1974/13 gegrond

Tuinstad Zuidwijk contra HVV

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake Tuinstad Zuidwijk tegen Het Vrije Volk

De heer K. Post, directeur van de Stichting voor Volkshuisvesting Tuinstad Zuidwijk te Rotterdam, heeft namens het Bestuur van deze Stichting (klaagster) per brief van 11 april 1974 bij de Raad een klacht ingediend tegen de heer H. A. Wigbold te Rotterdam, hoofdredacteur van Het Vrije Volk (betrokkene).
Tijdens het voorlopig onderzoek heeft betrokkene een verweerschrift ingediend, waarop repliek en dupliek gevolgd zijn. Daarna heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen, die deze heeft behandeld op de zitting van 20 november 1974, waar verschenen zijn voor klaagster de heer K . Post en mej . P. Riemens, resp. directeur-gemachtigde en maatschappelijk werkster van klaagster, en als gemachtigden van betrokkene de heren H. J A. Hoffmann en B. Herbergs resp. chef produktie en redacteur van Het Vrije Volk.

DE FEITEN

Uit de stukken en uit hetgeen daaraan ter zitting mondeling door partijen nog is toegevoegd blijkt de volgende gang van zaken.

Op 5 februari 1974 omstreeks 13.30 uur belt de heer Duijm, bewoner van een der woningen van klaagster, de redactie van Het Vrije Volk over de nood waarin hij is komen te verkeren. Hij woont met zijn evenals hijzelf - invalide echtgenote (resp. 67 en 62 jaar) op een tweekamer-duplexbovenwoning van Tuinstad Zuidwijk en heeft in verband met hun gezondheidstoestand aan klaagster een benedenwoning gevraagd en ook op korte termijn toegewezen gekregen. Het huurcontract is reeds getekend en de huur en de verdere kosten voor de nieuwe woning zijn daarbij betaald. De verhuizing zal op 11 februari plaatsvinden. De heer Duijm is echter in geldnood geraakt: voor de grotere nieuwe woning moesten nieuwe gordijnen en vloerbedekking worden gekocht en bovendien heeft hij van de buren geld voor verf en behang moeten lenen, terwijl de huur van het oude huis nog doorloopt tot ze het verlaten. Hij heeft zich tot de Gemeentelijke Sociale Dienst gewend om bijstand doch nog niets ontvangen; zijn AOW-cheque komt pas omstreeks de 14e. Kortom: hij heeft al een week lang geen cent meer in huis. Hij schuift de schuld grotendeels op klaagster, die hem zo snel mogelijk in het nieuwe huis wilde hebben, waardoor hij dubbele huur moet betalen en de beslissing over de bijstand te laat komt voor de verhuizing; hij wil een stuk in de krant.
Op de redactie van Het Vrije Volk heeft redacteur Herbergs de zaak op zich genomen. Hij bezoekt het echtpaar, loopt langs de - gesloten - nieuwe woning en belt, teruggekeerd, de administratie van klaagster om + 16.00 uur op. Hij vraagt naar de directeur, doch de secretaresse deelt hem mede dat die niet aanwezig is. Vervolgens belt hij de Gemeentelijke Sociale Dienst om inlichtingen; hij wordt verwezen naar de voorlichtingsambtenaar van deze dienst doch ook die is afwezig.
Daar redacteur Herbergs meent dat deze zaak in verband met mogelijke hulpverlening niet langer kan wachten, schrijft hij een artikel, dat in Het Vrije Volk van 6 februari onder de kop Echtpaar Duijm: geen geld meer voor eten wordt gepubliceerd, zonder dat hij nog nadere inlichtingen heeft ingewonnen. De reden waarom dit laatste niet is gelukt, heeft hij in drie slotregels uiteengezet; deze worden door de desk-chef in verband met de beschikbare ruimte ondanks Herbergs' protest geschrapt.
Dit stuk wordt op 7 februari gevolgd door een bericht Veel hulp voor de Duijms over de resultaten van de publikatie, en op 8 februari door het bericht Bijstand voor echtpaar Duijm, waarin de verslaggever de voorlichtingsambtenaar van de Gemeentelijke Sociale Dienst laat meedelen dat op de aanvraag om bijstand, op 14 januari gedaan, versneld is beslist, vermoedelijk nog deze week wordt het geld uitgekeerd. (...) Eén telefoontje had veel misverstanden kunnen opruimen. Tenslotte volgt op 11 februari - de verhuisdag - het bericht dat mevrouw Duijm op 10 februari is overleden. Klaagster is in geen van deze berichten aan het woord geweest.
Inmiddels had op 8 februari de heer Post betrokkene opgebeld om te protesteren tegen de in het eerste artikel gegeven onjuiste voorstelling van zaken en de toon ervan, Betrokkene, die het stuk niet kende, zou terugbellen. Toen de heer Post op 13 februari nog geen bericht had gehad, heeft hij schriftelijk aan betrokkene zijn grieven te kennen gegeven, waarop betrokkene op 21 februari heeft geantwoord. Op 25 februari schrijft de heer Post aan betrokkene dat hij met dit antwoord geen genoegen neemt en de zaak zal voorleggen aan zijn bestuur met het advies, een klacht in te dienen bij de Raad. Het klaagschrift volgt op 11 april.

DE KLACHT

Klaagster heeft bezwaar tegen de uiterst tendentieuze en misleidende berichtgeving omtrent de moeilijkheden van het echtpaar Duijm, omdat zonder voorafgaand overleg met klaagster een voorstelling van zaken is gegeven die op tal van punten niet in overeenstemming was met de werkelijkheid. Ondanks het feit dat betrokkene zowel telefonisch als schriftelijk hierop is gewezen, heeft deze het niet nodig gevonden om zijn berichtgeving te rectificeren. Klaagster acht haar eer en goede naam daardoor aangetast.
Het gaat hier in het bijzonder om de zinsneden uit het artikel ... huisbaas wilde ze sneller in de nieuwe woning hebben dan ze zelf konden, met als gevolg dat nu aan twee kanten huur moet worden betaald..., ...de Stichting voor Volkshuisvesting Tuinstad Zuidwijk wenst de rommel die de vorige bewoner (achterliet...) niet voor het echtpaar Duijm op te knappen. en enige in het artikel tussen aanhalingstekens geplaatste citaten van de heer Duijm: Waar ons geld van de vorige maand aan opgegaan is?(...) Driehonderdzevengulden vijfenveertig heb ik aan Tuinstad Zuidwijk betaald (....) en f 144,95 huur voor deze maand, terwijl wij er nog niet wonen. De huur hier, dit huis is ook van de stichting Zuidwijk, die moet ik dan ook nog doorbetalen. Als we hier eerder weg zijn krijgen we de rest terug, is ons gezegd.
Je kreeg nog geen uur om te verhuizen. Ik had van de stichting zeker zo in dat rotte huis moeten trekken. Meneer, dat zag er uit! ...de stichting zuigt je uit, de bijstand duurt zo lang. Maar waarom hadden ze nog niet even met ons kunnen wachten, totdat het geld er geweest was ?.
Klaagster ontkent dat de moeilijkheden van het echtpaar het gevolg zijn van de betaling van dubbele huur. Niet alleen is het volkomen normaal dat wie verhuist, een tijdlang huur voor twee woningen moet betalen, maar de heer Duijm had op 5 februari slechts over drie dagen dubbele huur betaald, de huur over februari is pas later voldaan na de regeling van de bijstand. Ook was het een kwestie van vrije keus van het echtpaar om het aangeboden huis al dan niet te aanvaarden; indien men op dat moment niet wenste te verhuizen, dan zou op een niet veel later tijdstip hun een andere woning uit het bestand van 6000 van klaagster zijn aangeboden.
Verder heeft de vorige bewoner de woning in zeer behoorlijke staat opgeleverd; klaagster heeft er een zachtboard-plafond in aangebracht en het hang- en sluitwerk en de aanrecht zijn nagezien en gerepareerd. Dit alles heeft klaagster in de brief van 13 februari aan betrokkene meegedeeld; zij verwijt hem geen serieus onderzoek naar deze zaak te hebben gedaan, ook niet na deze brief.

HET VERWEER

In zijn brief van 21 februari aan klaagster zegt betrokkene o.m., dat zijn blad regelmatig aandacht besteedt aan zgn. moeilijke gevallen. Het blijft mijn mening dat de fam. Duijm niet die sociale zorg heeft gekregen die zij ons inziens had verdiend. Of de vorige bewoner het huis schoon had achter gelaten is voor ons niet te achterhalen. Wij hebben bovendien twee dagen later de mededeling van mevrouw Kliphuis vermeld dat de woning wel schoon was opgeleverd. Ik betreur het dat in het verhaal geen commentaar van uw zijde is opgenomen. Onze verslaggever heeft uw woningbouw-vereniging opgebeld. U bleek niet aanwezig te zijn. DeBene die de telefoon opnam vertelde bovendien dat u op die dag, ook op uw huisadres, niet meer te bereiken was. Hetzelfde geschiedde overigens ten aanzien van de heer Kroet. Deze twee zaken stonden ook in het aanvankelijke verslag. Ze zijn er in verband met de ruimte uitgebleven. Met publiceren konden wij niet wachten, omdat er nog slechts drie dagen beschikbaar waren om iets voor het echtpaar te doen. Het zal u bekend zijn dat er ook in de buurt een hulpactie is gestart. Ik heb u niet eerder kunnen antwoorden, omdat ik de betrokken verslaggever niet onmiddellijk kon bereiken, bovendien had ik de indruk dat wij voor een belangrijk deel aan uw bezwaren hadden voldaan door vrijdag de opmerkingen van de maatschappelijk werkster en van de sociale dienst mee te nemen. Bovendien leek mij de dood van mevrouw Duijm een reden om niet op de zaak terug te komen, een gedachte die door mevrouw Kliphuis werd gedeeld.
In zijn verweerschrift herhaalt betrokkene zakelijk bovenstaande mededelingen, waaraan hij toevoegt: Dat zonder overleg ~publiceren) is feitelijk niet onjuist, maar er is door de betrokken verslaggever wel degelijk geprobeerd, voordat de zaak in de krant kwam overleg te plegen met de stichting Tuinstad Zuidwijk.
Betrokkene ontkent dat er voor klaagster nog reden is, zich in eer en geweten aangetast te voelen, omdat in de follow-ups in de totale berichtgeving mensen die voor het eerste artikel niet bereikbaar
waren, alsnog aan het woord gelaten zijn. Betrokkene blijft er bij dat het echtpaar de huur voor het nieuwe huis reeds had voldaan nog voordat het daar woonde, terwijl die voor het oude nog moest worden betaald. Formeel is het inderdaad niet de verhuurder die dubbele huren afdwingt, maar een potentiële huurder die een aanbod krijgt komt daardoor wel in een dwangpositie.
Veel huiseigenaren lossen dit op met een doorverwijzing naar de sociale diensten op wie hulpbehoevende mensen als de Duijm 's veelal een beroep kunnen doen. Het is deze, o. i. bedenkelijke ontwikkeling die Het Vrije Volk aan de hand van zomaar een geval uit de praktijk op 6 februari aan zijn lezerspubliek wilde voorleggen, aldus betrokkene.

DE ZITTING

Over het punt van de dubbele huur blijft tussen partijen verschil van mening bestaan. De heer Herbergs zegt dat hem door de heer Duijm een stuk is getoond - hij hield het voor een kwitantie want het was ondertekend - waarop de door hem in zijn artikel genoemde bedragen waren vermeld.
De heer Post zegt dat het nieuwe huis wel degelijk is opgeknapt door klaagster nadat de vorige bewoner was vertrokken en dat deze het in behoorlijke staat heeft opgeleverd. De heer Herbergs zegt dat hij er langs is gegaan en alleen door het raam naar binnen heeft gekeken er was wat rommel die men voor lief pleegt te nemen. Van reparaties weet hij niets; hij is afgegaan op de uitlatingen van de heer Duijm.
De andere punten waaraan klaagster aanstoot heeft genomen, zijn alle weergegeven als quotes van de heer Duijm. De heer Post zegt dat deze op geen enkele wijze, ook niet aan mejuffrouw Riemens toen deze de aanvraag voor een andere woning met hem kwam bespreken, heeft laten blijken dat hij financieel moeilijk zat. Hij wilde verhuizen, hoe eer hoe liever. Er was ook geen reden om hem als langjarig huurder te vragen naar zijn financiële situatie; het ging immers niet om een dure woning.
De heer Herbergs zegt, de gegevens van de heer Duijm niet meer te hebben kunnen checken, noch bij klaagster noch bij de Sociale Dienst. Het stuk, dat urgent was, moest op 6 februari reeds om 8.00 uur op de zetterij zijn; hij kon er toen dus niets meer aan doen. De urgentie was er omdat de heer Duijm had gezegd dat zijn vrouw zou sterven als er niet gauw hulp kwam. Voor hem als journalist was niet zozeer de hulpverlening primair als wel het signaleren van een geval als dit, waarbij men dan kan hopen op een nuttig effect van de publikatie, maar dat is secundair. De heer Hoffmann zegt dat het algemeen belang de achterliggende gedachte was; in dit geval moest acuut geholpen worden. Desgevraagd zegt hij dat dit ook had kunnen gebeuren door opnieuw contact te zoeken met de heer Post, maar hij vond publikatie dringender.
De heer Herbergs betreurt het stuk niet, zeker niet in het licht van de follow-ups; hij zou liever gezien hebben dat hij de reacties meteen in het eerste stuk had kunnen afdrukken. Hij meent goed gehandeld te hebben want terstond na de publikatie werd van tal van kanten hulp verleend. Hij betreurt het dat zijn verzet tegen de schrapping van de laatste drie regels van zijn stuk niet heeft gebaat. De lezer had moeten weten dat het verhaal van de heer Duijm niet was gecheckt.

OVERWEGINGEN

De schrijver van het betwiste artikel heeft, voor de lezer duidelijk herkenbaar, aandacht willen vragen voor de nood van een invalide bejaard echtpaar. Hij koos daarvoor als middel een journalistiek portret: bijna de helft van het stuk bestaat uit tussen aanhalingstekens geplaatste uitlatingen van de betrokken man, terwijl de rest, hoewel in de indirecte rede gesteld, toch duidelijk gebaseerd is op hetgeen de schrijver gehoord en gezien heeft ten huize van het echtpaar, van wie mede een foto is opgenomen middenin het stuk. Hij is zich bewust geweest van de eenzijdigheid van dit beeld en heeft daarom pogingen gedaan de twee instanties tegen wie in het artikel beschuldigingen worden geuit, om een weerwoord, althans om informaties te vragen en deze, als tegenwicht tegen de eenzijdige uitlatingen van het echtpaar, daaraan toe te voegen.
Hij heeft terecht gemeend, de lezer in enige slotregels op de hoogte te moeten stellen van het mislukken van die pogingen en van de redenen daarvoor en terecht heeft hij zich verzet tegen de schrapping van deze regels. Men kan hem - ook al kan daarover anders gedacht worden-- niet verwijten dat hij de zaak zo dringend vond dat hij niet heeft willen wachten met publikatie. Dit laatste mag ook gelden voor betrokkene Wigbold. Maar daar staat tegenover dat hij als hoofdredacteur de verantwoordelijkheid draagt voor de schrapping van de slotregels van het betwiste stuk, welke voor de juiste proporties van de weergave onmisbaar waren.
De Raad is het verder niet eens met betrokkene dat in de follow-ups voldoende recht is gedaan aan het standpunt van klaagster. Alleen in het stuk van 8 februari is, op slechts één punt (de onderhoudstoestand van het nieuwe huis), een uit een geheel andere bron afkomstige correctie gegeven. Noch voor noch na het telefoongesprek, waarin de heer Post op diezelfde 8ste februari zijn bezwaren tegen het stuk van 6 februari aan betrokkene persoonlijk had kenbaar gemaakt, is klaagster zelf op enigerlei wijze aan het woord gelaten. Dat moet, zeker na bovengenoemde schrapping, voor een ernstig laakbare omissie gehouden worden.

BESLISSING

Betrokkene is ervoor verantwoordelijk, dat door schrapping van het relativerende slot van een eenzijdig artikel dat voor klaagster kwetsende uitlatingen bevatte, en door het niet respecteren van het recht op antwoord ten aanzien van klaagster de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

De Raad besluit dit oordeel ter publikatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten De Journalist.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 20 november 1974 door prof. mr Ch. J. Enschedé, voorzitter, prof mr P. J. Boukema, mr F. Kuitenbrouwer, R. H. G. Schoonhoven en drs L. F. Tijmstra, leden, in tegenwoordigheid van mr K. Helder, secretaris.

RvdJ 1974, 13.