschenen, volgens de kop van die rubriek is Frank Onnen: journalist, redacteur van regionale bladen in Parijs, correspondent van Haarlems dagblad aldaar.
Het artikel is uit drie delen opgebouwd. Het begint met een over twee kolommen gedrukte inleiding:
Ik ken een man. Ken hem zelfs erg goed. En ik zou graag eens uit de doeken doen wat hem de laatste jaren is overkomen. Ik sta in voor de onomstotelijke waarheid van dit verslag. En omdat ik weet dat zijn 'geval' helaas lang geen unicum is, meen ik dat het nuttig is op die ervaringen nu eens publiekelijk de aandacht te vestigen.
Daarop volgt een beschrijving van de subjectieve ervaringen en opvattingen van een man die in een echtscheidingsproces moeilijkheden heeft met zijn vrouw over contact met zijn door de rechter aan die vrouw toevertrouwde kinderen. Het stuk eindigt met de volgende alinea:
De slotsom ? Dat de menselijke volwassenheid van de nieuwe echtscheidingswetgeving tot een aanfluiting wordt gemaakt, zodra een der partijen onmachtig of onwillig is de spelregels te respecteren. In dat geval trekt de Justitie bijna altijd partij voor de vrouw, omdat de traditie nu eenmaal wil dat een moeder, biologisch, materiaal psychologisch en moreel beter zou zijn toegerust dan de vader om kinderen tot volwaardige mensen op de voeten en groot te brengen. Die vader is dan nog net geschikt om als kostwinner te dienen. Die opvatting die dus al te vaak een evidente misvatting is, heeft zowel in Frankrijk als in Nederland al geleid tot de oprichting van verenigingen, die zich ten doel stellen de man in zijn grondrechten van vader na en tijdens een echtscheiding te herstellen. Dat de vrouw, mede ingevolge een beschaving die in het Christendom en in de 'phallocratie' verankerd ligt, nog altijd object blijft van discriminatie en van kolonisatie behoeft, na Simone de Beauvoir en andere kampioenen van de vrouwenemancipatie, nu niet meer omstandig te worden aangetoond. Maar de opvoeding en de relaties tussen een vader en zijn kinderen vormen het enige domein waarin de uitzondering die regel bevestigt en de man in geval van een scheiding op geen enkel recht aanspraak kan maken. Een bulkend onrecht dat behalve door de man ook door de kinderen met een onmeetbare dosis verdriet en zonder twijfel ook met veelal later aanwijsbare psychologische verminkingen betaald moet worden. Het wordt daarom hoogtijd dat ook de georganiseerde gescheiden mannen eens de straat op gaan om hun rechten als vader op te eisen. Het geval van die man die ik zo heel goed ken, heeft me die noodzaak duidelijk gemaakt en me deze cri de coeur in de pen gegeven.
Klaagster voert in haar inleidende klaagschrift, voorzover thans van belang, het volgende aan:
Als echtgenote van de heer Onnen voel ik mij door het artikel ernstig gegriefd en benadeeld: in de echtscheidingsprocedure zijn de 3 kinderen aan mij toegewezen ... In het algemeen ben ik verontrust over de mate van onzorgvuldigheid die uit dit artikel spreekt. Ook ben ik van mening dat het tegen alle journalistieke fatsoensnormen indruist als de heer Onnen'door de hoofdredactie van het Haarlems Dagblad in de gelegenheid gesteld wordt grieven te spuien en onwaarheden te debiteren over een echtscheidingsprocedure en een kindertoewijzingszaak die nog niet zijn afgesloten. Het lijkt me toch tot de fatsoensregels te behoren om:
a...
b. in een dagblad geen persoonlijke vetes uit te vechten, die in een privésfeer thuis horen (vooral omdat in dit geval slechts één partij door zijn beroep daartoe in de gelegenheid wordt gesteld),
c. de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen bij het publiceren van artikelen, om te vermijden dat mensen, in dit geval ook kinderen, ten onrechte in een kwaad daglicht worden gesteld.

Voor de punten b. en c. gelden deze regels m.i. in zeer sterke mate bij een dagblad als het Haarlems Dagblad met een monopoliepositie in een bepaald afgebakend gebied als Haarlem. Het lijkt me dat alle drie de elementaire journalistieke regels in onderhavig geval door de heer Onnen en de heer Lodewijks zijn genegeerd. De mate van geestelijke schade die mij en mijn kinderen zijn aangedaan door het artikel is moeilijk objectief te meten. Als illustratie kan ik wel vermelden dat vanzelfsprekend de medescholieren van de drie kinderen en ook het onderwijzend personeel de publikatie met ons gezin in verband hebben gebracht.
... Mijn advocaat legde onmiddellijk verband tussen depublikatie en de procedure. Verder heb ik zelf gemerkt dat vele mensen uit Haarlem (ik ben er geboren en heb er de jaren voor mijn huwelijk gewoond) door de publikatie in hun mening beinvloed zijn.... Het gaat om de vraag: heeft de heer Onnen het morele recht om het Haarlems Dagblad te gebruiken om de rechtbank te beïnvloeden, de Raad voor de Kinderbescherming aan te vallen en een persoonlijke aanval op zijn vrouw te lanceren. De omstandigheid dat het gemaakte artikel is opgenomen in een rubriek met de titel 'Subjectief perspectief ' ontslaat de schrijver en hoofdredactie natuurlijk niet van de plicht de nodige journalistieke zorgvuldigheid in acht te nemen....
Natuurlijk is het artikel geschreven als een verhaal 'over iemand anders '. Het verhaal gaat over een man (Ik ken een man, ken hem zelfs erg goed ... Ik sta in voor de waarheid van dit verslag... Die man nu is de vader van drie jongens van zestien, bijna zeventien, veertien en acht jaar oud). Het stuk klopt wat betreft jaartallen, aantal kinderen, leeftijden en enkele andere gegevens, die een identificatie onontkoombaar maken. Bovendien is het een stuk, dat gaat over een man in Frankrijk, wiens vrouw met kinderen naar Nederland uitwijkt, ondertekend door Frank Onnen en is het voorzien van een kadertje, waarin naam plus kwaliteit van de schrijver nog eens worden genoemd. Voor buitenstaanders is het dan ook volstrekt duidelijk ... dat de auteur zelf die 'man' is.
In Haarlem, geen al te grote stad, heb ik evenwel niet zo zeer te maken met buitenstaanders maar met mensen die al dan niet goed geïnformeerd zijn, op de hoogte zijn van de zaak. De herkenbaarheid van het artikel is kortom in de praktijk van mijn leven en dat van mijn kinderen overduidelijk gebleken.

DE VERWEREN

Betrokkene Onnen heeft een verweerschrift ingediend, dat zakelijk als volgt kan worden weergegeven: Het artikel .... had tot doel aan de hand van een concreet voorbeeld de aandacht op een concreet probleem van menselijke orde te vestigen. Te weten: de achteruitstelling, zo niet de rechteloosheid, van de man als ouder in vergelijking tot de vrouw in het raam van de nieuwe echtscheidingsprocedure die in 1971 in Nederland in werking trad. De drie verwijten onder a, b en c alsmede de grief dat de 'journalistieke fatsoensnormen' door deze bijdragen zouden zijn aangetast, wijs ik zonder meer van de hand.
a: ...
b: er is geen sprake van het uitvechten van persoonlijke vetes waarvoor dan minstens wel namen hadden moeten worden genoemd. Onduidelijk is eveneens wat bedoeld wordt met de zin: vooral ook omdat in dit geval slechts één partij door zijn beroep daartoe in de gelegenheid wordt gesteld. Klaagster had immers zeer wel als ingezonden stuk een rectificatie bij de Hoofdredactie kunnen aanbieden om de gesuggereerde onwaarheden die het artikel volgens haar bevatte recht te zetten. Merkwaardigerwijze wordt ook in haar bezwaarschrift geen enkel feit uit het stuk weerlegd of zelfs maar aangevallen .
c: ik herhaal dat de grootste zorgvuldigheid bij de redactie van het artikel in acht is genomen, zodat ik - afgezien van enkele drukfouten - ieder woord en elke letter van het stuk onverminderd voor mijn volledige verantwoording blijf nemen. Opmerkelijk is voorts dat in het klaagschrift wordt beweerd dat ook de kinderen in een kwaad daglicht zouden zijn gesteld. Met die duidelijke abusieve opmerking wekt de klaagster de indruk zich achter de kinderen te willen verschuilen....
De voornaamste overweging die mij tot het schrijven van het onderhavige artikel heeft gebracht is stellig wel geweest dat de onmenselijke situatie waarin mijn kinderen en ikzelf waren beland tegenwoordig helaas geen uitzondering meer is, zodat inderdaad van een vaak voorkomend maatschappelijk euvel kan worden gesproken. Ik ontken dan ook ten stelligste dat het niet de bedoeling zou zijn geweest het probleem van de emancipatie van de man in zijn algemeenheid aan de orde te stellen. Het is echter een normaal journalistiek gebruik een sociale of menselijke wantoestand door middel van een persoonlijke illustratie te belichten.
Ik acht het zeker tot mijn taak als journalist te behoren aan ernstige misstanden die met onpeilbaar leed voor kinderen en vaders gepaard moeten gaan en waarvan ik uit persoonlijke waarneming of zelfs ondervinding op de hoogte ben, via de pers of andere media wijdere bekendheid te geven. Ik ben me dan ook geenszins bewust met het aangevochten artikel buiten het kader van die persoonlijke opvatting te zijn getreden. Noch trouwens van de 'journalistieke fatsoensnormen' waarmee klaagster, ietwat stuntelig, schermt en die, naar mijn diepste overtuiging, nimmer een obstakel mogen en kunnen vormen voor de openbaring van de waarheid. Het waarheidsgehalte van deze bijdrage staat als een paal boven water en ik herhaal volledig bereid te zijn alle genoemde feiten met getuigenissen, processtukken, rapporten, brieven en een deurwaardersexploot als bewijzen te schragen.

Betrokkene Lodewijks heeft, zakelijk weergegeven, het volgende verweer gevoerd:
De wekelijks in Haarlems Dagblad verschijnende pagina 'Subjectief Perspectief ' geeft invité 's de gelegenheid hun strikt persoonlijke mening te omschrijven over een door hen zelf gekozen onderwerp, dat binnen de interessesfeer van de gemiddelde lezer ligt. De bijdragen worden ondertekend met de volledige naam, correspondentie wordt direct aan de schrijvers doorgezonden. De mening van de redactie over het gekozen onderwerp blijft volledig buiten beschouwing.
... Het artikel van de heer Onnen werd geaccepteerd omdat het voldeed aan de eisen die aan deze bijdragen van 'S.P. ' worden gesteld: het was goed geschreven, duidelijk van formulering en opbouw het onderwerp ligt in de interessesfeer en was afstandelijk behandeld in algemene zin, strekking en exemplatie. Het was deskundig en met grote kennis van zaken geschreven.
Wat zich afspeelt of heeft afgespeeld in het privé-leven van de heer Onnen... is de hoofdredacteur van Haarlems Dagblad onbekend en behoort ook niet tot datgene wat die hoofdredacteur wenst te weten....
In het algemeen moge worden opgemerkt, dat de journalistieke nieuwswerving gebaseerd is op persoonlijke waarnemingen, geregistreerd en weergegeven op basis van persoonlijke kennis en ervaring. De journalistieke beschouwing heeft een iets breder fundament, omdat persoonlijke bewogenheid en visie er de dimensie van de interpretatie aan toevoegen. De journalistieke opinie is te allen tijde sterk subjectief en moet dat ook zijn, wil zij nuttig zijn als bijdrage tot de communicatie. Wanneer ten overvloede de subjectiviteit nog duidelijk wordt aangeduid als een vereiste van de rubriek, dan is volledig voldaan aan de zorgvuldigheid waarmee een redactioneel beleid moet worden gevoerd. Interviews waarin mensen hun strikt persoonlijke opvattingen weergeven liggen op hetzelfde vlak...

HET VERDERE VERLOOP VAN HET ONDERZOEK

Op hetgeen partijen bij re- en dupliek en ter zitting van de Raad hebben gezegd zal zonodig hieronder nader worden ingegaan.

OVERWEGINGEN

Tussen betrokkenen en klaagster staat als onweersproken vast, dat het geval beschreven in het artikel, het geval was van het echtpaar Onnen en hun kinderen.
Verder staan de volgende door klaagster gestelde feiten vast; betrokkenen hebben ze noch in hun verweerschriften noch ter zitting weersproken: dat vanzelfsprekend de medescholieren van de drie kinderen en ook het onderwijzend personeel de publikatie met klaagsters gezin in verband hebben gebracht, dat haar advocaat onmiddellijk het verband tussen de publikatie en de procedure legde; dat vele mensen uit Haarlem door de publikatie in hun mening beinvloed zijn; dat het stuk klopt wat betreft jaartallen, aantal kinderen, leeftijden, en enkele andere gegevens, die een identificatie onontkoombaar maken, ook voorzover het gaat over een man in Frankrijk wiens vrouw met de kinderen naar Nederland uitwijkt; dat men in het kadertje leest dat de schrijver, Frank Onnen, de kwaliteit van journalist-redacteur in Parijs heeft, zodat het voor buitenstaanders volstrekt duidelijk is dat Frank Onnen zelf die 'man ' is; dat de herkenbaarheid van haar geval in het artikel in de praktijk van haar leven en dat van haar kinderen overduidelijk is gebleken.
Dat klaagster, gegeven deze herkenbaarheid, zich door deze publikatie gegriefd en benadeeld voelt laat zich horen. De ondertekening met Frank Onnen legt voor iedereen die Haarlems Dagblad leest en met het gezin Onnen te maken heeft een eerste verband tussen dat gezin en het beschreven geval. Bij nader toezien blijken dan de zakelijke gegevens te kloppen, en daarmee worden dan tevens een aantal zinnen op klaagster toepasselijk, die sterk negatief geladen zijn, zoals: De vrouw is... met de Noorderzon ... naar Nederland teruggekeerd, waar ze zich maandenlang schuil wist te houden; Zijn bezoekrecht.... had ze..... met alle middelen gesaboteerd;... dat zijn kinderen sedert vele maanden door de moeder worden gemanipuleerd en geïndoctrineerd en zij zelfs de brieven die hij hun schrijft onderschept. Een censuur en een psychische terreur waarbij onmondige kinderen dus willens en wetens tot speelbal in een erbarmelijke machtsstrijd tussen ouders worden gemaakt.
Klaagster verwijt het feit, dat zij door deze publikatie gegriefd en benadeeld werd, aan de beide betrokkenen.
Betrokkene Onnen wijst dat verwijt af met een verweerschrift, dat op het volgende neerkomt: Er is geen sprake van het 'uitvechten van persoonlijke vetes' omdat daarvoor wel minstens namen hadden moeten worden genoemd. Het was wel degelijk de bedoeling, het probleem van de emancipatie van de man in zijn algemeenheid aan de orde te stellen; betrokkene acht het zeker tot zijn taak als journalist te behoren aan ernstige misstanden die met onpeilbaar leed voor kinderen en vaders gepaard moeten gaan en waarvan hij uit persoonlijke waarneming en zelfs ondervinding op de hoogte is, via de pers of andere media bekendheid te geven; de journalistieke fatsoensnormen mogen en kunnen nimmer een obstakel vormen voor de openbaring van de waarheid.
De Raad wijst dit verweer van de hand. Buiten beschouwing kunnen blijven de vragen of het betrokkene ging om het beïnvloeden van de rechtbank, om een aanval op de Raad voor de Kinderbescherming, om het lanceren van een persoonlijke aanval op zijn vrouw of om het uitvechten van persoonlijke vetes. Ook als het hem, gelijk hij betoogt, erom te doen was de emancipatie van de man in het algemeen aan de orde te stellen, is hij niet ontslagen van de plicht, bij de keuze en de presentatie van zijn exempel te letten op de rechtmatige belangen van de bij dat exempel betrokken personen. De Raad kan niet uitmaken of de waardeoordelen die ten grondslag liggen aan de subjectieve kleur die betrokkene zijn gevalsbeschrijving meegaf juist zijn. Het doet ook niet ter zake, want ook publikatie van de waarheid kan nodeloos grievend en benadelend zijn en dan verzetten - anders dan betrokkene meent - journalistieke fatsoensnormen zich wel degelijk tegen publikatie, als men schrijven wil over zulke intieme en persoonlijke zaken als de buiten de publieke sfeer liggende spanning tussen een man en een vrouw rondom hun kinderen.
Naar het oordeel van de Raad was het artikel in dit opzicht nodeloos grievend en benadelend. Betrokkene had, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit en het waarheidsgehalte van zijn stuk of aan de authenticiteit van zijn eigen betrokkenheid bij het emancipatieprobleem, de herkenbaarheid van het beschreven geval kunnen voorkomen door de feitelijke gegevens van zijn 'geval ' zoals aantal, leeftijd en geslacht van de kinderen, vroegere en tegenwoordige woonplaatsen van het gezin enz. te verdichten. Door dit in zijn met eigen naam ondertekend stuk na te laten is hij ernstig tekort geschoten in zorgvuldigheid ten opzichte van klaagster en haar gezin, nog afgezien van de persoonlijke relatie waarin hij zelf tot haar stond.
Bovendien heeft betrokkene, door aldus gebruik te maken van de uitnodiging van betrokkene Lodewijks om een bijdrage te leveren voor de rubriek Subjectief Perspectief, deze laatste moeilijkheden bezorgd.
Betrokkene Lodewijks heeft, zakelijk weergegeven, tot zijn verweer tegen het verwijt van klaagster aangevoerd, dat het artikel voldeed aan de eisen die aan bijdragen voor Subjectief Perspectief waren gesteld, en dat datgene wat zich afspeelt of heeft afgespeeld in het privé-leven van de heer Onnen aan de hoofdredacteur van Haarlems Dagblad onbekend is; dat de journalistieke opinie te allen tijde sterk subjectief is en dat ook moet zijn, wil zij nuttig zijn als bijdrage tot de communicatie, en dat, wanneer ten overvloede de subjectiviteit nog duidelijk wordt aangeduid als een vereiste van de rubriek, volledig aan de zorgvuldigheid waarmee een redactioneel beleid moet worden gevoerd is voldaan.
De Raad is dit met betrokkene in zoverre niet eens, dat de journalistieke verantwoordelijkheid voor een rubriek als Subjectief Perspectief tegenover derden meer meebrengt dan alleen de beoordeling of een artikel aan de eisen van die rubriek voldoet qua stijl formulering, opbouw, interessesfeer, afstandelijkheid van de behandeling in algemene zin, strekking en exemplatie, deskundigheid en kennis van zaken. Deze betrokkene kreeg een artikel voorgelegd, waarin de auteur begint met nadruk te zeggen dat hij instaat voor de onomstotelijke waarheid van dit verslag . Dat had hem reden kunnen zijn na te gaan of de in het stuk ten tonele gevoerde personen herkenbaar zouden kunnen zijn en of dat tot nodeloze krenking zou kunnen leiden. In het onderhavige geval had hij zich dat niet alleen kunnen maar ook moeten afvragen, nu in het artikel de hiervoor geciteerde passages voorkomen over vertrek met de Noorderzon sabotage, manipulatie, indoctrinatie, onderscheppen van brieven, censuur en psychische terreur. Dat betrokkene het artikel desondanks zonder verdere navraag bij de auteur heeft geplaatst was onzorgvuldig.
Beide betrokkenen treft dus verwijt, maar het zwaarste verwijt treft betrokkene Onnen, die immers door zijn gedraging niet alleen tegenover klaagster in de schuld staat, maar die ook zijn medebetrokkene Lodewijks in een lastig parket heeft gebracht.

BESLISSING

Betrokkene Onnen heeft door het schrijven en inzenden van het artikel ter publikatie in Haarlems Dagblad de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Betrokkene Lodewijks is als hoofdredacteur tekort geschoten in zorgvuldigheid bij het behandelen van het artikel maar, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval toch niet zodanig dat daarbij de grenzen van het maatschappelijk aanvaardbare zijn overschreden.

De Raad besluit dit oordeel ter publikatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, De Journalist.

Aldus vastgesteld ter zitting van 27 november 1974 door prof. mr Ch. J. Enschedé, voorzitter, mw H. van der Horst-de Both, mw mr F. Klaver, drs H. W. M. van Run en drs A. A. V. Tummers, leden; in tegenwoordigheid van mr G. P. A. Aler, plaatsvervangend secretaris.

RvdJ 1974, 14.