1973/4 onthouding oordeel

A. van Leeuwen contra De Telegraaf

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake Van Leeuwen tegen De Mari.

De heer A. van Leeuwen te San Remo, hierna te noemen klager heeft zich bij een brief van I augustus 1972 tot de Raad voor de Journalistiek gewend met een klacht tegen de heer H. de Mari te Amsterdam, journalist bij het dagblad De Telegraaf, hierna te noemen betrokkene.
Tijdens het voorlopig onderzoek, naar deze klacht ingesteld heeft de betrokkene geen verweerschrift ingediend. Daarna heeft de Raad de zaak naar de zitting verwezen en deze zaak behandeld ter zitting van 21 maart 1973, waar klager zich heeft laten vertegenwoordigen door mr P. H. Veeling, advocaat te Rotterdam, en betrokkene niet is verschenen.

KLACHT

De klacht heeft betrekking op een artikel in het dagblad De Telegraaf van 29 juli 1972. Het artikel is getiteld: 'Cannes is Cannes niet meer'. Klager stelt dat in dit artikel over zijn persoon een zevental onware mededelingen worden gedaan en dat het als geheel een opzettelijk insinuerend en lasterlijk karakter draagt.

OVERWEGINGEN EN BESLISSING

De Raad kon bij zijn beraadslaging niet tot het inzicht komen dat de behandeling van de klacht met de vereiste grondigheid kon geschieden. Hiertoe zou het noodzakelijk zijn geweest zowel klager als betrokkene persoonlijk te horen. De Raad heeft zich daarom van het geven van een oordeel onthouden, conform artikel 36.3 van het Reglement voor de Raad.
De Raad besluit dit oordeel ter publikatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van journalisten De journalist.

Aldus vastgesteld ter zitting van 21 maart 1973 door mr A. Stempels, plv. voorzitter; H. ten Brink, mr F. Kuitenbrouwer, mr M. W. H. de Leeuw, R. H. G. Schoonhoven, leden; in tegenwoordigheid van mr A. Swart, plv. secretaris.

RvdJ 1973, 4.