1973/6 gegrond

Stichting Pandora contra Panorama

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de Stichting Pandora tegen Panorama

De Stichting Pandora te Amsterdam heeft op 16 juni 1972 een klacht ingediend tegen de redactie van Panorama naar aanleiding van een artikel, verschenen in het nummer van 1-7 april 1972 op de bladzijde 23-28, getiteld Zijn dit gekken?

KLACHT

Het klaagschrift van de Stichting Pandora - die ten doel heeft de nog veelal negatieve houding van de leek ten opzichte van de (ex)-psychiatrische patiënt om te buigen naar een zo volledig mogelijke acceptatie - houdt het volgende in:
Tijdens de voorbereidingen tot bovengenoemd artikel over de Stichting Pandora en enkele van haar medewerk(st)ers in het weekblad Panorama zijn dit voorjaar moeilijkheden gerezen tussen de redactie van genoemd blad en Pandora m.b.t. gemaakte afspraken, die ons noopten een advocaat in te schakelen. Hoewel deze advocaat, mr. R. C. van Schaardenburg, in een telefonisch onderhoud met de chef-redacteur, de heer H. Auer, heeft kunnen bewerkstelligen dat Panorama alsnog haar toezeggingen zou nakomen, zodat rechtsmaatregelen in kort geding achterwege konden blijven (...), bleek na verschijnen van het betreffende nummer dat zulks niet het geval was.
Wij menen dat het niet-nakomen van duidelijke afspraken in strijd is met de journalistieke erecode en schadelijk is voor de waardigheid van de stand der Nederlandse journalisten.
Wij verzoeken u derhalve te willen oordelen over de gedragingen van het weekblad Panorama, zoals chronologisch neergelegd in bijlage II.'

De inhoud van de bij dit klaagschrift gevoegde bijlagen kan als volgt worden samengevat:

De heer P. van Steenwijk, stafredacteur van Panorama, heeft Pandora op 17 januari 1972 in de persoon van mej. T. Blase benaderd voor een artikel over de activiteiten van enkele medewerk(st)ers (ex-psychiatrische patiënten) van haar z.g. filmteam. Hij wilde hen interviewen. Overeengekomen werd dat de uiteindelijke tekst voor plaatsing aan de betrokkenen én aan Pandora (mej. Blase) zou worden toegezonden om - binnen een redelijke tijdsmarge - gezamenlijk te kunnen bepraten of wijzigingen noodzakelijk zouden zijn. Drie medewerk(st)ers waren bereid mee te werken. De interviews worden in de tweede helft van januari afgenomen.
Mej. Blase ontvangt de tekst op 14 maart 1972 - een dinsdag met verzoek om antwoord voor donderdag, dus de volgende dag. Mej. Blase belt daarop met de hoofdredactie van Panorama en krijgt ten antwoord: 'U moet toch maar proberen alles rond te krijgen, want na vrijdag 17 maart om 12 uur 's middags is alles definitief'. Daarop neemt mej. Blase contact op met haar advocaat, mr R. C. van Schaardenburg. Deze telefoneert vervolgens met de heer Auer, chefredacteur van Panorama, die toezegt dat plaatsing zal worden uitgesteld.
Mr. Van Schaardenburg schrijft daarop onder datum 16 maart 1972 een brief aan Panorama van de volgende inhoud:
'Hierbij bevestig ik het telefoongesprek dat ik heden voerde met de heer Auer over de reportage gewijd aan Pandora en een drietal van haar medewerkers.
De heer Auer heeft mij toegezegd dat deze reportage niet zal worden opgenomen in uw blad van 15 maart 1972.
Het is uw voornemen deze reportage op te nemen in uw nummer van 1 april 1972, mits:
a. de drie geïnterviewde medewerkers de tekst en illustraties van de reportage tevoren hebben goedgekeurd of deze tekst en illustraties door u zijn aangepast aan hun verlangens
b. de tekst en illustraties van de begeleidende Intro of de begeleidende passages over Pandora of de omlijstende achtergrondinformaties zijn goedgekeurd door Pandora. Hierover neemt uw redacteur zeer spoedig contact op met Pandora, die zal meewerken aan een snelle afwikkeling.
Op grond van deze toezeggingen van de heer Auer ziet cliënte vooralsnog af van rechtsmaatregelen in kort geding teneinde verspreiding van uw blad tegen te gaan.
Ik vertrouw erop dat u, deze toezeggingen nakomt zodat de reportage in uw blad van I april 1972 niet tot meningsverschillen aanleiding zal geven.
Ik stel het op prijs dat u deze kwestie aldus hebt willen oplossen
en ik kan u verzekeren dat Pandora al het mogelijke zal doen om de zaak op zo kort mogelijke termijn af te wikkelen.'
Op 20 maart vraagt mej. Blase aan de heer Auer inzage van de bij het artikel te plaatsen illustraties. Zij krijgt die voor 24 uur te leen.
Op 21 maart geeft zij enkele tekstwijzigingen aan de heer Auer door, en zij schrijft:
'Tegen één van deze foto's hebben zowel de drie betrokkenen als Pandora echter onoverkomelijk bezwaar, t.w. nummer 3. Het aspect homofilie, dat in de tekst van de eerste reportage reeds méér aandacht krijgt dan wenselijk zou zijn, zou door plaatsing van deze foto nog extra en op sensationele wijze worden benadrukt. Met als gevolg dat een totaal verwrongen beeld zou ontstaan van wat werd beoogd: het naar voren brengen van de problematiek van iemand die een opname in een psychiatrisch ziekenhuis heeft meegemaakt.
Ook elke andere foto, die op welke wijze dan ook associaties oproept met homofilie, is in het kader van deze reportage voor ons onaanvaardbaar. Wij mogen u verzoeken hiermee rekening te willen houden'.
Panorama heeft de tekstwijzigingen op een aantal kleinigheden na overgenomen, maar de omstreden foto toch geplaatst.

VOORLOPIG ONDERZOEK

Panorama heeft het volgende verweerschrift ingediend:

'Het artikel dat verslaggever P. van Steenwijk heeft geschreven, zijnde de woordelijke weergave van de op de band opgenomen gesprekken met drie ex-psychiatrische patiënten, was, uitgewerkt, van het begin af aan zo wars van het door de andere partij veronderstelde 'sob'-element en diende zozeer de goede zaak van de Stichting Pandora, vooral ook door de toevoeging van een verklaring in de rubriek Intro van hetzelfde nummer van Panorama en de inleiding bij de bewuste reportage, dat ik als hoofdredacteur, verantwoordelijk voor inhoud, lay-out en fotografie, eerst verwonderd was over de bezwaren van Pandora, en later, bij toename van het aantal telefoontjes en door inschakeling van een advocaat, geïrriteerd raakte over deze onheuse behandeling inzake dit oprechte, het algemeen belang dienende artikel, waarbij Pandora te sterk wilde ingrijpen in het redactionele beleid.
Het is mijn toen reeds gevormde mening dat Pandora geen flauw idee heeft van redelijke voorlichting, terwijl deze Stichting dit juist wil beogen. Het werd duidelijk, dat wij, tegen de teneur van het artikel in, hier toch te maken hebben met ex-psychiatrische patiënten plus mej. T. Blase, die nog steeds tekenen van merkwaardige overspanning vertonen, welk geconstateerd verschijnsel uit kiesheid door ons verzwegen is in het kader van onze reportage.
Desondanks zijn wij tenslotte aan alle wensen, hoe onnodig ook (naamsveranderingen c.q. alléén voornamen, wijzigingen, enz.) zoals Pandora ook toegeeft, uitgezonderd de publikatie van de foto op pagina 26-27, behorende bij het relaas van Marlies (veranderde naam!)
Hierbij merk ik op dat:
a. de homofilie centraal staat in het relaas van Marlies of hoe ze heten mag en derhalve de foto functioneel is
b. het beeld dat deze foto oproept zo poëtisch is, dat het eigenlijk de beschreven lesbische ervaringen niet geheel dekt;
c. zich terecht geen enkele lezer of lezeres zich blijkens het geheel uitblijven van reacties geërgerd heeft'.
Pandora heeft met betrekking tot het verweerschrift nog schriftelijk opmerkingen gemaakt. Daarop is van de kant van Panorama niet gereageerd.

ZITTING

De zaak is behandeld ter zitting van 22 maart 1973, alwaar zijn verschenen voor klaagster mej. T. Blase, gedelegeerde van de Stichting Pandora, bijgestaan door mr R. C. van Schaardenburg advocaat te Amsterdam, en voor betrokkene de heer G. J. Vermeulen, bijgestaan door mr R. W. baron De Vos van Steenwijk, advocaat te 's-Gravenhage.

Pandora heeft de klacht toegespitst op de grief, dat Panorama de afgekeurde foto plaatste in strijd met de afspraak die door Pandora's raadsman was bevestigd in de brief van 16 maart 1972. Panorama heeft met betrekking tot die brief het volgende aangevoerd. Het is onwaarschijnlijk, dat Panorama een gemaakte afspraak niet zou nakomen. Niet vergeten mag worden dat de journalistiek en de wereld der juristen twee verschillende werelden zijn.
Het is niet waarschijnlijk dat Panorama zich zo, als in de brief staat, zou laten binden. Er kan misverstand tussen de heer Van Schaardenburg en de heer Auer hebben bestaan. Panorama wil wel in overleg tewerk gaan, maar aanvaardt geen censuur. De heer Auer zou kunnen vertellen hoe hij telefonisch tegenover mej. Blase op de brief heeft gereageerd. Als in de journalistieke wereld niet op brieven wordt gereageerd, dan mag men daaraan geen conclusies verbinden.
Panorama heeft schorsing van de zitting tot een nader te bepalen dag gevraagd teneinde de heer Auer te laten horen. Partijen hebben vervolgens goed gevonden dat de zitting werd gesloten en dat de Raad zich zal beraden of het nodig is, de zitting voor het horen van de heer Auer te hervatten.

BESCHOUWINGEN

Ter zitting is het volgende komen vast te staan.

Op initiatief van Panorama zijn Panorama en Pandora begonnen in goed overleg samen te werken voor de totstandkoming van het bewuste artikel. Dat werd anders, toen Pandora de tekst van Panorama ter lezing kreeg zonder dat de afgesproken termijn voor beraad en overleg nog beschikbaar was. Pandora wendde zich tot een advocaat. Deze overwoog een kort geding tegen Panorama. Hij kwam echter in een telefoongesprek met Panorama's chef-redacteur, de heer Auer, tot een vergelijk, ter bevestiging waarvan hij de brief van 16 maart 1972 aan Panorama schreef. Panorama heeft de brief ontvangen.
In die brief staat, zakelijk weergegeven, onder andere dat de tekst en illustraties zullen worden opgenomen mits ze door Pandora tevoren zijn goedgekeurd of zijn aangepast aan de verlangens van Pandora. Panorama heeft daarna, na telefonisch verzoek van mej. Blase, de foto's aan Pandora ter inzage gegeven. Tegen één daarvan heeft Pandora onoverkomelijk bezwaar kenbaar gemaakt. Panorama heeft die foto toch geplaatst. Het is duidelijk dat de klacht staat of valt met het antwoord op de vraag, of Panorama zich inderdaad verbonden had geen foto's op te nemen die niet tevoren door Pandora waren goedgekeurd, hetgeen door Panorama ter zitting is betwist. Uiteraard kan die vraag niet worden beslist alleen of voornamelijk aan de hand van de meerdere of mindere waarschijnlijkheid dat Panorama zoiets zou aanvaarden, en men kan zeer wel bezwaar hebben tegen censuur en toch in een bepaald geval aan zulk een regeling de voorkeur geven. Aan de andere kant is de kwestie ook niet beslist door het enkele feit dat mr. Van Schaardenburg deze brief schreef. Het gaat erom, voor en tegen af te wegen aan de hand van wat er na het schrijven van de brief is gebeurd.
De brief van 16 maart 1972 laat aan duidelijkheid niet te wensen over; mr. Van Schaardenburg wil in die brief kennelijk vastleggen, hoe een hooglopend geschil tussen partijen, waarin met een kort geding werd gedreigd, door redelijk overleg is beëindigd. Panorama, van dit geschil op de hoogte, heeft de brief ook ontvangen. Indien in die brief dingen hadden gestaan waarmede Panorama het niet eens was, dan had het op de weg van
Panorama gelegen zulks aanstonds kenbaar te maken. Tussen. partijen staat vast, dat Panorama zich niet met mr. Van Schaardenburg in verbinding heeft gesteld, en ook dat Panorama daaromtrent schriftelijk niets aan Pandora heeft laten weten. Wel is ter zitting aangevoerd, dat door betrokkene bij monde van de heer Auer na de brief mondeling met mej. Blase over de inhoud van de brief is gesproken; van de kant van Pandora wordt dat ontkend.
In de lijn van wat de brief zou doen verwachten heeft Panorama vervolgens aan mej. Blase, toen zij daarom vroeg, de foto's ter inzage gegeven.
Belangrijk is ook de houding van Panorama bij het schriftelijk gevoerde voorlopige onderzoek van deze zaak. Panorama heeft zich namelijk over de inhoud van de brief niet uitgelaten, zulks hoewel de klacht met zoveel woorden gaat over 'het niet nakomen van duidelijke afspraken' en de brief van 16 maart daarbij in het geding is gebracht en aan Panorama is voorgelegd. In zijn verweerschrift gewaagt de hoofdredacteur er wel van dat hij o.a. door de inschakeling van een advocaat geïrriteerd raakte en dat Pandora te sterk wilde ingrijpen in het redactionele beleid, maar voor het overige betoogt hij slechts dat Panorama aan alle wensen van Pandora is tegemoetgekomen, uitgezonderd de publikatie van de foto. Daarbij worden alleen argumenten voor terzijdestelling van Pandora's bezwaren genoemd zoals het functionele en poëtische karakter van de foto. Anders dan men, gelet op de ontkenning ter zitting, toch stellig zou mogen verwachten, wordt echter de brief van 16 maart, waarin gesteld wordt dat Panorama toegezegd heeft geen foto's zonder toestemming te zullen plaatsen, met geen woord aangevochten.
Gelet op al deze omstandigheden - dus niet uitsluitend op het feit, dat Panorama niet schriftelijk of bij mr Van Schaardenburg heeft gereageerd op de brief - moet de Raad het ervoor houden, dat Panorama de brief van 16 maart heeft aanvaard. Anders dan van de kant van Panorama werd aangevoerd mag een dergelijke conclusie in de journalistieke wereld evengoed worden getrokken als in andere maatschappelijke kringen. De vraag of er tussen de heren Auer en Van Schaardenburg sprake is geweest van misverstand doet dan ook verder niet ter zake.
In dit licht is Panorama's betwisting ter zitting van klaagsters stelling dat Panorama de foto niet had mogen plaatsen, alsmede het verzoek om de heer Auer alsnog te horen te vaag en te laat. Voor een hervatting van de zitting is dan ook geen reden.

BESLISSING

Afspraken behoort men na te komen. Dat geldt voor de journalist zo goed als voor ieder ander. Het is te betreuren dat Panorama in dit geval niet naar deze regel heeft gehandeld.

De Raad besluit deze beslissing ter publikatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten De Journalist.

Aldus vastgesteld ter zitting van 22 maart 1973 door prof. mr. Ch. J. Enschedé, voorzitter, mevr. H. van der Horst-de Both, O. Postma, ing., drs H. W. M. van Run en drs L. F. Tijmstra leden, in aanwezigheid van mr. K. Helder, secretaris.

RvdJ 1973, 6